Integreren

Ik had enorm behoefte aan de zon. Na jarenlang studeren met werken gecombineerd te hebben en tussendoor/zelfs tijdens studeren en werken nog flink ziek geweest te zijn, stortte ik na mijn afstuderen redelijk in. Jammer, want laat ik nu net een leuke baan hebben om te sparen voor mijn master. En daar wil ik me graag 100% voor inzetten.

Gelukkig begreep mijn baas dat wel, want mijn baas is ook mijn nicht. Mijn nicht had ook een drang naar zon. En daar we al de hele week bij elkaar op kantoor zitten, vonden wij het een reuzegoed idee dit ook in een hotelkamer te proberen. Zo werd het één van mijn onofficiële werktaken om een enigszins betaalbare last minute te zoeken.

Tenerife leek ons wel wat, maar doordat de kattenoppasser die we voor de beestjes van nichtlief op het oog hadden niet snel genoeg reageerde, ging deze droomvakantie aan ons voorbij. Veel gescheld, geklik, gezeur en vooral veel uren later, hadden we geboekt. Mallorca was onze bestemming.

Lieve lieve lieve kinderen, godsallemachtig, hemeltjelief, WHAT THE FUCK HEBBEN WE GEDAAN. Mallorca blijkt een waar partyparadijs voor Duitsers, Brabanders en een enkele Westlander (het Westland is dat gedeelte tussen Den Haag en Delft geloof ik). Nicht (33, gedoopt 27, meermalig geschat op 22) en ik (22, wegens mentale voorbereiding op 12 septemer gedoopt tot 23 en meerdere malen geschat ergens tussen de 18 en de 40) voelden ons oud. Heel erg oud. Wij wilden gewoon een bejaardenvakantie met een stapel boeken en hier en daar het geluid van krekels of een vogel.

Boeken heb ik wel gelezen. Drie in totaal. Dit moest ik in de ochtenduren goed plannen, als elke lavenloze puber zijn of haar roes aan het uitslapen was. Nicht en ik hadden het snel door: we kunnen zeiken of integreren. Het werd een combinatie van beide.

We integreerden. We vonden een Nederlandse stamkroeg met lieve mensen. Hebben op de eerste dag per stom toeval een fantastische chick ontmoet met wie we de hele week zijn opgetrokken. We dronken sangria (maar dan neppe), cocktails, bier en natuurlijk vodka. We zijn een keer bijzonder dronken geworden. Ons katervoedsel bestond uit pizza. Elke avond opnieuw trapten we erin.

En we zeurden. Dat we beter research hadden moeten doen. Dat Brabanders kut zijn en Duitsers nog veel erger. Dat we zo oud waren. Dat iedereen zo jong was. Dat je iemand geen hand kon geven of je had gegarandeerd een soa. Dat het hotel wel wat beter mocht (en vooral het eten). Dat er nergens Spaans werd gesproken en dat Tapas blijkbaar niet bestond. Dat we niet bruin werden. Dat de wifi het niet deed…

En toen kwamen we terug in Nederland. In de stromende regen strompelde ik met mijn koffertje naar huis. Het gewone leven begon weer. Het kantoor is de plaats waar wij onze dagen spenderen en hoe leuk dat ook is, stiekem wil ik best weer integreren op Mallorca. Ze zochten er nog een propper. Ik zal dit morgen tijdens werkoverleg eens bespreken. Who knows waar wij ons straks 100% voor inzetten…

Iets met afstuderen

Excuses voor mijn afwezigheid de laatste tijd. Ik heb het vaker gezegd, dat snap ik. Maar ik had nu wel een goede reden. Ik had het druk met werken en afstuderen. Dat laatste is gelukt, trouwens. Jullie horen het goed, voortaan mogen jullie mij aanspreken met ´Bachelor of Arts´. Op Rox reageer ik niet meer. Zo onder mijn niveau.

Ik vind dat bij afstuderen een feestje hoort en wat ik vind is waar, nu ik Bachelor of Arts ben. Ik denk namelijk dat er meerdere momenten zijn geweest waarop mijn familie de hoop TOTAAL heeft opgegeven en me zelfs voorzichtig vertelde dat de HEMA nog een worstenverkoopster zocht. Er zijn ook redelijk wat momenten geweest dat ik zo gefrustreerd was dat ik met die hele studie wilde kappen en bedacht dat ik best de wereld rond kon reizen al zwartrijdend in de trein. Maar goed, ik heb nu eenmaal een groot doorzettingsvermogen ontwikkeld de laatste jaren en heb daarom maar gewoon dat papiertje gehaald.

Maar nou ja, over dat feestje dus. Dat was echt supergezellig. Er zijn een aantal dingen die ik op mijn borrel der afstuderen heb geleerd:

  • Mijn moeder en ik hebben dezelfde alcoholtolerantie. Deze is niet zo hoog
  • High heels zijn geen goed idee als je kuitspier lichtelijk gescheurd is
  • Mijn broer kijkt beteuterd als hij net een fles van mijn favoriete vodka besteld heeft en ik vijf minuten daarna precies dezelfde fles krijg
  • Die vodka ging megasnel op
  • De flessen wijn van mijn vader ook
  • Het eten daarvoor en de daarbij behorende flessen wijn van mams en J. ook
  • Hierdoor was mijn rekening weer een stuk lager
  • Dat vond ik wel tof
  • Mijn moeder valt op jongere mannen als ze tipsy is (,,Zijn dat je vrienden? Wat een mooie jongens!”)
  • Jong geleerd is oud gedaan, mijn pasgeboren nichtje vond het megaleuk in de kroeg
  • Cadeautjes krijgen als je afstudeert is awesome en je krijgt er meer dan als je jarig bent
  • Ik heb de allerliefste vrienden en familieleden van de hele wereld
Jullie kunnen je misschien voorstellen dat dit nog netjes beschreven is. De waarheid is namelijk dat ik godskolere dronken was, zeker toen we de stad eenmaal onveilig hadden gemaakt. BARSTENDE KOPPIJN zaterdag. Maar dat viel best een beetje in het niet bij de gezelligheid, dus heb ik besloten dat ik nog zo’n feestje wil geven. Over twee jaar. Nadat ik mijn master heb afgerond. Worstenverkoopster worden kan altijd nog. Nu eerst laten zien wat ik verder nog in mijn mars heb. Universiteit Antwerpen get ready, want dit Amsterdamse Alphense meisje komt eraan!

Later bij de NOS

Laat ik jullie eens iets vertellen over een klein droompje van mij. Of nou ja, klein is misschien niet helemaal het goede woord, het is wel iets wat ik heel graag wil. Vooral de laatste twee jaar heb ik hier mijn zinnen op gezet. Goed, ik gooi het er gewoon uit: ik wil binnen nu en enkele (tientallen) jaren het NOS-journaal presenteren. There, I said it. Jullie mogen me best uitlachen, want dat is wel vaker gebeurd, maar dat boeit me niet meer, want mij lijkt het helemaal te gek. Als iemand van de NOS dit leest: buitenlandcorrespondent mag ook for that matter. In Zuid-Amerika ofzo.

Nouja, de afgelopen twee jaar heb ik dus regelmatig voor de spiegel geoefend op teksten in de trant van: “Dames en heren, welkom bij het acht uur journaal. Het kabinet Balkenende is wéér gevallen…” Bij het NOS-journaal hoor je namelijk heel vaak (vooral bij Eva Jinek) dat je met klemtonen moet kunnen spreken. Enfin, ik oefen niet alleen voor de spiegel, ik oefende ook voor mensen en als ik zeg mensen moet je lezen mijn moeder en haar wereldvreemde theatervrienden en vriendinnen. Die vonden het allemaal hilarisch, ja echt, want het blijkt dat ik niet helemaal accentloos spreek (ik heb een bekakte –R, eigenlijk heb ik een ordinaire Leidse –R, maar dat iedereen denkt dat het een bekakte is, is wel beter). En dat is dus enorm grappig als ik dan het journaal zou presenteren want praten met een accent, dat kán gewoon niet. Vandaar mijn overdreven gebruik van klemtonen, ter compensatie.

Nu denken jullie vast allemaal van ja, nou, oké, fijn, ze wilt dus het journaal presenteren, wat moeten wij daar nou mee, en waar gaat dit verhaal in godsnaam naartoe, nou, dát zal ik jullie eens vertellen. Het kan namelijk niet, mijn NOS-droom waarmaken. En dan niet vanwege mijn al dan niet Leidse en/of Gooische accent, nee, het kan niet omdat ik vodka drink. Echt waar. Ik zal het nader verklaren.

Mijn vodkagebruik levert nogal eens problemen op. Ik prefereer echter om lol te zeggen, maar dat terzijde. Ik doe nog wel eens gekke dingetjes als ik een vodkaatje teveel opheb. En nog erger: er zijn altijd mensen die daar foto’s van maken, die mijn idiote, vaak enorm aangedikte overdreven niet waar zijnde verhalen opnemen of in hun geheugen opslaan of mijn acties op een andere manier vereeuwigen. Fuck my life. Moet je nagaan: ondergetekende is daar even heel serieus het NOS-journaal aan het presenteren en de volgende dag mag ik een ander programma niet meer doen. Niet omdat ik met Neerlands bekendste advocaat aan het rampetampen ben, maar omdat er een foto uit een duister verleden is opgeduikeld. Een of andere Sjonnieboy uit Almere kwam me ooit eens tegen in een gekke dronken bui, was dat soort Amsterdamse bluf niet gewend en heeft er met volle teugen van genoten en gelijk zijn camera volgeschoten. Ben je dan lekker mee, want over tien jaar is Sjonnieboy blut want hij had eigenlijk toch niet echt een doel in het leven en Sjonnieboy zapt op weg naar een hersenloos programma wat zijn Anitagirl wilt zien langs het journaal, ziet dus een vrouw die hem wel heel bekend voor komt en vraagt zich af of hij daar misschien zijn volgende pakje shag mee kan betalen. Ik zei het eerder al en ik herhaal het nog maar eens: fuck my life.

Sjonnieboy is niet het enige voorbeeld van een random persoon die beschamend materiaal van mij in zijn of haar bezit heeft. Er zijn veel te veel mensen op deze aardkloot die net iets teveel van mij weten of net iets teveel fotootjes van mij op hun laptop hebben staan. En het baart me ernstige zorgen. Het baart me zorgen dat ik misschien mijn dromen niet waar kan maken en dat alleen maar omdat ik van nature een gek persoon ben, die van lachen houdt, die van raar doen houdt, die open is, die bijna overal eerlijk antwoord op geeft en die met een vodkaatje in haar hand nét een stukje over de grens kan gaan.

Laten we hopen dat de NOS over tien jaar ook hele rare presentatrices ziet zitten. Die van hun jeugd genoten hebben. Want dan ben ik absoluut helemaal de perfecte nieuwslezeres. Slim, ambitieus, gemotiveerd, maar met enkele, ehm, aparte foto’s en verhalen op het internet circulerend.

Het beste foute uurtje

Afgelopen weekend was er eentje in de categorie bijzonder. Niet alleen omdat ik officieel bier heb leren drinken (serieus, houd me tegen, ik vind het zo leuk, ik wil bijna 24/7 wel een biertje na jarenlang geploeter), maar ook omdat ik mezelf over had laten halen om begeleidster te zijn van een hockeyteam bestaande uit 15- en 16-jarige meisjes. Samen met beste freundin S. zat ik dus vast in Enschede, waar wij geacht werden onze meisjes in de hand te houden op een hockeytoernooi. Onmogelijke opgave dus.

Ik zal niet teveel in details treden over dit weekend (oké, om een klein beeld te schetsen: meisje van 15 uit eigen kots moeten halen, jongens uit tenten moeten slepen maar daar geen fut meer voor hebben, één van de organisatoren straf moeten geven omdat hij met één van onze 16-jarigen stoute dingen deed), maar laten we zeggen dat het af en toe een klein beetje vermoeiend was om te proberen een elftal pubers zich verantwoordelijk te laten gedragen. En dus was het zaterdagavond, na een zeer frustrerende, met kots van meisjes gevulde vrijdagavond, tijd om de bloemetjes buiten te zetten. Juist, S. en ik hadden besloten om onze lijfjes ook van wat alcohol te voorzien want geloof me als ik zeg dat die lijfjes erom schreeuwden.

We kwamen precies op het goede moment op het feest aan. Er was namelijk een “fout uurtje” bezig, met muziek die helemaal uit onze tijd was. I’m blue dabadie dabadai, ik kreeg er geen genoeg van. Toen de absolute topper: Casanova. Uit volle borst zong ik mee met zinnen als: me and Romeo have never been friendssss. Vriendje kan trouwens enorm goed dansen op dat nummer, en op nummers van Justin Bieber, maar dat terzijde. S. en ik stonden daar dus een beetje los te gaan, keken elkaar aan en wisten: tijd voor zwaarder geschut. Daarom togen wij richting dj-booth en vroegen daar op ons allercharmantst (en dus met een volume van 825): HEB JE OOK HAPPY HARDCORE JONGE!!!

Nou, happy hardcore had de speciaal voor deze avond in het leven groepen dj met dj-laptopfunctie wel. U kunt begrijpen dat S. en ik onmogelijk gelukkiger konden zijn en dus flink uit ons dak gingen. Ik lieg niet als ik zeg dat S. enorm goed kan hakken. Schijnt vroeger gabberes te zijn geweest. Geniaal. Ik dacht dat ik redelijk met mijn voeten kon schoppen, maar S. slaat alles (hemeltje wat een goede woordspeling, ik wijs jullie daar zelf maar op voor het geval dat jullie die over het hoofd zien). Na vier nummers gingen wij voldaan een nieuw biertje halen om er gelijk maar een sigaret bij te roken.

Nadat wij vrijdagavond de worst evening ever hebben gehad, was zaterdag een verademing. De meisjes gedroegen zich bijna voorbeeldig (geen enkel straaltje spuug). Funny part: wij hadden het idee dat onze kinders het niet zo’n heel strak plan vonden dat wij daar stonden te hakken. En te dansen. En keihard mee te zingen. En enorm dronken te worden. Een aantal scheve blikken kwam onze kant op, maar het kon ons helemaal niets meer schelen. S. en ik hadden de avond van ons leven, midden in Enschede, met een zaal vol pubers, maar met heerlijk bier en nog veel beter: een stukje jeugdsentiment. Het was het beste foute uurtje ooit. Hockey en hakken, dat gaat prima samen.

  
De groeten uut Enschede!

Say what?

Taalbarrières zijn natuurlijk niet nieuw in deze wereld. Iedereen krijgt daar vroeg of laat wel eens mee te maken. De meest voorkomende foutjes van ons Nederlanders komen voor in het Engels. Dat is ook wel logisch, want dat is de meest gesproken vreemde taal hier in Nederland. Ja ja, jullie vragen je af waar ik al die cijfers vandaan haal, hoe ik toch zoveel kennis kan hebben, maar neem het voor deze keer gewoon even van me aan.

Jullie weten natuurlijk dat mijn beste vriendinnetje S. een Australisch vriendje heeft. In de tijd dat zij weg was, luisterde ik dan ook genietend naar haar anekdotes over haar blundertjes. Zo zat ze eens met manlief in de bus en wilde ze om de één of andere reden graag een kat nadoen. “I will give you a head”, zei ze tegen vriendje C. en vleide haar hoofd tegen hem aan, zoals katten je een kopje geven. Ze vond het wel raar dat de mensen om hen heen begonnen te lachen, maar later snapte ze na wat uitleg van vriendjes kant waarom: in feite zei ze niet dat ze hem een kopje ging geven, maar gewoon een ordinaire blowjob. Ik lag natuurlijk op de grond van het lachen toen ik dit hoorde en heb dit nog vaak aangehaald, want een beetje pesten hoort erbij als je BFF’s bent.

All the way from Australia is C. nu dus hier en dat vinden wij als thuisfront natuurlijk een dolle boel! Het voelt erg goed om de vriend van S. niet alleen via Skype te leren kennen maar ook gewoon in real life. Het is echter wel moeilijker dan verwacht dat ik constant Engels moet spreken. Ik dacht altijd van mezelf dat ik dat heel goed kon, maar in praktijk kan ik nog wel eens vragen wat dat ene woord nou ook alweer in het Engels was of moet ik een paar seconden nadenken over de bepaalde uitspraak ervan. Goed, ik geef toe, misschien ben ik dan toch niet zo’n superwonderkind. Nu niet denken dat ik dom ben en alleen ‘yes’, ‘thank you’ en ‘I always get my sin’ kan zeggen, want zo erg is het nou ook weer niet met me gesteld.

Actually, ik breng het er best goed vanaf. C. zegt dat ik goed Engels spreek, dat hij verbaasd is dat iedereen in Amsterdam dat schijnt te kunnen, dat hij me altijd begrijpt en dat dat accentje heus niet supererg is (ik hekel het, maar dat terzijde). Dat doet mij deugd, ja. Het probleem zit ‘m alleen in de, hoe kan het ook anders, alcohol. Van een paar wijntjes kom ik sowieso op mijn praatstoel, dus of dat nou in het Engels of Nederlands moet, dat maakt mij niet uit. Ik heb ook altijd het idee dat ik nóg beter Engels spreek als ik dronken ben (en Frans, en Spaans, en Duits en Portugees en Chinees for that matter). Wat een deceptie toen ik vorige keer uit wilde leggen hoe S. en ik vriendinnen waren geworden. Na acht wijn en drie cocktails kwam dat hilarische verhaal namelijk weer eens naar boven en wilde ik het zo goed mogelijk uitleggen. “At school we have four periods in a year”, begon ik te vertellen. Ik hoorde luid gegil, S. viel bijna op de grond van het lachen en ik wist: hier gaat iets gruwelijk mis. “You only have four periods in a year?!”, gierde C. en ook vriendje M. wist me te vertellen dat ik er toch echt wel meer had in een jaar. Fok. Oeps. Kut.

S. en ik staan in ieder geval aardig quite nu en ik heb zomaar het idee dat dit me nog wel even blijft achtervolgen. Whatever. C. begrijpt wat ik bedoel en voor de rest spreek ik retegoed Engels, dus een kleine taalbarrière kan ik best hebben. Als het er maar niet meer worden…

‘Heel erg slim’

Woensdagavond. Zo’n 70% van de mensen die ik op Twitter volg is aanwezig bij het concert van Drake. Zelfs op Facebook ontkom ik er niet aan. Boycot dus. Social media, nu even niet. Tenslotte had ik ook bij dat concert moeten zijn. Woensdagavond. De klassieker Ajax-Feyenoord, waarbij het natuurlijk overduidelijk is welke voetbalclub bij deze wedstrijd (en sowieso) mijn ongelofelijk grote voorkeur heeft (AJAX!). De klassieker wordt niet uitgezonden op televisie en dat betekent dat ik toch mijn timeline op Twitter moet volgen om de score bij te houden (en gelukkig pingde M. het me ook even door). Fuck. Lees ik dus gelijk wat ik allemaal bij Drake mis.

Woensdagavond. Ik had zoals jullie begrijpen geen piemel te doen. Had even geen zin om te leren, want dat komt me zo onderhand wel de neus uit. Mijn destiny op woensdagavond: de nationale IQ-test van BNN. Het zij zo, het is een teken, het moest, ik test tenslotte elk jaar mijn IQ. Moet toch weten of dat ‘buitensporige alcoholgebruik’ en daarmee beste vriendjes vodka en wijn invloed hebben op mijn hersenen. Braaf heb ik dus pen en papier gepakt en zat in de starthouding klaar. De test begon met het onderdeel taal en het zal u misschien niet verbazen dat ik daar alle vragen goed had. Voor rekenen kneep ik ‘m iets meer en voor ruimtelijk inzicht al helemaal want laten we eerlijk zijn, dat laatste is vooral voor mannen weggelegd.

Het viel niet mee, lieve menschen. Ik ploeterde en ploeterde, kreeg veel te weinig tijd om een vraag te beantwoorden en gooide regelmatig een vloek richting de tv en daarmee richting Patrick/Patriek (hoe je het ook mag schrijven) Lodiers, want tegen Valerio zou ik nooit vloeken dus ik koos mijn momentjes handig. In ieder geval, ik werd mateloos gefrustreerd en dat ik ondertussen met M. over Ajax pingde en met S. over van alles en nog wat whatsappte hielp natuurlijk ook niet bijster veel mee. Ik was dan ook enorm zenuwachtig voor de uitslag, bibberend en huilend keek ik naar de televisie want dit kon nooit goed zijn. Had mijn moeder dan toch gelijk? Wordt het tijd om de alcohol vaarwel te zeggen?

Nee dus. Vodka doet blijkbaar bijzondere dingen voor je hersenen. Goed, die vijf foutjes van de zevenenvijftig vragen vond ik zelf ook wel wat veel, maar ik had het erger verwacht. Mijn score was nog steeds bovengemiddeld en volgens Margriet, de professional, was ik echt ‘heel erg slim’. Dat doet mij deugd liefjes, het was een streling voor mijn ego. Ik heb alle mannen die ervan uitgaan dat ik een hersenloze, blonde, semi-pornoster ben maar eens even het tegendeel bewezen. Zeg niks tegen me als ik op een verhoging sta te dansen met een Smirnoff in mijn hand, zeg niks tegen me als ik een Breezer achterover sla, zeg niks tegen me als ik je grap niet begrijp (ligt vast aan jou), want voor een heel jaar lang ben ik gewoon ‘heel erg slim’.

Er zit natuurlijk een keerzijde aan het ‘heel erg slim’ zijn. Het is nu zaak dat ik na vier jaar eindelijk mijn tentamen Bedrijfseconomie ga halen. Of na een jaar dat tentamen Informatie&Mediarecht. Sowieso, ik heb geen excuus voor het feit dat ik ze niet heb gehaald, want ik ben ‘heel erg slim’. Ik kan niet niets met mijn leven gaan doen, want mijn IQ is enorm ver ‘bovengemiddeld’. Er ligt een enorme druk op mij. Ik moet deze wereld gaan redden. Ik ben de uitverkorene, degene die hersens heeft gekregen en daar iets mee moet gaan doen. Die last valt niet zomaar van mijn schouders. Ik zit ermee opgescheept. Slim zijn is niet altijd leuk, intelligentie kan tegen je werken!

Maar goed, who am I kidding, wederom was ik weer even ontzettend content met mijzelf en het feit dat ik fokking intelligent ben. En nog beter: dat ik gewoon nog met vodka en wijn kan hangen. De wereld redden komt nog wel. En voor alle mensen die ook ‘heel erg slim’ willen worden, jullie kunnen mijn advies vast wel raden.. Vodka FTW!

God’s Wil

Aangezien ik momenteel last heb van een enorme writersblock, en ook geen beschamende persoonlijke verhalen of eigenschappen meer op weet noemen, moeten jullie het maar doen met een leuke herinnering van mij. Een verhaal dat nog wel een tijdje de ronde blijft doen en dat sowieso op bepaalde bruiloften verteld gaat worden. Met liefde meegemaakt en met liefde geschreven. Als je jezelf hierin herkent: doe net alsof je neus bloedt. Je naam staat er niet bij en zal ook NOOOOIT bekend worden gemaakt ;) En als je liever niet hebt dat dit verhaal online staat, laat het me dan ook even weten xD

Mijn telefoon gaat. Ik zie haar naam staan op het scherm. Ik neem op. ,,Rox! Je gelooft nooit wat er is gebeurd! Ik ben gedumpt door Jezus. Voor Jezus. Ik ben gewoon gedumpt voor Jezus. Je neemt me verdomme maar mee uit, je voert me lam, je bezorgt me een one-night-stand, maar doe iets’’, schreeuwt ze. ,,Ik denk dat ik weet wat je bedoelt, maar leg het nog even uit voor de zekerheid.’’

Een maand daarvoor gingen we samen naar België. We moesten voor school, maar we konden best bedenken dat we wat uurtjes slaap meer zouden krijgen als we bij een vriend van mij gingen slapen, A., die in België studeerde. De treinreis alleen al was een avontuur. Een zware crimineel bleek zich verstopt te hebben in de trein, dus we stonden nogal een tijdje stil op Roosendaal. ,,Maak je niet druk’’, zei de conducteur. ,,Hij zit waarschijnlijk in het voorste deel. Dat hebben we nu afgesloten. Volgens mij zitten daar alleen maar Belgen, dus dat is niet zo erg’’, grapte hij. ,,En als je iets verdachts ziet, roep dan heel hard ‘code F’!’’ ,,Code F,’’ vroeg ik verbaasd. ,,F. Van fles’’, zei hij terwijl hij wees op de wijnfles die we bij ons hadden. ,,Aha’’, wist ik eruit te brengen.

Eenmaal in België ging de tijd – en de drank – snel. Mijn vriend A. had voor de gelegenheid zijn vriend K. gebeld, van origine ook Hollands. Nou, zijn eigenlijke roots lagen in Suriname, maar meneer was geboren en getogen in Rotterdam. De waterpijp kwam op tafel en dat was een dolle boel. En om het feest compleet te maken, gingen we naar DE studentendisco van België. Ergens onder de grond, waar ze dertig smaken jenever hadden, van appel tot chocolade. Die hebben we natuurlijk alle dertig uitgeprobeerd, want meer dan twee euro was je er niet aan kwijt. K. was overigens een geval apart. We wisten niet of hij nou voor mij of voor haar ging. En hij hield de hele tijd zijn jas aan. Na meerdere hints van onze kant, deed hij nog steeds geen afstand van zijn geliefde jas.

Over de details van de avond zal ik verder niet uitwijden, maar zij ging uiteindelijk met K. mee. Bij hem thuis moest de jas natuurlijk wel uit, en de trui uiteindelijk ook (het was trouwens mei) en wat bleek: K. had een hartapparaat. Vandaar. K.was heel gelovig. En dat is gek, want er is van alles tussen de lakens gebeurd die nacht. Dat vond God blijkbaar wel oké.

De volgende ochtend, onderweg naar onze uiteindelijke bestemming, vertelde ik haar dat ik dacht dat K. met haar wilde trouwen. Ze verklaarde me voor gek. ,,Dit was voor één keer’’. Maar ik kreeg gelijk. Een maand later was hij in Nederland, en hij zocht haar op. Zij had haar sexy lingerie aangedaan, sprong kittig op het bed en na wat zoenen stopte hij. ,,Ik kan het niet’’, zei hij en wees naar iets achter haar. ,,Vanwege die ezel?’’, vroeg ze verontwaardigd, doelend op één of ander plastic opblaasding wat achter haar bed stond. ,,Nee, vanwege hem.’’ En toen zag ze het. Het schilderijtje van Jezus wat ze aan haar muur had hangen. God was het er waarschijnlijk toch niet mee eens.

Alcohol(ist)

Ik heb een alcoholprobleem. Niet dat ik alcoholist ben, dat absoluut niet. Ik weet dat er een aantal van jullie nu al met een scheef oog kijken maar voor de anderen: geloof hen niet. De sarcasten. Beetje zeggen dat ik alcoholist ben. Maar in ieder geval heb ik wel een problematische relatie met alcohol.

Ik houd van alcohol. Oke, ik geef toe, dat klinkt toch wat alcoholistisch. Maar hoe heerlijk is het om je weekend op een zonnige vrijdagavond met een wijntje in het Vondelpark te beginnen? Of een avondje bij je ouders eten, daar hoort een wijntje bij! Een avondje met vriendinnen, uit eten met je date, bijpraten met je broer of zus.. Allemaal dingen waar wijn bij moet zijn.

Bij uitgaan mag de alcohol ook niet ontbreken. Daar gaat het vaak vanzelf. Grote groep, iedereen drinkt wat en dan gaat het hard. Vodka lime, vodka puur, vodka cassis.. I don’t care, als het maar vodka is. Het probleem is alleen: van alcohol transformeer ik. Maar echt.

Standaard word ik de volgende dag wakker en vraag ik me af: ‘WAAROM’? Ik ga regelmatig te ver, zeg dingen die ik niet moet zeggen, doe dingen die ik niet moet doen, verpest ongeveer alles voor mezelf, zet mezelf volledig voor lul en vind het op dat moment ofwel grappig ofwel niet boeiend. Maar de ochtend erna voel ik me klote. En dan niet alleen vanwege mijn kater.

Dikwijls vraag ik me af waar dat nou vandaan komt. Ik ben van mezelf al een spontaan persoon en heb alcohol dus niet nodig om dat in mezelf los te maken. Ik durf bijna alles, dus ook dat is het niet. Is het dan een ingebouwd mechanisme? Mijn familie heeft nogal eens problemen gehad met alcohol. Aan beide kanten zijn er mensen geweest die het niet helemaal konden handelen. Nu is mijn familie sowieso nogal verslavingsgevoelig, dus dat is wel een probleempje. Mijn moeder is door haar vriend Jan zelfs een keer ‘droog gelegd’, hij vond dat ze teveel wijn dronk.. Hij zei tegen mij: ‘Als ik een tweede glas wil pakken, is de fles al op’. Ik vond het zielig dat mams droog werd gelegd, zeker omdat zij nog niet eens degene is in de familie die het meeste drinkt. Tegenwoordig drinkt Jan trouwens lekker op tempo mee, heb ik vernomen. Dus dat probleem is in ieder geval opgelost.

Ik kan het nog wel redelijk in de hand houden, want doordeweeks drink ik liever niet. Het komt wel eens voor hoor, maar zeker nu met die stage heb ik er weinig kans voor. In het weekend ben ik echter niet te houden. Ik heb een keer iemand met een vuilniszak aan opgehaald, ik heb ‘s nachts de trein naar Utrecht gepakt, ik bel mijn halve telefoonboek wakker en dat dan tien keer, ik ben gaan breakdancen (ik kan het overigens alleen als ik dronken ben), ben half in de gracht gevallen toen ik een auto in wilde stappen en heb een keer iedereen die er toeristisch uitzag uitgescholden of een tikje gegeven, onder het mom van ‘jullie zijn irritant want jullie lopen zo langzaam in de stad’. En geloof me, dit zijn nog dingen die ik durf te noemen (als je mijn mams, Omi of ander familielid bent: al het bovenstaande is natuurlijk totaaaaal niet waar, ahum).

Ik heb een radicale beslissing genomen. Ik stop voorlopig met alcohol. Vandaag mag ik nog een wijntje om rustig te worden, daarna is het over. Tot en met mijn tripje naar Berlijn en mijn verjaardag. Dan kap ik weer (tot kerst). Past ook prima binnen mijn dieet. Het laatste wat ik wil is dat alcohol een levensbehoefte gaat worden, want als ik de gevolgen zo op een rijtje zet, ben ik bang dat ik er een hele rare reputatie op na ga houden.

Lieve alcohol, onze haat/liefdeverhouding moet maar eens gaan stoppen. Ik wil niet afhankelijk van je worden, en zoals het er nu uitziet, zou dat wel eens kunnen gebeuren. Terwijl ik je eigenlijk niet nodig heb. Laat ik de familie-eer hoog houden. Het was gezellig, maar we zullen elkaar nog maar weinig gaan zien. Hoop ik.

Urrewur (ode aan de vriendschap)

‘Uwrrrwureww’. Dat was ongeveer het geluid dat S. op 4 februari in de WC van de Dansen Bij Jansen (begin er maar niet over) maakte. Stiekem moest ik een beetje lachen, maar het was een serieuze zaak. Dus ik pakte maar een glas water en ramde dat zo ongeveer haar strot in. Ja, hallo, ik had zelf ook al een vodkaatje op hoor!

S. ging niet dood, S. was niet ernstig ziek. S. was gewoon naar de gigagetver. En had dus bedacht half out te gaan op de WC en vervolgens wat te ‘urrewurren’ over bier. En ehm, andere zaken. Ik heb haar uiteindelijk thuis gekregen. De volgende dag hebben we de hele avond nog eens geanalyseerd en we kwamen tot de conclusie dat S. zich nooit meer in de binnenstad kon of mocht vertonen. En de foto’s hebben we maar geheim gehouden. Al hebben we er ook verschrikkelijk om gelachen, want ze was nogal bezig die avond.

Het is niet de beste avond die ik met S. mee heb gemaakt. Maar wel een avond die ons aardig typeert. Er gebeurt altijd wel wat, we drinken altijd wel teveel en er is altijd wel een persoon die de ander naar huis of een andere veilige plek moet zien te krijgen. Sneu, maar waar.

S. is één van mijn beste vriendinnetjes. In een korte tijd is ze uitgegroeid tot iemand die ik voor altijd in mijn leven wil hebben. Dat klinkt heel zoetsappig, I know, maar ik meen het wel. Zij is namelijk iemand die mij nooit uit zal lachen, me nooit zal veroordelen en altijd een eerlijk advies zal geven. Bij haar hoef ik me nergens voor te schamen.

Lange tijd mochten S. En ik elkaar niet zo. Ik vond haar maar een modepopje, en zij vond mij semi-arrogant. Voor een project werden we gedwongen om samen te werken, temeer omdat wij zo ongeveer de enige twee waren die het ook echt wel leuk vonden om iets te doen, en na een opdracht of drie had S. het idee dat we maar eens op een terras moesten gaan zitten. Samen hebben we zeven flessen wijn gedronken en dat was het begin van een mooie tijd waarin er bijna geen enkele dag is geweest waarop we elkaar niet contactten, al was het maar een sms met een tekst in de strekking ‘uwwrrwuurr’ erin.

Ik bel S. op als ik ontiegelijk lam ben. Zij stuurt mij ‘s nachts sms’jes waar ik niets, maar dan ook niets van begrijp. Als ik dan een heel logisch antwoord geef, vindt S. het maar lastig en zo zijn onze nachtelijke conversaties de dag erna nog interessanter. Ik neem haar mee uit als ze gedist is door Jezus. Zij komt naar me toe met drie flessen wijn als ik gedist ben door, nouja, in ieder geval niet Jezus. We zijn er voor elkaar. Lachen om dingen die niemand grappig vindt. En dat is juist wat onze vriendschap zo hecht maakt.

S. vliegt over anderhalve week naar Australië. Daar blijft ze zeker zeven maanden. Maar ergens ben ik bang dat ze langer blijft. Bijvoorbeeld omdat ze één of andere surferdude ontmoet. Dat is namelijk typisch S.. Die ontmoet altijd wel iemand. Zo is zij. Ze is ook een soort magneet voor toeristen in Amsterdam. Vooral Engelsen staan in de rij. Maar die moeten we meestal niet. Ik ben ontzettend trots op haar dat ze gaat. Dat ze het durft. S. is nog nooit zo ver van huis geweest. Venlo en Kreta waren wel de hoogtepunten. Oh, en Brussel natuurlijk. En Leuven. En oke, Engeland mag er ook nog bij. Maar dat was het dus wel. En nu laat ze alles achter, al haar vrienden, vriendinnen, familie, de toeristen en het bekende Amsterdam om haar geluk te beproeven en een supervette stage te lopen in Australië. Heb bewondering voor haar, echt. En ben blij voor haar. Maar ergens bekruipt me een soort eenzaam gevoel. Ik vraag me af wie ik nu midden in de nacht moet bellen om te zeggen dat ik door alle vodka uit bed ben gevallen. Wie er voor mijn deur staat met wijn ‘omdat dat gewoon even moet’. Wie neemt het voor me op als ik een discussie heb met dertig man, ook al is ze het niet met me eens? Wie kan ik altijd overhalen tot iets raars, wie ga ik nu vertellen over al mijn beschamende blunders en vooral over mijn disaster dates? Met wie bedenk ik wraakplannen voor zo ongeveer alle mannen die bij ons de revue hebben gepasseerd? Met wie bedenk ik bijnamen voor die mannen? Wie gaat er voor de eerste keer in haar leven op een dronken avond met een andere chick zoenen, ‘omdat ze best sexy was, ook al was ze maar 17′ en wil dat opzich best nog een keer doen omdat ik het even gemist heb? Ware het niet dat P. erbij zat, maar goed, anders had ze het dus nog een keer gedaan.

Vanavond gaan we samen in een bedstee slapen. Gratis overnachting in een soort boerderijhotel, moet voor stage. En ik neem haar lekker mee. Het is een soort persoonlijk afscheid. Nog één keer echt saampjes voordat ze gaat. Ik hoop dat we samen nog even kunnen urrewurren.

P.S. ik wil graag afsluiten met de volgende woorden: Kleine Klote Kabouter, Bert Brak, Koosje Kater, Merci dat ik vertrek, lamlastig, DANSEN BIJ JANSEN, Escape, Jezus, Royalities, vuilniszakken, Casablanca, San Fransisco, anti, karaoke, België, Strand West, Surprise Bar, Vondelpark, Unicef, adoptie, contract, cocktails, mannen-met-een-korte-spijkerbroek-boven-de-knie-en-bergschoenen-met-sokken-die-daar-bovenuit-steken, A-spot, wijn, vodka, bierontmaagding of eigenlijk gewoon het woord alcohol. Ik kan nog wel veel meer woorden bedenken, maar laten we het hier gewoon maar bij houden. Voor ons eigen bestwil.

Lieverd, ik ga je missen. Maar ik ben er als je terugkomt. Lekker urrewurren, met of zonder meegenomen surferdude. Und ich liebe dich. Sehr veel ja!

P.P.S. Degene die niet kan, moet toch altijd vervanging regelen? Aangezien ik af en toe voor jouw broertje zorg, wil ik een tijdelijke S.!

Tandartstaferelen

Ik had me maar lam gezopen. Dat leek me de beste optie. Mijn tandartsangst is namelijk groter dan China en Rusland bij elkaar. Dus drie flessen wijn, dat was nog wel het beste idee van de dag. De dag voordat de hel begon.

Ik was al zes jaar niet naar de tandarts geweest toen ik vorige maand bij A. in de behandelkamer stapte. Ik moest bij het zien van zijn hoofd al huilen. Dat is verder niets persoonlijks hoor. Maar goed, bij elke stap die ik deed, kwam er weer een stortvloed aan tranen. A. wist niet zo goed wat hij ermee aanmoest. Eenmaal op de tandartsstoel voerde hij de controle dan ook grondig maar ietwat haastig uit. ,,Geen gaatjes”, concludeerde hij. Na zes jaar, geen enkel gaatje! Ik wilde al gaan glimlachen. ,,Maar je verstandskiezen moeten er wel uit.” In plaats daarvan begon ik maar weer keihard te janken. ,,Ohja, ehm, ik weet niet zo goed hoe ik dit moet brengen, maar wil je volgende keer misschien iemand meenemen?” Nog harder huilend liep ik de kamer weer uit.

Eenmaal thuis mijn moeder opgebeld. Die me dwong de tandarts te bellen. Om sorry te zeggen en een afspraak te maken. Moederskindje als ik ben, heb ik dat gedaan. En donderdag was het dus zover.

Ik weet niet hoe, maar ik ben die ochtend uit bed gekropen. En dat is knap, aangezien ik NIET meer weet hoe ik er woensdagnacht IN ben gekomen. Een koude douche hielp niet, een warme ook niet. Met moeders liep ik uiteindelijk naar de tandarts (ik moest tenslotte iemand meenemen), maar voor de gezelligheid had ik ook mijn kegel meegenomen. Met een veel te laag decolleté (,,Zoiets draag je anders nooit!”, aldus moeders) wilde ik de aandacht van mijn kater weghalen.

Mijn moeder probeerde me nog gerust te stellen. ,,Elke ervaring gaat voorbij”, riep ze. En: ,,Je woont al jaren op jezelf, dat ik mee moet naar de tandarts is al erg genoeg. Dus je moet je er doorheen slaan.” Verder drukte ze me op het hart de tandarts vooral niet te bedreigen, zoals ik bij de dokter ooit heb gedaan. Ik had daar trouwens zo een taakstraf voor kunnen krijgen, maar dat is weer een ander verhaal.

Ik kwam bij de tandarts-implantoloog, zoals dat met een mooi woord heet. Die inspecteerde mijn mond nog eens en concludeerde dat hij er nog een speciaal boortje bij moest hebben. Tijd voor mijn iPod. Het album van Fresku moest me redden. Niet alleen van de boor, maar ook van de stem van de tandarts-implantoloog. Die praat namelijk nog hoger dan Mariah Carey zingt.

Toen de tandarts-implantoloog met de verdovingsspuit voor mijn ogen zwaaide, begonnen mijn handen ook te zwaaien. ,,Dat is gevaarlijk”, riep hij. ,,Jij en die spuit zijn gevaarlijk”, riep ik huilend terug. Uiteindelijk werden mijn handen ergens onder gestopt, ik kon ze niet meer bewegen. Mijn moeder hield me vast aan mijn enkels. Een soort menselijke dwangbuis dus. Verdoving erin, toen ging het vrij snel. Huilend onderging ik de ingreep. Ik hoorde het kraken, ik voelde hem draaien, maar ik heb me stoer gehouden. Niet gegild, zachtjes gehuild, en geen bedreigingen geuit. Toen de hel eenmaal voorbij was, wist ik niet zo goed waar ik het moest zoeken, ik was vooral blij dat de verdoving nog zijn werk deed.

De tandarts-implantoloog vond me ook een ‘grote meid’. ,,Zie ik je volgende maand weer”, vroeg hij. ,,Doen we de linkerkant!”

Laat me dat even analyseren. Ik heb met een hamsterwang op Awakenings gelopen en dat heeft mijn reputatie geen goed gedaan. Ik zit nu op mijn stage en heb al een aantal scheve blikken mijn kant op zien gaan. In de trein wilde er niemand naast of tegenover me zitten, terwijl de drie stoelen bij mijn vierzit de enige lege stoelen in de hele coupé waren. Ik heb al vier-en-een-halve-dag amper gegeten en drink voornamelijk door een rietje. Ik kan geen bekenden onder ogen komen, de schaterlach van mijn broer zei me namelijk genoeg. Ik heb dagenlang nabloedingen gehad en op stage hangt een levensgrote foto van mij met dikke wang.

Of hij me volgende maand weer ziet. Ik denk het niet vriend.