Ik had enorm behoefte aan de zon. Na jarenlang studeren met werken gecombineerd te hebben en tussendoor/zelfs tijdens studeren en werken nog flink ziek geweest te zijn, stortte ik na mijn afstuderen redelijk in. Jammer, want laat ik nu net een leuke baan hebben om te sparen voor mijn master. En daar wil ik me graag 100% voor inzetten.
Gelukkig begreep mijn baas dat wel, want mijn baas is ook mijn nicht. Mijn nicht had ook een drang naar zon. En daar we al de hele week bij elkaar op kantoor zitten, vonden wij het een reuzegoed idee dit ook in een hotelkamer te proberen. Zo werd het één van mijn onofficiële werktaken om een enigszins betaalbare last minute te zoeken.
Tenerife leek ons wel wat, maar doordat de kattenoppasser die we voor de beestjes van nichtlief op het oog hadden niet snel genoeg reageerde, ging deze droomvakantie aan ons voorbij. Veel gescheld, geklik, gezeur en vooral veel uren later, hadden we geboekt. Mallorca was onze bestemming.
Lieve lieve lieve kinderen, godsallemachtig, hemeltjelief, WHAT THE FUCK HEBBEN WE GEDAAN. Mallorca blijkt een waar partyparadijs voor Duitsers, Brabanders en een enkele Westlander (het Westland is dat gedeelte tussen Den Haag en Delft geloof ik). Nicht (33, gedoopt 27, meermalig geschat op 22) en ik (22, wegens mentale voorbereiding op 12 septemer gedoopt tot 23 en meerdere malen geschat ergens tussen de 18 en de 40) voelden ons oud. Heel erg oud. Wij wilden gewoon een bejaardenvakantie met een stapel boeken en hier en daar het geluid van krekels of een vogel.
Boeken heb ik wel gelezen. Drie in totaal. Dit moest ik in de ochtenduren goed plannen, als elke lavenloze puber zijn of haar roes aan het uitslapen was. Nicht en ik hadden het snel door: we kunnen zeiken of integreren. Het werd een combinatie van beide.
We integreerden. We vonden een Nederlandse stamkroeg met lieve mensen. Hebben op de eerste dag per stom toeval een fantastische chick ontmoet met wie we de hele week zijn opgetrokken. We dronken sangria (maar dan neppe), cocktails, bier en natuurlijk vodka. We zijn een keer bijzonder dronken geworden. Ons katervoedsel bestond uit pizza. Elke avond opnieuw trapten we erin.
En we zeurden. Dat we beter research hadden moeten doen. Dat Brabanders kut zijn en Duitsers nog veel erger. Dat we zo oud waren. Dat iedereen zo jong was. Dat je iemand geen hand kon geven of je had gegarandeerd een soa. Dat het hotel wel wat beter mocht (en vooral het eten). Dat er nergens Spaans werd gesproken en dat Tapas blijkbaar niet bestond. Dat we niet bruin werden. Dat de wifi het niet deed…
En toen kwamen we terug in Nederland. In de stromende regen strompelde ik met mijn koffertje naar huis. Het gewone leven begon weer. Het kantoor is de plaats waar wij onze dagen spenderen en hoe leuk dat ook is, stiekem wil ik best weer integreren op Mallorca. Ze zochten er nog een propper. Ik zal dit morgen tijdens werkoverleg eens bespreken. Who knows waar wij ons straks 100% voor inzetten…







