Mijn vader was laatst weer eens op bezoek. We zien elkaar niet zo heel vaak, dus dat vond ik best leuk. Hij kwam even een kopje thee drinken nadat hij twee afspraken in Amsterdam had gehad. Ja mensen, dat was een dolle boel.
Mijn vader vroeg me hoe het in de liefde was. Nu moet ik daar eerlijk bij bekennen dat mi padre ook niet echt een held in de liefde is. Als we zijn liefdesgeschiedenis zouden bespreken, zijn we zeker 586 blogjes verder en dat wil ik zowel jullie als hem niet aandoen. Maar goed, terug naar die vraag dus. Hoe het in de liefde ging. Ja, wat zeg je daar dan op?
Ik vertelde mijn vader dat ik het niet zo goed wist allemaal. Maar dat ik na enig algemeen analyseren wel tot een conclusie was gekomen: ik val vaak op het onbereikbare. Als iemand niet gelijk op mij reageert, wordt het een soort spelletje. Dan wil ik iemand graag laten zien dat ik enorm interessant, getalenteerd, ambitieus, intelligent, knap, mooi, grappig, enfin, al die dingen en meer ben. Dat is natuurlijk heel fout enzo, dat weet ik, maar zo is het nou eenmaal. Daar kan ik ook niets aan doen. Misschien zit er iets mannelijks in mij. Iets met die ‘jacht’, waar die knapen het vaak over schijnen te hebben.
Maar zodra iemand te lief tegen mij gaat doen en de hele tijd gaat zeggen hoe leuk hij me wel niet vindt, krijg ik een soort allergische reactie. Dat is natuurlijk ook weer heel raar, want menig meisje vindt het leuk om te horen dat een mannelijk wezen haar leuk vindt. Ik heb dat beduidend minder. Als ik eenmaal een relatie heb met iemand waar ik gek op ben, oké, dan mag je best af en toe zeggen hoeveel je van me houdt en dat je de gelukkigste man op aarde bent omdat je met mij gaat, maar daarvoor moet je dat minimaliseren. Dan mag je het er één of twee keer ingooien zodat ik weet dat mijn speltactieken ook niet helemaal nutteloos zijn. En subtiel dan wel een beetje alsjeblieft.
Nu ik het zo opschrijf, vind ik het ook maar raar allemaal hoor. Ik heb er ook niet echt een verklaring voor, waarom ik dat nou heb. Mijn vader had na een algemene analyse wel een conclusie. ,,Jij hebt bindingsangst’’, gooide hij eruit. ‘Nou nou nou paps’, dacht ik bij mezelf, ‘is dat nou wel echt waar?’ En na nog een algemene analyse kwam ik tot de conclusie dat hij daar best eens gelijk in zou kunnen hebben.
Ik word heel nerveus bij het idee dat ik constant met iemand bezig moet zijn. Ik heb dat één keer gedaan en we kunnen allemaal een paar blogjes teruglezen om te weten hoe dat is afgelopen. Ben ik dus geen donder mee opgeschoten. Ik ben 21, in de bloei van mijn leven. Waarom zou ik dan constant met iemand op de bank gaan zitten, zoals ik veel vriendinnen zie doen? Nee, dat is niet voor mij weggelegd. Ik wil uitgaan met vrienden en vriendinnen, leuke dingen doen, mijn eigen keuzes maken zonder dat iets in mijn achterhoofd me herinnert aan mijn geliefde. Ik zou het absoluut niet erg vinden om een relatie te hebben, maar dat moet er dan wel eentje zijn waarin ik dit allemaal kan doen. En die vind je dus niet zo snel. Dat klinkt misschien een beetje egoïstisch, maar dat is het eigenlijk juist niet.
Misschien is het stom, omdat ik eventueel dingen laat lopen die heel mooi zouden kunnen zijn. Maar goed, als je echt voorbestemd bent voor elkaar, kom je ook bij elkaar als de bindingsangst een stuk minder is geworden. Of is de bindingsangst in één keer helemaal verdwenen. I don’t know. Tot die tijd kan ik in ieder geval samen met paps een ramp zijn in liefde en alles wat daarmee te maken heeft. Zeg vader, hoe zat het nou ook alweer bij jou?

