Het beste foute uurtje

Afgelopen weekend was er eentje in de categorie bijzonder. Niet alleen omdat ik officieel bier heb leren drinken (serieus, houd me tegen, ik vind het zo leuk, ik wil bijna 24/7 wel een biertje na jarenlang geploeter), maar ook omdat ik mezelf over had laten halen om begeleidster te zijn van een hockeyteam bestaande uit 15- en 16-jarige meisjes. Samen met beste freundin S. zat ik dus vast in Enschede, waar wij geacht werden onze meisjes in de hand te houden op een hockeytoernooi. Onmogelijke opgave dus.

Ik zal niet teveel in details treden over dit weekend (oké, om een klein beeld te schetsen: meisje van 15 uit eigen kots moeten halen, jongens uit tenten moeten slepen maar daar geen fut meer voor hebben, één van de organisatoren straf moeten geven omdat hij met één van onze 16-jarigen stoute dingen deed), maar laten we zeggen dat het af en toe een klein beetje vermoeiend was om te proberen een elftal pubers zich verantwoordelijk te laten gedragen. En dus was het zaterdagavond, na een zeer frustrerende, met kots van meisjes gevulde vrijdagavond, tijd om de bloemetjes buiten te zetten. Juist, S. en ik hadden besloten om onze lijfjes ook van wat alcohol te voorzien want geloof me als ik zeg dat die lijfjes erom schreeuwden.

We kwamen precies op het goede moment op het feest aan. Er was namelijk een “fout uurtje” bezig, met muziek die helemaal uit onze tijd was. I’m blue dabadie dabadai, ik kreeg er geen genoeg van. Toen de absolute topper: Casanova. Uit volle borst zong ik mee met zinnen als: me and Romeo have never been friendssss. Vriendje kan trouwens enorm goed dansen op dat nummer, en op nummers van Justin Bieber, maar dat terzijde. S. en ik stonden daar dus een beetje los te gaan, keken elkaar aan en wisten: tijd voor zwaarder geschut. Daarom togen wij richting dj-booth en vroegen daar op ons allercharmantst (en dus met een volume van 825): HEB JE OOK HAPPY HARDCORE JONGE!!!

Nou, happy hardcore had de speciaal voor deze avond in het leven groepen dj met dj-laptopfunctie wel. U kunt begrijpen dat S. en ik onmogelijk gelukkiger konden zijn en dus flink uit ons dak gingen. Ik lieg niet als ik zeg dat S. enorm goed kan hakken. Schijnt vroeger gabberes te zijn geweest. Geniaal. Ik dacht dat ik redelijk met mijn voeten kon schoppen, maar S. slaat alles (hemeltje wat een goede woordspeling, ik wijs jullie daar zelf maar op voor het geval dat jullie die over het hoofd zien). Na vier nummers gingen wij voldaan een nieuw biertje halen om er gelijk maar een sigaret bij te roken.

Nadat wij vrijdagavond de worst evening ever hebben gehad, was zaterdag een verademing. De meisjes gedroegen zich bijna voorbeeldig (geen enkel straaltje spuug). Funny part: wij hadden het idee dat onze kinders het niet zo’n heel strak plan vonden dat wij daar stonden te hakken. En te dansen. En keihard mee te zingen. En enorm dronken te worden. Een aantal scheve blikken kwam onze kant op, maar het kon ons helemaal niets meer schelen. S. en ik hadden de avond van ons leven, midden in Enschede, met een zaal vol pubers, maar met heerlijk bier en nog veel beter: een stukje jeugdsentiment. Het was het beste foute uurtje ooit. Hockey en hakken, dat gaat prima samen.

  
De groeten uut Enschede!

Schijnheilig

Ik houd van Nederhop, zoals ik het stug blijf noemen. Nederlandse ‘hiphop’, of Nederrap, ik kan er geen genoeg van krijgen. Regelmatig lachen mijn vriendinnen me uit, en het overgrote deel zal ik tot mijn spijt nooit mee krijgen naar een show van The Opposites of een hiphopfeestje in de Bitterzoet. ‘Dat zijn allemaal vrouwonvriendelijke mannen, met vrouwonvriendelijke teksten’, zei K. Ik ontkende natuurlijk gelijk, en begon over de diepere laag en de verborgen boodschap.

De albums van Twan en Willem (The Opposites dus) zijn nu al een tijdje uit. En ik vond ze, surprise surprise, leuk. Vooral die van Willem kon me bekoren, maar eerlijk is eerlijk, ik knikte mijn hoofdje ook bij wat nummers van Twan. Je Doet Als Een Lady bijvoorbeeld, ik heb me kapot gelachen om dat nummer. Maar toen het gister weer eens voorbij kwam op mijn iPod, viel me ineens een stukje op. ‘Er zijn vrouwen, en er zijn ho’s. Het schuilt in vele chicks, misschien de jouwe ook’. Ehm, say what? Laat me dat nog een keer beluisteren.

In het kort komt het erop neer dat bijna alle vrouwen ho’s zijn, naar de Jimmy Woo gaan om aandacht te krijgen en rijke mannen te spotten (kan ik me nog enigszins in vinden, de keren dat ik in de Jimmy ben, erger ik me kapot aan het volk daar), dat we golddiggers zijn en dat er geen betrouwbare vrouwen bestaan. Ik luisterde nog wat andere liedjes uit de ‘scene’ en kwam na wat geanalyseer tot een aantal schrikbarende conclusies.

De ‘hiphopscene’ is een mannenwereld. Wij vrouwen horen daar niet in thuis. Wij zijn slechts figuranten. Vrouwen worden gezien als lustobject. Chicks zijn er om geneukt te worden, om nummers over te schrijven (vaak op een negatieve manier) of om het feest op te leuken. Chicks zijn speeltjes, die gebruikt worden als ze nodig zijn en daarna weer weggegooid worden. Hoe schijnheilig dat we daarna als ho’s bestempeld worden?

Persoonlijk ben ik er ook van overtuigd dat je als vrouw zuinig op jezelf moet zijn. Weinig kans dat ik voor één nacht in de charmes van een rapper trap. Maar ik vind ook dat we in een tijd leven dat vrouwen lekker zelf moeten bepalen wat ze doen, met wie ze dat doen, wanneer ze dat doen en hoe vaak ze dat doen. Ik beland niet elk weekend ergens anders, maar ik ken wel meiden die hier niet vies van zijn. So what, doe je ding en ik doe het mijne. Maar waarom is dit gedrag voor mannen wel geoorloofd en voor vrouwen nog steeds niet?

Ik vind het jammer dat er zo snel geoordeeld wordt en dat vrouwen snel een stempel krijgen. Eerlijk toegegeven, ik had ook een beetje plaatsvervangende schaamte toen ik bij een show van Flinke Namen was en doorkreeg dat 99% van de vrouwen daar alleen was omdat ze een beschuitje met Sef wilden eten, of toen ik weer eens in de Bitterzoet stond waar 80% een dame is die heus niet alleen voor de muziek komt. En eigenlijk zou dit me niet moeten boeien, maar het was toch even een pijnlijk momentje tijdens mijn gefilosofeer. Want de kans is groot dat ik ook word aangezien voor zo’n objectje, en niet voor iemand die bijna elke letter van Fresku’s album kan spellen.

Nu kan ik natuurlijk mijn vriendinnen gelijk geven, en me alleen nog maar bezig houden met house, techno en andere blieperdeliep muziekjes, om zo niet het risico te lopen dat ik word aangezien voor mevrouw ordinair, maar dit alles uit mijn systeem hebbende, vind ik dat ik straks gewoon rustig mijn iPod op mag zetten om weer los te gaan op hoeren, sletjes en stofzuigers. Ik ben denk ik ook een beetje schijnheilig. Misschien moet ik er eens een nummer over schrijven. En me dan kapot lachen om mannelijke groupies. Dus.

Roxanne

Laatst kreeg ik spontaan 685 gedachten door elkaar. Het drong namelijk ineens tot me door: ik heet Roxanne. En Roxanne is eigenlijk maar een rotnaam.

Ik werd lichtelijk paniekerig. Opeens kwam het besef: er is een liedje dat Roxanne heet en dat liedje gaat over een hoer. Ja, haar naam spreek je op zijn Engels uit en mijn naam op zijn Nederlands, maar toch. Dat liedje is er.

De meeste mensen kennen mij als Rox. Zo stel ik me ook voor. Roxanne kan ik zelf al amper uitspreken (spraakgebrekje ofzo), dus dat bespaar ik anderen ook. Daarnaast past Rox op de één of andere manier gewoon beter bij me. Maar ik kan nu eenmaal niet ontkennen dat mijn echte naam Roxanne is. Dus als ik mensen leer kennen en ze vragen: ‘Rox van Roxanne?’ zeg ik ja. Soms zeg ik ook wel eens ‘Nee, Rox van Rox’. Dat doe ik nadat ik een paar keer heb gezegd dat het inderdaad Rox van Roxanne is. Want standaard krijgen we dan hetzelfde tafereel (waar ik na een tijdje dus moe van word)…

Man in kwestie (hierna te noemen Mik): ‘Rox van Roxanne?’
Rox: ‘Ja, Rox van Roxanne.’
Mik: ‘ROXANNE! You don’t have to put on the red light… Blurlurlur’
Rox: ‘Origineel!’ *loopt weg*

Afgelopen zondag op Appelsap gebeurde het ook. Een aantal mensen die ik lang niet had gezien, kwam ik spontaan tegen. En ja hoor, ze kregen me in het vizier en één van hen gooide er spontaan een Roxanne uit. Zelfs mensen die ik ken, kunnen het niet laten. Hij kan mooi zingen, daar niet van, maar het hoeft van mij gewoon echt niet.

Soms doe ik bij die onbekenden nog wel eens de moeite om uit te leggen dat je mijn naam niet uitspreekt als Roksen, en dat ik dat liedje inmiddels iets te vaak heb gehoord, maar het heeft weinig zin hoor. Ik ben overigens ook niet vernoemd naar dit nummer (nogal wiedes trouwens, mijn moeder is gek, maar zo gek nou ook weer niet, gelukkig) dus eigenlijk zijn die spontane serenades ook niet helemaal op zijn plaats.

Mensen die Roxanne naar hun hoofd krijgen gegooid, reageren vaak nogal hard. Eng soms. Blijkbaar is mijn naam echt een no go en brengt het uitspreken daarvan een visioen met zich mee waar vooral dames van lichte zeden in voorkomen. Schokkend, heel schokkend. En jammer.

Mijn moeder weet me al jaren te vertellen dat Roxanne morgenstond betekent. Surprise: ik ben in de ochtend geboren. Anyway, ik geloof haar. Ik vind het gewoon een veel fijner idee om te denken aan mooie ochtenden (alhoewel ik een nachtmens ben, maar dat zijn details) dan aan die chickies op de Wallen.

Ik zal het Sting nooit vergeven. Met dank aan die oetlul weet niemand nog dat Roxanne van Roxana afstamt, een Perzische prinses. Nee, dankzij Sting wordt mijn naam verguisd over de hele wereld, durft niemand zijn of haar dochter nog Roxanne te noemen en krijg ik bijna wekelijks een valse ‘lofzang’ naar mijn hoofd. Ik hoop dat iedereen Sting een lul vindt.

Een dutje

We hadden net voetbal gekeken. Een bierdouche of 15 over me heen gekregen. Maar het was niet erg, want we hadden gewonnen van Brazilië. Fucking gewonnen van Brazilië. Daar neem ik graag een bierdouche voor in ontvangst.

Na het voetbal kijken op het Westergasterras, gingen we bbq’en in het park. Daar ik ongeveer twee minuten van het park af woon, had ik eerst even een gewone douche genomen. Om me daarna dus snel weer aan te sluiten bij de bbq.

Het was gezellig. Ik kende de helft niet, maar ach, wat maakt het uit.. We zaten op het gras naast het babybadje en aten, spraken en dronken met elkaar. Na het eten had ik last van een after dinner dip. Dat is niet gek want het was vrijdag. En op vrijdag ben ik na een lange week stage altijd uitgeteld. Dus ik ging maar eens liggen.

Uitgestrekt op het kleed keek ik naar boven. Ik zag wat boombladeren en heel veel lucht. Blauwe, heldere lucht. Ik werd er ontzettend rustig van. Dat is knap voor mijn doen. Slapen ging lastig worden, Faithless was namelijk zijn kunsten aan het vertonen op Live at Westerpark, en wij hadden dus plaats genomen naast het hek (inmiddels zag het zwart van de mensen), dus ik dacht na. Filosofeerde over het leven.

En toen, toen ik van achter mijn zonnebril naar boven keek, kwam opeens het besef. HET besef. Ik heb geen maat 34. Misschien kwam het ook doordat er een stuk of zes danseressen om me heen zaten, die ook danseressenlichamen hebben en wel maat 34 passen. En die in bikini aan het bbq’en waren. Maar hoe dan ook, dat besef.

Ik dacht er nog eens wat langer over na. Heb ik een buikje? Ik prefereer trouwens het woord welvaart, maar dat terzijde. Ik kwam tot de conclusie dat dat maar aan je eigen perceptie ligt. Vergeleken met ma Tokkie ben ik namelijk een modelletje, maar zet me niet naast Victoria Beckham want dan lijk ik een Tokkie after all. In ieder geval, die riem die ik vaak voor mijn buik draag, zit er niet omdat ik een sixpack heb.

Het nadenken ging steeds verder. Ik bedacht me hoe oneerlijk het leven wel niet was. Ik heb een natuurlijke aanleg om er gauw een pondje bij te kweken. Zit in de familiegenen, denk ik. Mijn oma heeft de verkeerde mannen gekozen. Zij zelf is namelijk ontzettend slank, maar mams, tante en ik kunnen dat tweede gebakje beter laten staan. Van mijn vaders kant ook geen greintje vet te bekennen. Mijn nicht beweert dat ze ook aanleg heeft, maar dat geloof ik niet. Bij haar zie ik het nergens voller worden als ze de Tuna Melt Bagel eet bij Bagels&Beans (mijn favoriet, het is me tot op heden niet gelukt om ‘m zelf te fabriceren, maar dat terzijde..) Terwijl ik tegenwoordig, puur voor de zekerheid, uitwijk naar andere bagels.

Ik ben niet dik, ik heb geen overgewicht. Maar ik ben ook zeker niet dun en heb zeker geen ondergewicht. Sommigen beweren dat ik gevuld ben op de goede plekken, en verheerlijken mijn rondingen. Ik ben het er graag mee eens. Het is alleen wel zo dat ik al tijden zo’n hippe hotpants in mijn kast heb liggen. Ongedragen. En dat is niet alleen omdat mijn benen zo ongeveer licht geven van de witheid (ik kan dus niet op het strand liggen sinds ik tot het klootjesvolk behoor), maar ook omdat ik vind dat ik het gewoon niet moet dragen. Volgens S. onzin, maar toch.

Het is toch ook allemaal wat. Ik heb echt geen problemen met mijn lichaam. Maar nu het warme weer zich laat zien, bedenk ik me wel dat mijn buikje best wat getrainder voor de dag mag komen. Die 50 sit-ups per dag hebben eerder niet veel uitgemaakt, maar dat kwam misschien ook doordat ik het maar drie dagen vol heb gehouden. Tijd voor een nieuwe start.

Ach, wat maakt het ook allemaal uit. Ik heb dan geen maat 34, maar op 44 zit ik ook zeker niet! Smaken verschillen. Ik heb geen problemen met mijn lichaam, dus waarom moet iemand anders dat wel hebben? Dat is dan zijn of haar makken toch? En gelukkig heb ik een spetterende persoonlijkheid.

Ik keek weer naar boven. Dacht nog even na. Keek met een jaloerse, maar ook respectvolle en vooral neutrale blik naar mijn vriendin de danseres (let’s not forget dat ze er keihard voor gewerkt heeft en de sit-ups wel gedisciplineerd deed) en bedacht me dat er in het leven ook ruimte moet zijn voor vrouwen met borsten, billen en een klein wijnbuikje. Houvast noemen ze dat ofzo? En buiten dat, ik heb toevallig een vestje maat 34 in de kast, en die past gewoon. Ietwat kort, maar hij past. I felt lucky.

En zo viel ik, met alle drukte om me heen, de BBQ-geuren in mijn neus, de heldere lucht boven me en Faithless op de achtergrond, toch nog even lekker in slaap. En ik droomde over borsten, billen en buiken. En de bbq van aanstaand weekend, waar de whiskeysaus mijn beste vriend zou zijn.

Tandartstaferelen

Ik had me maar lam gezopen. Dat leek me de beste optie. Mijn tandartsangst is namelijk groter dan China en Rusland bij elkaar. Dus drie flessen wijn, dat was nog wel het beste idee van de dag. De dag voordat de hel begon.

Ik was al zes jaar niet naar de tandarts geweest toen ik vorige maand bij A. in de behandelkamer stapte. Ik moest bij het zien van zijn hoofd al huilen. Dat is verder niets persoonlijks hoor. Maar goed, bij elke stap die ik deed, kwam er weer een stortvloed aan tranen. A. wist niet zo goed wat hij ermee aanmoest. Eenmaal op de tandartsstoel voerde hij de controle dan ook grondig maar ietwat haastig uit. ,,Geen gaatjes”, concludeerde hij. Na zes jaar, geen enkel gaatje! Ik wilde al gaan glimlachen. ,,Maar je verstandskiezen moeten er wel uit.” In plaats daarvan begon ik maar weer keihard te janken. ,,Ohja, ehm, ik weet niet zo goed hoe ik dit moet brengen, maar wil je volgende keer misschien iemand meenemen?” Nog harder huilend liep ik de kamer weer uit.

Eenmaal thuis mijn moeder opgebeld. Die me dwong de tandarts te bellen. Om sorry te zeggen en een afspraak te maken. Moederskindje als ik ben, heb ik dat gedaan. En donderdag was het dus zover.

Ik weet niet hoe, maar ik ben die ochtend uit bed gekropen. En dat is knap, aangezien ik NIET meer weet hoe ik er woensdagnacht IN ben gekomen. Een koude douche hielp niet, een warme ook niet. Met moeders liep ik uiteindelijk naar de tandarts (ik moest tenslotte iemand meenemen), maar voor de gezelligheid had ik ook mijn kegel meegenomen. Met een veel te laag decolleté (,,Zoiets draag je anders nooit!”, aldus moeders) wilde ik de aandacht van mijn kater weghalen.

Mijn moeder probeerde me nog gerust te stellen. ,,Elke ervaring gaat voorbij”, riep ze. En: ,,Je woont al jaren op jezelf, dat ik mee moet naar de tandarts is al erg genoeg. Dus je moet je er doorheen slaan.” Verder drukte ze me op het hart de tandarts vooral niet te bedreigen, zoals ik bij de dokter ooit heb gedaan. Ik had daar trouwens zo een taakstraf voor kunnen krijgen, maar dat is weer een ander verhaal.

Ik kwam bij de tandarts-implantoloog, zoals dat met een mooi woord heet. Die inspecteerde mijn mond nog eens en concludeerde dat hij er nog een speciaal boortje bij moest hebben. Tijd voor mijn iPod. Het album van Fresku moest me redden. Niet alleen van de boor, maar ook van de stem van de tandarts-implantoloog. Die praat namelijk nog hoger dan Mariah Carey zingt.

Toen de tandarts-implantoloog met de verdovingsspuit voor mijn ogen zwaaide, begonnen mijn handen ook te zwaaien. ,,Dat is gevaarlijk”, riep hij. ,,Jij en die spuit zijn gevaarlijk”, riep ik huilend terug. Uiteindelijk werden mijn handen ergens onder gestopt, ik kon ze niet meer bewegen. Mijn moeder hield me vast aan mijn enkels. Een soort menselijke dwangbuis dus. Verdoving erin, toen ging het vrij snel. Huilend onderging ik de ingreep. Ik hoorde het kraken, ik voelde hem draaien, maar ik heb me stoer gehouden. Niet gegild, zachtjes gehuild, en geen bedreigingen geuit. Toen de hel eenmaal voorbij was, wist ik niet zo goed waar ik het moest zoeken, ik was vooral blij dat de verdoving nog zijn werk deed.

De tandarts-implantoloog vond me ook een ‘grote meid’. ,,Zie ik je volgende maand weer”, vroeg hij. ,,Doen we de linkerkant!”

Laat me dat even analyseren. Ik heb met een hamsterwang op Awakenings gelopen en dat heeft mijn reputatie geen goed gedaan. Ik zit nu op mijn stage en heb al een aantal scheve blikken mijn kant op zien gaan. In de trein wilde er niemand naast of tegenover me zitten, terwijl de drie stoelen bij mijn vierzit de enige lege stoelen in de hele coupé waren. Ik heb al vier-en-een-halve-dag amper gegeten en drink voornamelijk door een rietje. Ik kan geen bekenden onder ogen komen, de schaterlach van mijn broer zei me namelijk genoeg. Ik heb dagenlang nabloedingen gehad en op stage hangt een levensgrote foto van mij met dikke wang.

Of hij me volgende maand weer ziet. Ik denk het niet vriend.

My Life Be Like

Ooit, in een ver, heel ver verleden, vroeg een vriendin aan mij of ik wel eens van The Grits had gehoord. ‘Never’, dacht ik. ,,Tuurlijk’’, zei ik.

Oké, zo ging het helemaal niet. Ten eerste is het maar een jaar of drie/vier geleden en ten tweede zei ik eerlijk dat ik ze niet kende. Mijn vriendinnetje pakte haar iPod en zocht een nummer op. My Life Be Like heette het. ,,Luister maar even. Dit is echt wat voor jou’’, zei ze. En ze gaf de iPod aan mij.

Ik deed de oordopjes in en luisterde bijna vier minuten aandachtig naar de muziek die mijn oren vulde. ‘Lekker nummer’, dacht ik. ,,Lekker nummer’’, zei ik. Ik zal jullie niet verder vervelen met het verloop van de rest van de avond (alcohol, alcohol en ehh alcohol, ja, ik drink al een tijdje) dus ik skip gelijk naar de dag erna.

De volgende dag dook ik dus achter mijn computertje en downloadde een stuk of wat nummers van The Grits. Het viel me een beetje tegen. Het waren leuke nummers, maar My Life Be Like bleef toch echt mn favoriet. Grijs gedraaid, heb ik het nummer. En na vijf keer luisteren kende ik de tekst al bijna uit mijn hoofd. Het schijnt trouwens ook in één of andere mannenfilm voor te komen (iets met fast en furieus ofzo).

Een stukje in het bijzonder viel mij op.
“The fear of never falling in love, and the tears after losing the feelings of what you thought love was”
Hoe waar zijn de zinnen die hier gezongen (of meer gerapt) worden? Hoe vaak hebben wij mensen al met deze gevoelens te maken gehad? Tegenwoordig kan ik het nummer niet meer horen, maar als het dan toch voorbij komt via de shuffle functie van mijn iPod, MOET ik wachten totdat ik deze zin heb gehoord. Ik herken mezelf hier zwaar in.

Ik kan namelijk wel eens een dramaqueen zijn. Dat was jullie vast nog niet opgevallen. Maar dat is dus zo. Ik ben ook een hopeloze romanticus. Verlies mezelf binnen één minuut aan een man en vind hem drie dagen later niet meer leuk. En na zes herhalingen van dit voorval word ik bang, heel erg bang. Vaak bel ik mijn moeder of vriendinnen op. ,,IK VIND NOOIT EEN VENT!’’, roep ik dan keihard. ,,IK BLIJF ALTIJD ALLEEN. MET KATTEN. OF MET ZES KINDEREN VAN ZEVEN MANNEN.’’, schets ik mijn toekomstige situatie (troost je, ik geloof er niet echt in dat ik zo eindig, en wil het ook niet, maar zo LIJKT het gewoon af en toe). ,,IK BEN ZELFS NOG NOOIT MET EEN MAN OP VAKANTIE GEWEEST, EN JULLIE WONEN AL SAMEN! IK BEN EEN LOSER. FUCK MY LIFE!’’, voeg ik er nog aan toe.

En dan, opeens, BAM. POW. Nog een keer BAM. Dan heb ik HEM gevonden. DIT IS HEM. NOOIT MEER ZOEKEN. NOOIT MEER VINDEN. NOOIT MEER TEGENKOMEN. DIT IS HEM. De man in kwestie weet me langer dan drie dagen te boeien en dat is interessant, zeer interessant. Ik ga iemand leuk vinden, maak mezelf wijs van niet, word verliefd, maak mezelf nog meer wijs van niet, verlies mezelf in the moment, verwaarloos vriendinnen, bel en sms te veel, reis de hele wereld over om bij die persoon te zijn en dan is het weer klaar. On-fucking-troostbaar. Tranen met tuiten. De hele wereld is een verachtelijke plaats. What the fuck doe ik hier nog? Everything sucks. En dan leef ik een week of wat in mn bed. The fear of never falling in love and the tears after losing the feelings of what you thought love was.

Maar goed, terug naar The Grits en mn vriendinnetje dus. Leuk nummer. Hoorde het net toevallig op mn iPod.

Goudvisboogje

Ik heb een veel te grote mond. Maar ook al zeg ik vaak iets als grap, ik ben dan ook wel weer zo stoer dat ik het gewoon doe. Ik zei bijvoorbeeld dat ik wel even een cd zou gaan recenseren. Dat kon ik makkelijk.

Een cd recenseren is natuurlijk ook niet heel moeilijk. Ik moet echter bekennen dat ik ooit tegen een flirt van me heb gezegd dat de concentratieboog van een aap nog vele malen groter was dan de zijne. Zelfs die van Bonnie st. Claire leek beter. Maar als ik even heel objectief naar mezelf kijk, breng ik het er ook niet goed vanaf. Ik doe zestig dingen tegelijk en ja, dat brengt me wel eens in problemen of tijdnood.

Ik heb er nog eens over nagedacht, dat recenseren. En ik dacht aan een paar weken terug, toen ik de albums van Willem de Bruin en Twan hoe heet ie ook alweer (ja, The Opposites dus) op miraculeuze wijze gratis op mijn laptop en iPod heb gekregen (downloaden, neeeee, hoe kom je erbij?). De helft van de liedjes heb ik amper geluisterd. Maanden keek ik naar die albums uit. Toen ze er eenmaal waren, nam ik niet eens de moeite om ze goed te analyseren. Liedjes waarvan ik de eerste twee noten leuk vond, mochten afgedraaid worden. De rest kon op een dikke ‘next’ rekenen.

Zo gaat het precies met mijn iPod. Ik zet mn iPod standaard op shuffle, maar ik vraag me af of het veel uitmaakt. Negen van de tien keer pak ik bij een nieuw nummer mijn muziekspelertje om rigoureus op knopjes te drukken. Waarom al die nummers op mn iPod staan terwijl ik ze toch niet luister? GEEN IDEE! Echt niet. Misschien moet ik voortaan geen hele albums meer downloaden.

Mijn tv ondergaat hetzelfde lot. Iedereen heeft een hekel aan reclames, maar ik zap zelfs middenin Friends. Zonder doel, serieus. Het gaat puur om het zappen. Dan vind ik het niet meer boeiend, terwijl Rachel juist nét een leuke grap maakt. Zelfs mijn favoriete series, waaronder Grey’s Anatomy, kan ik gewoon niet afkijken. Het is me zelfs een keer gebeurd bij Jersey Shore! Moet je nagaan! Dan weet je gewoon dat er iets goed mis is.

Maar ondanks mijn zelfkennis, ga ik verdomme die cd recenseren. Om aan de hele wereld (lees: vooral mezelf dus) te bewijzen dat ik het wél kan! Ik kan een hele cd afluisteren, dat kan ik echt. En ik kan heus op een objectieve en prettig leesbare manier vertellen wat ik ervan vind. Ik ben er klaar voor. Ik hoop alleen van harte dat het er niet eentje van Guus Meeuwis is. Want dan word ik wel heel erg op de proef gesteld. En ik ben bang, dat mijn concentratieboog op het niveau goudvis het niet overleeft.