Integreren

Ik had enorm behoefte aan de zon. Na jarenlang studeren met werken gecombineerd te hebben en tussendoor/zelfs tijdens studeren en werken nog flink ziek geweest te zijn, stortte ik na mijn afstuderen redelijk in. Jammer, want laat ik nu net een leuke baan hebben om te sparen voor mijn master. En daar wil ik me graag 100% voor inzetten.

Gelukkig begreep mijn baas dat wel, want mijn baas is ook mijn nicht. Mijn nicht had ook een drang naar zon. En daar we al de hele week bij elkaar op kantoor zitten, vonden wij het een reuzegoed idee dit ook in een hotelkamer te proberen. Zo werd het één van mijn onofficiële werktaken om een enigszins betaalbare last minute te zoeken.

Tenerife leek ons wel wat, maar doordat de kattenoppasser die we voor de beestjes van nichtlief op het oog hadden niet snel genoeg reageerde, ging deze droomvakantie aan ons voorbij. Veel gescheld, geklik, gezeur en vooral veel uren later, hadden we geboekt. Mallorca was onze bestemming.

Lieve lieve lieve kinderen, godsallemachtig, hemeltjelief, WHAT THE FUCK HEBBEN WE GEDAAN. Mallorca blijkt een waar partyparadijs voor Duitsers, Brabanders en een enkele Westlander (het Westland is dat gedeelte tussen Den Haag en Delft geloof ik). Nicht (33, gedoopt 27, meermalig geschat op 22) en ik (22, wegens mentale voorbereiding op 12 septemer gedoopt tot 23 en meerdere malen geschat ergens tussen de 18 en de 40) voelden ons oud. Heel erg oud. Wij wilden gewoon een bejaardenvakantie met een stapel boeken en hier en daar het geluid van krekels of een vogel.

Boeken heb ik wel gelezen. Drie in totaal. Dit moest ik in de ochtenduren goed plannen, als elke lavenloze puber zijn of haar roes aan het uitslapen was. Nicht en ik hadden het snel door: we kunnen zeiken of integreren. Het werd een combinatie van beide.

We integreerden. We vonden een Nederlandse stamkroeg met lieve mensen. Hebben op de eerste dag per stom toeval een fantastische chick ontmoet met wie we de hele week zijn opgetrokken. We dronken sangria (maar dan neppe), cocktails, bier en natuurlijk vodka. We zijn een keer bijzonder dronken geworden. Ons katervoedsel bestond uit pizza. Elke avond opnieuw trapten we erin.

En we zeurden. Dat we beter research hadden moeten doen. Dat Brabanders kut zijn en Duitsers nog veel erger. Dat we zo oud waren. Dat iedereen zo jong was. Dat je iemand geen hand kon geven of je had gegarandeerd een soa. Dat het hotel wel wat beter mocht (en vooral het eten). Dat er nergens Spaans werd gesproken en dat Tapas blijkbaar niet bestond. Dat we niet bruin werden. Dat de wifi het niet deed…

En toen kwamen we terug in Nederland. In de stromende regen strompelde ik met mijn koffertje naar huis. Het gewone leven begon weer. Het kantoor is de plaats waar wij onze dagen spenderen en hoe leuk dat ook is, stiekem wil ik best weer integreren op Mallorca. Ze zochten er nog een propper. Ik zal dit morgen tijdens werkoverleg eens bespreken. Who knows waar wij ons straks 100% voor inzetten…

Nederland moet shoppen

Vroeger (lees: voor de laatste keer in het eerste weekend van juni) was ik nog wel eens in Madrid. Ik vind het daar altijd heerlijk. Vriendinnetje L. woont daar, dus ‘ik ga haar opzoeken’ is een verdomd goed excuus voor een uitgebreide shopsessie.

In Madrid leer je heel veel. Bijvoorbeeld dat je zestig soorten Manchego hebt (hmmm lekker). Of dat Spanjaarden klein en harig zijn. Dat blond zijn awesome is in Madrid. Dat er ook in de Spaanse hoofdstad enorm veel hoe ehh ik bedoel prostituees te bekennen zijn en dat als NIEMAND de club Sala Palacio kent, je er ook zeker niet heen moet gaan. Want inderdaad, het is een tent waar, zoals S. het mooi verwoordde, zpp’ers in de vrije liefde bezig zijn met netwerken. Maar nog belangrijker: je leert er waarom de crisis in Spanje zo heftig is.

Als je heel het centrum rond hebt gelopen, heb je dorst. Als je dronken bent geworden en met een kater wakker word, heb je honger. In zo’n geval strijk je neer op een terrasje en hoop je dat er, zoals in Nederland, binnen no time iemand is die jou van je wensen voorziet. In Spanje hebben ze daar een beetje schijt aan. In Spanje gaat het allemaal niet zo snel. De serveerster of serveerder ziet je wel zitten, maar hij heeft even geen zin om naar je toe te komen. Of hij neemt een bestelling op aan de tafel naast je, en dan is het natuurlijk véél makkelijker om EERST die bestelling in te voeren, op die bestelling te wachten, die bestelling weg te brengen, weer terug te lopen om je opschrijfboekje te pakken en dan pas naar je toe te komen. Logisch. Verdomd logisch. Waarom doen we dat in Nederland niet?

In winkels voelen Spanjaarden zich niet geroepen om je te helpen. Ik spreek dan toevallig een aardig woordje Spaans, maar de meeste toeristen niet. Spanjaarden spreken daarentegen ook geen Engels. En zijn niet van plan om dat te leren. Als je een andere maat schoenen nodig hebt, is het dus het proberen waard om met je handen ongeveer de grootte van je voet na te doen. Of, als er een maat in je schoen staat, je schoen uit te trekken en de maat te laten zien. Uiteraard moeten ze dan eerst met hun collega praten voordat ze deze juiste maat gaan pakken.

Yep, ik snap wel waarom de crisis in Spanje zo groot is. Van efficiënt werken hebben ze daar nog nooit gehoord. Ik zou ze allemaal zo een horecacursus kunnen geven. Maar goed, ik ben de moeilijkste niet. Ik geniet wel extra van mijn wijntje, bestel er desnoods twee tegelijk en geniet van alle tapas. Als Spanje failliet gaat, heeft het aan ons niet gelegen. Met recht kan ik zeggen dat wij de Spaanse economie big time gestimuleerd hebben. Maar als de Spaanse werknemers met wat meer motivatie aan de slag gingen, waren er vast meer mensen die dat deden. Gelijk een oplossing voor ons kikkerlandje. Nederland moet niet zeiken. Nederland moet gewoon shoppen.

Kut klassieke muziek

Het leven als single vrouw is niet gemakkelijk. ,,Schrijft ze nou weer een blog over haar mislukte liefdesleven?’’ Welja, dat doe ik gewoon, niet in de minste plaats omdat er veel vraag naar is en de meeste van mijn lezers het fantastisch vinden om zichzelf te trakteren op wat ontzettend gefaal van mijn kant.

Kijk, heeeeeeel soms, heb ik wel eens het idee dat een vriendje best leuk zou zijn. Omdat je dan lekker kunt knuffelen en gewoon tegen iemand aan kunt zeiken als je pms hebt, omdat je je vriendje dan naar de Appie kan sturen omdat je zin hebt in chocola,  omdat je dan niet alleen naar feestjes hoeft of omdat je wat aanmoediging nodig hebt als je de motivatie voor je scriptie even kwijt bent (dit is eigenlijk de voornaamste reden) en deze dingen komen eigenlijk vooral in me op als ik naar klassieke muziek luister en die luister ik als ik aan mijn scriptie werk omdat het me niet zo afleidt maar dus wel enigszins laat nadenken over het leven. Maar goed, dit is slechts heel soms want ik luister tenslotte maar elke dag naar klassieke muziek omdat ik maar elke dag aan mijn scriptie zit.

Maar goed, heel vaak heb ik dus, zoals vorige keer ook al beschreven, het idee dat single zijn fantastisch is. Bijvoorbeeld afgelopen weekend. Daar de kans groot is dat ik eind deze maand EIN-DE-LIJK beter wordt verklaard (al moet ik nog twee onderzoekjes afwachten, maar ik blijf positief!), probeer ik langzaam weer mijn stapjes in de stad te zetten (haha). Ik ging zaterdag eind van de middag dus even een borreltje doen en dit werd allemaal iets later dan verwacht, maar goed, het was weer genieten. Oh jongens, wat heb ik het flirten toch gemist. Ik denk dat mijn vriendinnen dat ook wel gemerkt hebben, want de helft van de tijd stond ik even met een wezen van het mannelijk geslacht te kletsen, te dansen of hem een drankje af te troggelen. Voor alle vrouwen die ook geen bier drinken heb ik hier een tip om er een mixje uit te slepen. Man zegt: ,,Wil je iets drinken?’’ Vrouw zegt: ,,Oh, haha, nee hoor, ik drink duur.’’ Man gaat nu nadenken en wil niet gierig overkomen en bovenal de alfaman uithangen maar vindt het wel heel aardig dat je eraan denkt dus zegt: ,,Joh, lekker boeiend, wat wil je drinken?’’ Zo doe je dat dus. En voor de dierenarts die ik zaterdag sprak: ondanks dat ik deze truc bij jou heb uitgehaald, vond ik je echt heel aardig dus als je deze blog ooit nog terugvindt zoals je hebt beloofd, dan weet je dat ik geen gebruik van je heb gemaakt!

Ik vond het zaterdag ook fantastisch dat ik single was omdat ik een man van 36 even een egoboost heb gegeven. Leuke vent om te zien nog, maar duidelijk niet op zijn plek op het feestje. Kijk, ik ben dan zo aardig dat ik hem complimentjes ga geven (en die in ontvangst neem). Het is zó leuk om te analyseren hoe mannen reageren op een vrouw. Het is allemaal niet zo moeilijk. Ik heb die man iets gegeven waar hij weer een jaar op kan teren: aandacht van een 22-jarige.

Of toen ik zaterdag die jongen sprak die zijn eigen naam niet meer zo goed wist. Na een paar minuten wilde hij nooit meer met zijn vrienden mee. Dat was dan weer een egoboost voor mij. Met een vriendje zou ik nooit zo spontaan zijn en zoveel nieuwe vrienden opduikelen (hahaha nee grapje, dronken mensen worden alleen maar vrienden voor een avond). En het toppunt was nog wel de twee Vrije Scholieren die ik tegenkwam waarmee ik de aloude spreuk heb opgezegd!

Nou en dan tijdens die klassieke muziek kom ik dus enorm in een tweestrijd. Want tenslotte zijn al mijn vriendinnen geen vrijgezel meer, woont de helft samen en blijft het uitgaan dus sowieso redelijk beperkt (is nu nog niet zo erg, moet toch zes jaar bijkomen van twee wijntjes). En dan denk ik van, ja Jezus (leuk, Word deed Jezus automatisch met een hoofdletter), kut klassieke muziek, je verpest weer alles, want zonder jou kan ik die klotescriptie niet afmaken maar met jou denk ik tussendoor veel te veel na over het leven en vooral het leven van andere mensen en daar heb ik geen zin in want ik geniet zo lekker van beter worden én mezelf verbeteren en van allerlei andere dingen.

Maar goed, de bottom line van dit hele verhaal is dus eigenlijk dat ik op zoek ben naar muziek waarbij je én aan je scriptie kunt werken én niet teveel nadenkt. Behalve over je scriptie dan.

Het beste foute uurtje

Afgelopen weekend was er eentje in de categorie bijzonder. Niet alleen omdat ik officieel bier heb leren drinken (serieus, houd me tegen, ik vind het zo leuk, ik wil bijna 24/7 wel een biertje na jarenlang geploeter), maar ook omdat ik mezelf over had laten halen om begeleidster te zijn van een hockeyteam bestaande uit 15- en 16-jarige meisjes. Samen met beste freundin S. zat ik dus vast in Enschede, waar wij geacht werden onze meisjes in de hand te houden op een hockeytoernooi. Onmogelijke opgave dus.

Ik zal niet teveel in details treden over dit weekend (oké, om een klein beeld te schetsen: meisje van 15 uit eigen kots moeten halen, jongens uit tenten moeten slepen maar daar geen fut meer voor hebben, één van de organisatoren straf moeten geven omdat hij met één van onze 16-jarigen stoute dingen deed), maar laten we zeggen dat het af en toe een klein beetje vermoeiend was om te proberen een elftal pubers zich verantwoordelijk te laten gedragen. En dus was het zaterdagavond, na een zeer frustrerende, met kots van meisjes gevulde vrijdagavond, tijd om de bloemetjes buiten te zetten. Juist, S. en ik hadden besloten om onze lijfjes ook van wat alcohol te voorzien want geloof me als ik zeg dat die lijfjes erom schreeuwden.

We kwamen precies op het goede moment op het feest aan. Er was namelijk een “fout uurtje” bezig, met muziek die helemaal uit onze tijd was. I’m blue dabadie dabadai, ik kreeg er geen genoeg van. Toen de absolute topper: Casanova. Uit volle borst zong ik mee met zinnen als: me and Romeo have never been friendssss. Vriendje kan trouwens enorm goed dansen op dat nummer, en op nummers van Justin Bieber, maar dat terzijde. S. en ik stonden daar dus een beetje los te gaan, keken elkaar aan en wisten: tijd voor zwaarder geschut. Daarom togen wij richting dj-booth en vroegen daar op ons allercharmantst (en dus met een volume van 825): HEB JE OOK HAPPY HARDCORE JONGE!!!

Nou, happy hardcore had de speciaal voor deze avond in het leven groepen dj met dj-laptopfunctie wel. U kunt begrijpen dat S. en ik onmogelijk gelukkiger konden zijn en dus flink uit ons dak gingen. Ik lieg niet als ik zeg dat S. enorm goed kan hakken. Schijnt vroeger gabberes te zijn geweest. Geniaal. Ik dacht dat ik redelijk met mijn voeten kon schoppen, maar S. slaat alles (hemeltje wat een goede woordspeling, ik wijs jullie daar zelf maar op voor het geval dat jullie die over het hoofd zien). Na vier nummers gingen wij voldaan een nieuw biertje halen om er gelijk maar een sigaret bij te roken.

Nadat wij vrijdagavond de worst evening ever hebben gehad, was zaterdag een verademing. De meisjes gedroegen zich bijna voorbeeldig (geen enkel straaltje spuug). Funny part: wij hadden het idee dat onze kinders het niet zo’n heel strak plan vonden dat wij daar stonden te hakken. En te dansen. En keihard mee te zingen. En enorm dronken te worden. Een aantal scheve blikken kwam onze kant op, maar het kon ons helemaal niets meer schelen. S. en ik hadden de avond van ons leven, midden in Enschede, met een zaal vol pubers, maar met heerlijk bier en nog veel beter: een stukje jeugdsentiment. Het was het beste foute uurtje ooit. Hockey en hakken, dat gaat prima samen.

  
De groeten uut Enschede!

God’s Wil

Aangezien ik momenteel last heb van een enorme writersblock, en ook geen beschamende persoonlijke verhalen of eigenschappen meer op weet noemen, moeten jullie het maar doen met een leuke herinnering van mij. Een verhaal dat nog wel een tijdje de ronde blijft doen en dat sowieso op bepaalde bruiloften verteld gaat worden. Met liefde meegemaakt en met liefde geschreven. Als je jezelf hierin herkent: doe net alsof je neus bloedt. Je naam staat er niet bij en zal ook NOOOOIT bekend worden gemaakt ;) En als je liever niet hebt dat dit verhaal online staat, laat het me dan ook even weten xD

Mijn telefoon gaat. Ik zie haar naam staan op het scherm. Ik neem op. ,,Rox! Je gelooft nooit wat er is gebeurd! Ik ben gedumpt door Jezus. Voor Jezus. Ik ben gewoon gedumpt voor Jezus. Je neemt me verdomme maar mee uit, je voert me lam, je bezorgt me een one-night-stand, maar doe iets’’, schreeuwt ze. ,,Ik denk dat ik weet wat je bedoelt, maar leg het nog even uit voor de zekerheid.’’

Een maand daarvoor gingen we samen naar België. We moesten voor school, maar we konden best bedenken dat we wat uurtjes slaap meer zouden krijgen als we bij een vriend van mij gingen slapen, A., die in België studeerde. De treinreis alleen al was een avontuur. Een zware crimineel bleek zich verstopt te hebben in de trein, dus we stonden nogal een tijdje stil op Roosendaal. ,,Maak je niet druk’’, zei de conducteur. ,,Hij zit waarschijnlijk in het voorste deel. Dat hebben we nu afgesloten. Volgens mij zitten daar alleen maar Belgen, dus dat is niet zo erg’’, grapte hij. ,,En als je iets verdachts ziet, roep dan heel hard ‘code F’!’’ ,,Code F,’’ vroeg ik verbaasd. ,,F. Van fles’’, zei hij terwijl hij wees op de wijnfles die we bij ons hadden. ,,Aha’’, wist ik eruit te brengen.

Eenmaal in België ging de tijd – en de drank – snel. Mijn vriend A. had voor de gelegenheid zijn vriend K. gebeld, van origine ook Hollands. Nou, zijn eigenlijke roots lagen in Suriname, maar meneer was geboren en getogen in Rotterdam. De waterpijp kwam op tafel en dat was een dolle boel. En om het feest compleet te maken, gingen we naar DE studentendisco van België. Ergens onder de grond, waar ze dertig smaken jenever hadden, van appel tot chocolade. Die hebben we natuurlijk alle dertig uitgeprobeerd, want meer dan twee euro was je er niet aan kwijt. K. was overigens een geval apart. We wisten niet of hij nou voor mij of voor haar ging. En hij hield de hele tijd zijn jas aan. Na meerdere hints van onze kant, deed hij nog steeds geen afstand van zijn geliefde jas.

Over de details van de avond zal ik verder niet uitwijden, maar zij ging uiteindelijk met K. mee. Bij hem thuis moest de jas natuurlijk wel uit, en de trui uiteindelijk ook (het was trouwens mei) en wat bleek: K. had een hartapparaat. Vandaar. K.was heel gelovig. En dat is gek, want er is van alles tussen de lakens gebeurd die nacht. Dat vond God blijkbaar wel oké.

De volgende ochtend, onderweg naar onze uiteindelijke bestemming, vertelde ik haar dat ik dacht dat K. met haar wilde trouwen. Ze verklaarde me voor gek. ,,Dit was voor één keer’’. Maar ik kreeg gelijk. Een maand later was hij in Nederland, en hij zocht haar op. Zij had haar sexy lingerie aangedaan, sprong kittig op het bed en na wat zoenen stopte hij. ,,Ik kan het niet’’, zei hij en wees naar iets achter haar. ,,Vanwege die ezel?’’, vroeg ze verontwaardigd, doelend op één of ander plastic opblaasding wat achter haar bed stond. ,,Nee, vanwege hem.’’ En toen zag ze het. Het schilderijtje van Jezus wat ze aan haar muur had hangen. God was het er waarschijnlijk toch niet mee eens.

Fotogeniek/t

Een van mijn grootste angsten is werkelijkheid geworden: ik ben niet meer fotogeniek. Daar ik vroeger altijd complimentjes kreeg over hoe goed ik wel niet op foto’s stond en dat ik altijd precies wist hoe ik moest staan, lachen en kijken; moet ik het nu doen met simpele knikjes of een grinnik. Een grinnik beste lezers!

Man, al ging ik vroeger tijdens het uitgaan op de foto kwam de fotograaf met regelmaat naar me toe met het verzoek tot nog een foto. ‘Ik wil een foto van jou alleen’, zeiden ze dan. Lullig voor mijn vriendinnen, maar vrij vleiend voor mij. Dus gewillig keek ik nog eens verleidelijk de camera in en wachtte op het klikje of flitsje. Fotograaf blij, mijn ego weer gestreeld. Hoogtijdagen! Met mijn lengte is het enorm moeilijk, eigenlijk gewoon onmogelijk om model te worden. En dat in combinatie met mijn very vrouwelijke vormen werkt ook niet mee. Dus dat mijn fotogezicht en fotopose de hemel in werd geprezen, was een dolle boel. Geen topmodel, maar wel een muze van de clubfotografen! Mijn blote been hoeft tenslotte niet in beeld.

Het werd ook een soort van routine. Regelmatig kwam ik in dezelfde club, waar ook een aantal vaste fotografen rondliepen. Ik hoefde niet meer te vragen of ik op de foto mocht, zij hoefden niet meer te vragen of ze een foto mochten maken, nee, het was een stilzwijgende afspraak. Ik verzamelde mijn vrienden en vriendinnen en ging er eens goed voor staan. Leuke herinneringen, lachmomentjes en lol met die fotomakers joh! Vooral D.. Daar moesten we altijd wel wat geks van doen. Iets met lolly’s in de mond of een tong uitsteken. Tuurlijk zat er wel eens een foto tussen die wat minder goed uit de verf kwam, maar dat lag dan gewoon aan een badhairday. Had niks met mijn mooie gezicht te maken. Ik kreeg het zelfs voor elkaar om met een hardnekkige Mexicaanse griep nog een beeldige kiek te produceren!

Hoe anders is dat nu. Het lijkt alsof ik mijn talent verloren ben. Fokt op. Afgelopen weekend, tijdens ADE, werd het me maar al te pijnlijk duidelijk. Fotogenieke Rox, die is niet meer. Radiozender FunX had een studioruimte in Escape en zond live uit. Ik vond het tof om te zien hoe dat allemaal ging en spontaan als ik ben, raakte ik al snel aan de praat met een boel mensen. Op een gegeven moment kwam er dus zo’n fotograaf, die een beetje artistieke plaatjes van microfoons aan het maken was. Maar het is natuurlijk toffer om drie leuke chicks op de foto te zetten dus samen met twee meiden met FunX ging ik er once again weer eens goed voor staan. Wat een domper hey. Want wat was het geval? Mijn lip begon gewoon te trillen! Al die jaren mijn neplach opzetten heeft zijn tol geeist. Wat een genant moment. Als je lip begint te trillen, focus je je natuurlijk daarop en is het een zware opgave nog een beetje zwoel in de camera te kijken. Eerlijk, ik moest er bijna een traantje om laten.

Het was me namelijk al eerder opgevallen. Ik sta niet leuk meer op foto’s de laatste tijd. En ik weet gewoon niet waar het aan ligt. Mijn vaste fotopose doet het blijkbaar niet meer, mijn lach werkt niet meer mee en het lijkt erop dat ik de kunst ben verleerd. Het doet me pijn mensen, het doet me pijn. Mijn altijd ongelofelijke niet fotogenieke vriendin P. lijkt mijn rol over genomen te hebben. Ze staat stunning op elke foto die ik de afgelopen vijf maanden van haar heb gezien. En dat zegt echt een hele hoop!

Ik wilde graag een paar leuke foto’s voor mijn blog hebben. Want bij een nieuwe lay-out hoort ook nieuw en spetterend beeld. Maar ik stel het nog even uit. Het is enorm niet sexy om woedend een camera in te kijken omdat je lip vibreert. Ik ben niet meer fotogeniek. Ik ben fotogeniet.

Deutschland

Ik heb het niet zo op Duitsers. Mijn vrienden weten dat zo onderhand wel. Ik ken vier halve Duitsers, die ik graag duidelijk maak dat ze afstammen van een volk wat ooit in Adolf Hitler geloofde. Ik heb de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, klopt, maar op de één of andere manier zit het hekelen van Duitsers er toch goed in. Er is echter één uitzondering in het Duitslandverhaal, en dat is Berlijn. Ik houd van die stad. Ik ben verliefd op die stad.

 Vorige week toog ik samen met mams, J. en zus K. naar Berlijn, waar ik één keer eerder ben geweest. Ook toen maakte het indruk op me. We gingen met de auto en dat had een aantal leuke kanten en een aantal minder leuke kanten (ik noem het woord wagenziek). En het was heel erg tof. We hebben veel mooie dingen gezien en ik had mezelf headmaster of de kaart gemaakt, wat zo ongeveer betekende dat ik en alleen ik de weg uit wilde kiezen. Bij deze zeg ik sorry tegen de betrokkenen voor mijn koppig- en standvastigheid, maar ik wil later graag de rol van familydiva overnemen van Omi (haar wil is dus gewoon wet, waag het niet om haar – vooral met kerst – tegen te spreken want je bent je leven niet zeker) en had op die manier als jongste het gevoel dat ik toch nog van waarde was.

 Ja ja, ik heb genoten in Berlijn. En niet alleen vanwege alle dingen die we hebben bezocht. Geloof het of niet, ik heb genoten van de Berliners. Van Duitsers dus. Wat een toffe mensen. Dat menig Duitser nog steeds op schoenen loopt die we hier in Nederland al een jaar of vijftien niet meer dulden, kan ik ze niet vergeven (tweede Imelda Marcos hier) maar buiten dat zijn het me toch een lieverds. En domoortjes. Maar schattige domoortjes.

 Op de laatste avond hadden mijn zus en ik besloten om een cocktailbarretje op te zoeken waar we het al de hele week over hadden gehad. Na een ontzettend leuk etentje met de eltern , waarbij ik dus serieus shotjes met mijn opvoeders heb gedronken, gingen K. en ik op pad. Eenmaal aangekomen bleek de cocktailbar ongeveer drie vierkante meter groot te zijn, dus dat werd ‘m niet. Terug richting hotel viel mijn oog op een deur aan de overkant van de straat, waar een soort tent voor stond met rode loper en wat mensen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en onder het mom van ‘we gaan even naar de bar aan de overkant, we kunnen altijd weer weg’ gingen we naar binnen. Bleek een fucking hippe tent te zijn. Ik natuurlijk gelukkig, want stappen in Berlijn was wel één van mijn doelen.

 Er werd toffe muziek gedraaid en na wat dansen, liepen we naar de bar. Ik bestelde een wijntje en een tonic voor mijn zus, die een paar uur daarna zou moeten rijden in de richting van Nederland. Ik betaalde met twintig en kreeg wat losse euromunten terug. Volgende rondje keken we voor de zekerheid even op het bonnetje, bleek mijn wijntje 9,50 en de tonic vijf euro minder. Ja, stappen in Berlijn dus. Terug op de dansvloer kwamen er verscheidene mannen met ons praten, die beweerden dat er in Berlijn altijd werd gezoend op de eerste avond dat je elkaar tegenkomt, vonden wij niet helemaal geloofwaardig trouwens, en eentje daarvan roep ik hierbij uit tot mijn favoriete Duitser. JA ECHT. Ik heb een favoriete Duitser. Sorry, vier halve Duitsers die ik al kende. Jullie zijn ook leuk hoor! Jullie gaan nog wel op voor de prijs van favoriete half Duitser.

 Maar deze jongeman spant dus echt de kroon. Hij was zo dom dat het schattig was. Er hangt namelijk iets in de Berlijnse lucht, want hoewel ik maandenlang puistjesloos door het leven ging, kreeg ik er in de Duitse hoofdstad opeens vier. VIER! Eentje zat op een hele stomme plek, ergens tussen mijn onderlip en mijn kin. Berliner in kwestie dacht dat het om een schoonheidsvlek ging! ,,Is really beautifull’’, zei hij met een accent terwijl hij naar mijn puistje wees. Ik dacht dat hij een grapje maakte en begon spontaan te lachen. ,,I hate it’’, zei ik terug. Want Duits, dat spreek ik maar een beetje (Ich mochte gerne eine vodka, bitte, danke schon, apfelstrudel, schweinhund, ja sehr) dus Engels was makkelijker. ,,No no, really, it’s so cute’’, zei hij bijna verliefd. Ik keek hem aan en zag dat hij het meende. Deze Duitser denkt dat mijn puistje een schoonheidsvlekje is en vindt het prachtig. Op mijn beurt vond ik het weer prachtig dat hij er zo over dacht, dus mijn avond kon sowieso al niet meer stuk.

 Weet je, die Duitsers zijn zo slecht nog niet. Ze zijn gierig (laat me nooit meer horen dat Nederlanders dat zijn, want die Duitsers slaan alles), ze lopen achter qua mode (het is me een raadsel wat al die winkels van Armani, Gucci en LV daar doen) en ze rijden allemaal in asociaal dure auto’s (zelfs als ze werkloos zijn) maar toch stelt mijn hart zich steeds meer open voor de Duitsers. Al is het alleen maar om het feit dat ze denken dat mijn gehate puistje een schoonheidsvlekje is.

 P.S. Klopt, deze blog is wat onsamenhangend, maar eenmaal terug uit Berlijn, ben ik nog niet helemaal in mijn element. Entschuldigung.

De 0172

Ik word beroemd. Ik weet het zeker. Dit weekend was ik bij wijze van een nostalgisch momentje (en een momentje praktisch logisch) weer eens in Alphen. Alphen aan den Rijn, ja. De plek waar ik heel lang gewoond heb en een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht. De plek waar mijn moeder nog steeds gelukkig woont. Zoals ik al eerder zei woont ze samen met haar vriend in een half flatgebouw zo ongeveer, maar dat zijn eigenlijk details die er nu niet toe doen.

Maar, Alphen dus. Afgelopen weekend vond daar het festival Lakeside plaats. Derde jaar nu. Het eerste jaar had ik er het een en ander voor gedaan, maar door omstandigheden kon ik er niet heen. Vorig jaar wilde ik er niet heen, maar dit jaar werd ik half gedwongen en kreeg ik misschien juist eindelijk wel de Lakeside waar ik al jaren op wachtte. Het was gezellig, echt, ware het niet dat er zo’n 5500 veertienjarigen om ons heen stonden. En wat doe je dan? Juist, dan ga je vodka jus atten. Een keer of vijf. En dan word je lam en vind je die veertienjarigen nog irritanter, omdat ze ook lam zijn en dan gaat het van kwaad tot erger en dan word je baldadig en dan zing je opeens Robbie Williams. De hele fokking avond. I’m loving angels instead.

Ik genoot er best wel van, daar in Alphen. En dat is iets wat ik niet snel toe zou geven. Maar het was leuk om al die mensen van vroeger wel eens te zien. En daar, met mijn lamme hoofd tussen de Alphense mensen en het veertienjarige grut, werd het me duidelijk dat ik beroemd moest worden. Ik was aan het kletsen met S., die me trouwens onvoorwaardelijk steunt in mijn droom mee te doen aan X-factor (waar Angels me dus een geweldig nummer voor lijkt). En ze vertelde me dat ze mijn blogs leest, en dat ze die heel leuk vindt. Hetzelfde met C. en M., die er nog aan toe voegde: ‘ik ging het zelfs voorlezen en de jongens aan tafel luisterden ook’. Ik vond het echt leuk om te horen en werd er zelfs half sentimenteel van. S. vroeg mij waarom ik er niet meer mee deed, waarom ik mijn blogs niet publiceerde voor een tijdschrift ofzo. En eerlijk, ik heb er ook wel eens over nagedacht om er meer mee te doen, maar zoals met zoveel dingen maak ik er niet echt werk van. Iets met prioriteiten.

Ik vond het echt heel tof dat mijn blogs trouw worden gelezen door mensen uit Alphen. Ik heb het stadje al een tijdje achter me gelaten en vond er niks meer aan. Maar juist door het toch wat kansloze Lakeside, het vodka jus atten en het feit dat ze in Alphen op de hoogte blijven van wat er in mij omgaat, deed het me beseffen dat Amsterdam niet all that is. Ja, ik woon er heerlijk en nee, ik wil niet weg, maar Alphen is als een veilige thuishaven, waar je af en toe even heengaat om rustig te worden. Het oude vertrouwde.

En nu ga ik dus beroemd worden. Met mijn blogs of boeken of het NOS-journaal. En dan word ik rijk, en dan pomp ik zoveel geld in Lakeside en dan mag het pas vanaf 18 jaar zijn. En dat weet ik door S., C. en M.. Het was in ieder geval fijn om te merken dat de mensen die samen met mij in Alphen en omstreken zijn opgegroeid, in mij geloven. Er zit een hoop liefde in ‘de 0172′. Let’s spread the love.

Stereotype

Ik voldoe aan een stereotype. Welk stereotype weet ik niet zo goed, maar het stempeltje ‘breezerchick’ komt denk ik aardig in de buurt. Niet volgens mezelf hoor, maar ik kan er eigenlijk wel vanuit gaan dat anderen me zo zien.

Terwijl ik dit schrijf, is het zondagavond. Ik lig in bed (al ongeveer de hele dag, met een paar kleine tussenpozen daargelaten, toen ging ik nuttige dingen doen zoals mijn was en eten bestellen) en ik overdenk het weekend nog even. En nu, na twintig jaar, elf maanden en drie (als jullie dit lezen vier) dagen, ben ik er vrijwel zeker van dat mensen mij niet snel in het hokje ‘intelligent’ of ‘goed ontwikkeld’ zullen plaatsen. De hokjes waar ik natuurlijk wel in thuis hoor.

Het begon vrijdag. Na een klein verjaardagsfeestje wat geen verjaardagsfeetsje mocht zijn, toog ik samen met mijn zus naar The Sand. Al erg genoeg inderdaad, maar het was ook nog eens zo dat Sean Paul kwam optreden. Iedereen die we spraken begon spontaan te lachen toen we zeiden dat we daarheen gingen. En daardoor voelde ik een soort van halve schaamte. Belachelijk eigenlijk. Maar goed, ik vond Sean Paul dus ECHT heel erg leuk. Ik heb me qua schuren niet laten gaan hoor, maar heb mijn heupjes wel heen en weer gewiegd en gegild toen Sean Paul mét hanenkam het podium betrad.

Zaterdag ging ik, samen met onder andere mijn kater, naar Loveland toe. Met van die blieperdeliep muziekjes, waar ik naast mijn nederhopliefde ook erg fan van ben. Ik moest er even inkomen, want drie uur slaap nekt je wel eens na een week hard werken, en zat braaf aan de appelsap. Maar na een beetje rolschaatsen (wat ik dus niet kan) kreeg ik een energieboost en ging ik helemaal los. Heb me toen laten verleiden tot een alcoholische versnapering en dus stond ik samen met niet een appelsapje maar een Smirnoffje op een, echt waar, picknicktafel te dansen. Vol in het zicht. Dat moet er vast uit hebben gezien alsof ik een meisje met flinke ambities was.

On top of this all, ben ik ook de troste eigenaresse van een navelpiercing. Als je zestien bent, staat dat zo ongeveer gelijk aan een lifetime achievement award en ik kan er nog steeds geen afstand van doen. Verder heb ik een tattoo. Geen ‘trampstamp’, maar toch. Het is een slang en dat is inderdaad mijn Chinese sterrenbeeld. Ik ga jullie niet uitleggen waarom er achter mijne wel echt een betekenis zit, want ik weet uit ervaring dat niemand dat gelooft. Daarnaast neem ik bijna overal extra kleren mee naartoe, ga ik nooit weg zonder mijn make-uptasje, borstel of reinigingsdoekjes en maak ik mijn haar wel eens een tintje blonder. Ik zou iemand met deze verschijnselen ook niet heel gauw serieus nemen. Ik begin zo langzamerhand te begrijpen waarom er negen van de tien keer domme mannen op me afkomen. Ik lijk één van hen.

Maar het probleem is nu dus dat ik wel uiterlijke kenmerken van zo’n soort stereotype vertoon, en ook enkele gedragingen, maar van binnen ben ik heel anders! Ik heb een goed stel hersens en ben vastberaden daar iets mee te doen. Ik kan prima een goed gesprek voeren en kan ook een goed gevatte grap maken. Want ja, ik mag dan misschien nog steeds blij zijn met mijn piercing, of die oorbel bovenin mijn oor, en ik mag dan nog steeds Smirnoffjes drinken op een festival, ik ben ook nog steeds dat meisje dat het NOS-journaal wil presenteren. Stel dat het me lukt, in welk hokje zou ik dan geplaatst worden?

P.S. Er zijn twee mensen die het wel heel goed hebben begrepen. Ik quote: ‘Zo gek. Rox is enorm blond soms, maar tegelijkertijd heel gestudeerd en geletterd.’ Zij wel. Nu de rest nog.

Valt deze zonnebril die ik op Loveland met trots heb gedragen ook onder 'breezer'?

Roxanne

Laatst kreeg ik spontaan 685 gedachten door elkaar. Het drong namelijk ineens tot me door: ik heet Roxanne. En Roxanne is eigenlijk maar een rotnaam.

Ik werd lichtelijk paniekerig. Opeens kwam het besef: er is een liedje dat Roxanne heet en dat liedje gaat over een hoer. Ja, haar naam spreek je op zijn Engels uit en mijn naam op zijn Nederlands, maar toch. Dat liedje is er.

De meeste mensen kennen mij als Rox. Zo stel ik me ook voor. Roxanne kan ik zelf al amper uitspreken (spraakgebrekje ofzo), dus dat bespaar ik anderen ook. Daarnaast past Rox op de één of andere manier gewoon beter bij me. Maar ik kan nu eenmaal niet ontkennen dat mijn echte naam Roxanne is. Dus als ik mensen leer kennen en ze vragen: ‘Rox van Roxanne?’ zeg ik ja. Soms zeg ik ook wel eens ‘Nee, Rox van Rox’. Dat doe ik nadat ik een paar keer heb gezegd dat het inderdaad Rox van Roxanne is. Want standaard krijgen we dan hetzelfde tafereel (waar ik na een tijdje dus moe van word)…

Man in kwestie (hierna te noemen Mik): ‘Rox van Roxanne?’
Rox: ‘Ja, Rox van Roxanne.’
Mik: ‘ROXANNE! You don’t have to put on the red light… Blurlurlur’
Rox: ‘Origineel!’ *loopt weg*

Afgelopen zondag op Appelsap gebeurde het ook. Een aantal mensen die ik lang niet had gezien, kwam ik spontaan tegen. En ja hoor, ze kregen me in het vizier en één van hen gooide er spontaan een Roxanne uit. Zelfs mensen die ik ken, kunnen het niet laten. Hij kan mooi zingen, daar niet van, maar het hoeft van mij gewoon echt niet.

Soms doe ik bij die onbekenden nog wel eens de moeite om uit te leggen dat je mijn naam niet uitspreekt als Roksen, en dat ik dat liedje inmiddels iets te vaak heb gehoord, maar het heeft weinig zin hoor. Ik ben overigens ook niet vernoemd naar dit nummer (nogal wiedes trouwens, mijn moeder is gek, maar zo gek nou ook weer niet, gelukkig) dus eigenlijk zijn die spontane serenades ook niet helemaal op zijn plaats.

Mensen die Roxanne naar hun hoofd krijgen gegooid, reageren vaak nogal hard. Eng soms. Blijkbaar is mijn naam echt een no go en brengt het uitspreken daarvan een visioen met zich mee waar vooral dames van lichte zeden in voorkomen. Schokkend, heel schokkend. En jammer.

Mijn moeder weet me al jaren te vertellen dat Roxanne morgenstond betekent. Surprise: ik ben in de ochtend geboren. Anyway, ik geloof haar. Ik vind het gewoon een veel fijner idee om te denken aan mooie ochtenden (alhoewel ik een nachtmens ben, maar dat zijn details) dan aan die chickies op de Wallen.

Ik zal het Sting nooit vergeven. Met dank aan die oetlul weet niemand nog dat Roxanne van Roxana afstamt, een Perzische prinses. Nee, dankzij Sting wordt mijn naam verguisd over de hele wereld, durft niemand zijn of haar dochter nog Roxanne te noemen en krijg ik bijna wekelijks een valse ‘lofzang’ naar mijn hoofd. Ik hoop dat iedereen Sting een lul vindt.