DIMLDINB

Dingen in mijn leven die ik niet begrijp

Dat ik nieuwe leesboeken binnen een paar uur uit heb, een boek van 1100 pagina’s zelfs binnen twee dagen, maar mijn concentratie zich bij mijn autotheorieboek beperkt tot vijf minuten.

Waarom die theorie zo achterlijk dramatisch beschreven wordt. Dat kan logischer VekaBest!

Autorijden in het algemeen is tot nu toe best een raadsel.

Dat het lichtje van mijn nieuwe tv brandt als hij uitstaat, WTF?! Hoe kun je dan slapen..?

Dat ik de eerste vijf keer nog dacht dat de bovenbuurman ‘s nachts zijn ‘huis aan het verbouwen’ was.

Dat een derde van de Nederlanders de gulden terugwilt.

Moeilijke computerdingen.

Andere moeilijke technische dingen.

Waarom ik de woorden stom, chill, leuk, relaxt, raar etc niet mag gebruiken bij een wetenschappelijke onderbouwing.

Waar mijn geld zo snel naartoe gaat.

Mensen die niet van uit eten gaan houden.

Mensen die niet van eten houden.

Mensen die andere mensen opzettelijk kwetsen.

Mensen die over alles liegen.

Dat ik het NOS-journaal nog niet presenteer.

Dat deze blog niet al vijfduizend mensen per uur trekt.

Dat Mike Posner of Kid Cudi me nog niet ten huwelijk heeft gevraagd.

Dat ik altijd te lui ben om naar de Albert Heijn om de hoek te gaan, maar voor de rest mijn dagen altijd veel te vol plan en half Nederland afreis.

Dat mensen mijn tics raar vinden. Nou ja, eigenlijk begrijp ik dat wel.

Dat ik nog nooit heel veel geld heb gewonnen. Dat zou me namelijk best goed uitkomen.

En ehh mannen natuurlijk.

Het beste blauwtje ooit

Als je weer een tijdje single bent, moet je dus na gaan denken over wanneer je weer gaat flirten. Of nog erger: daten. Nu is flirten het probleem niet echt, want daar heb ik een aangeboren talent voor, maar dat daten, of wat er tussen flirten en daten in zit (hoe noem je dat, whatsappflirten misschien?), wanneer begin je daar weer aan?

Het kan namelijk zijn (ik praat natuurlijk heeeeel algemeen nu), dat je nog niet over je ex heen bent. Of in ieder geval niet over alle dingen die er zijn gebeurd. Dat is een mogelijkheid. Dan is het best lastig om te beslissen dat je weer de hort op moet. Want doe je het voor jezelf, of doe je het omdat de buitenwereld vindt dat je dat moet doen omdat er ‘meer mannen dan koeien zijn’ (wtf), omdat ‘er meer vissen in de zee zwemmen’ (ik val niet op vissen) of omdat ‘je ex toch een loser is’ (obviously, anders was het vast nog aan).

Nu heb ik eigenlijk een beetje voor mezelf besloten dat daten, tja, ik weet niet, ik moet wel een beetje een klik met iemand hebben om te gaan daten. Of iemand onwijs lekker vinden. Voor de rest voorlopig geen mannen voor mij. Afgelopen weekend had ik er eindelijk zo eentje gevonden. En dan vond ik ‘m niet alleen lekker, maar we hadden ook een klik. Voor zover je dat kunt beslissen in een rokerige ruimte als je onder het mom van Halloween verkleed en daarnaast ontzettend ziek bent en niet meer op je benen kunt staan maar toch een dansje probeert te wagen om je broer de dj te supporten. In ieder geval, we hadden een ontzettend leuk gesprek, meerdere keren, want haha, oké, nu ga ik weer even dansen met mijn vriendinnen, oh hey ben je daar alweer, wat toevallig, oh je bent je vrienden kwijt, oké, ik zie je straks wel, oh hihi, ja ik woon in Amsterdam, jij ook, wat leuk, oh, ja, haha, stomme outfit he, maar ik ben een fanfarebitch from hell. Zo ging dat dus de hele tijd, en meneer wist me te boeien, dat is best zeldzaam eigenlijk, en daarom vond ik het leuk, en hij was knap, en nou ja, we hadden nog veel vaker moeten praten maar die eikel vroeg mijn nummer maar niet!

Na al zes keer doei gezegd te hebben, moest ik het heft maar in eigen handen nemen. Nummer op een briefje geschreven. Durfde ik natuurlijk niet te geven. Godsamme Rox grijp je ballen bij elkaar en stop dat fucking briefje in zn fucking handje. ,,Ben je nou nog niet weg, Rox?’’ – ,,Oh eh, haha, ik ga nu echt hoor, maar waarom vraag je mijn nummer eigenlijk niet?’’. Het floepte er in één keer uit. Beter dan het briefje, want er zal vast een reden zijn geweest waarom hij mijn nummer niet vroeg. Zelfs als zieke fanfarebitch ben ik lekker. ,,Ik, ja, ehm, dat kan ik eigenlijk niet. Ik vind je heel leuk, maar ik heb een soort van bijna een vriendin.’’ FOK. BLAUWTJE. AUW. FUCK MIJN LEVEN. Vind ik eindelijk weer eens een hottie, moet meneer weer bezet zijn. We wisten beiden niet zo goed wat te zeggen. ,,Het is in ieder geval het beste blauwtje ooit. Eerlijke mannen zijn tof’’, besloot ik het geheel maar een beetje te redden.

Het beste blauwtje ooit. Dat meende ik. Kut, ja, maar wel eerlijk. En misschien had ik het wel even nodig om te weten dat er nog eerlijke mannen zijn. Dat als ik ooit weer ga daten, ik niet gelijk alle mannen afschrijf omdat het allemaal klootzakken zijn, maar dat ik met een glimlach terugdenk aan die leuke jongen verkleed als ik weet niet wat eigenlijk, die me het beste blauwtje ooit liet lopen. En voor nu accepteren we maar even dat ik voorlopig alleen aan flirten doe. Want daar ben ik wel heel goed in. En daar hoef ik helemaal niet over na te denken.

België

Iedereen kent wel dat liedje van Het Goede Doel over België. En zo niet, bekijk het dan hier.

Vraag me niet waarom, maar vroeger als kind vond ik Het Goede Doel echt heel erg leuk. En vooral het liedje over België. Ik kan dat zelf ook niet zo goed verklaren, want België diende destijds alleen als tussenstop op reis naar familie in La France, maar ik kende het helemaal uit mijn hoofd. Ik vond het vooral fantastisch dat die vreemde zanger zich nog afvroeg of er leven was op Pluto, want tjee, iedereen weet toch dat dat helemaal niet mogelijk is?!

We zijn een aantal jaren verder, maar ik vind België nog steeds tof. En het trekt me steeds meer. Want ik schaam me een beetje voor Nederland. Ik schaam me voor het feit dat ik hier niet meer verder kan studeren, maar er ondertussen door de overheid wel wordt beweerd dat we de kenniseconomie in stand moeten houden. Ik schaam me voor het feit dat Limburg en omstreken voor een geblondeerde idioot stemt die er achterlijke ideeën op nahoudt. En waar ik me nog meer voor schaam: dat de overheid serieus van plan is om een jongen van net achttien het land uit te zetten. Omdat hij geen schrijnend geval is.

Ik vind het toevallig hartstikke schrijnend dat Mauro naar Angola wordt gestuurd. Hij is hier alleen naartoe gekomen en heeft hier een bestaan opgebouwd. Heeft hier een familie. Gaat hier naar school. Hij voetbalt hier. Hij is fan van PSV (kan hij niets aandoen) en hij spreekt met hetzelfde accent als Geert Wilders (kan hij ook niets aandoen). Ik vind het enorm schrijnend dat iemand wordt gedwongen zijn leven achter zich te laten.

Ik zal eerlijk bekennen dat het in politiek België natuurlijk ook een rommeltje is. Naar mijn weten hebben ze nog steeds geen regering en zijn er daar ook een heleboel rechtse mensen, maar op de één of andere manier merk ik daar tijdens mijn bezoekjes, die inmiddels wat uitgebreider zijn dan alleen plassen op een tankstation, nooit iets van. De Vlaamse mensen die ik ken, zijn hartstikke lief en aardig. Die helpen je als je de weg even kwijt bent en willen niets liever dan dat je komt studeren op hun universiteit.

Misschien heb ik in België nog steeds kans om nieuwslezers te worden, ze kennen daar tenslotte mijn dronken verleden niet. Misschien bestaan er in België wél leuke mannen. Misschien is het daar in de winter wel twee graden warmer! Misschien doen ze helemaal niet zo moeilijk als je een scriptie schrijft, misschien hebben ze hartstikke leuke artiesten, leuke feestjes en zijn ze daar net zo knettergek als ik.

Ik snap Het Goede Doel. Ik heb getwijfeld over België… Mauro vast ook.

Het is bijna elf en lakt nagels

Ik heb een nichtje. Ze is bijna elf. Ze is een lieverd. Ik houd zielsveel van haar. Vroeger wilde ze altijd op me lijken. En dus deed ik toen ze zes jaar was al mascara op haar wimpers en labello op haar lippen. Het werd me door mijn tante dan ook niet in dank afgenomen dat ik bijna drie jaar geleden mijn haar rood verfde want gevolg: achtjarig kind zeurt om rood haar. Snel dus maar weer blond geverfd. Ik heb in ieder geval altijd een speciale band met haar gehad. Ik heb niet zoveel familie, en tot een paar jaar geleden was zij de enige nicht die ik kende, dus als wij elkaar zien, is het altijd fijn. We kijken er beide naar uit.

Dinsdag kwam mijn nichtje logeren. Ze wordt zoals gezegd bijna elf en aangezien ik voor mijn verjaardag altijd ga shoppen met Omi, wilde zij dat ook wel eens meemaken. Zo gezegd, zo gedaan. Het meiske mocht met ons mee en kwam de avond ervoor bij haar grote nicht slapen. Nu is ze nog tien, maar ik moet er wel bij zeggen dat ze niet echt tien is. Zowel lichamelijk als psychisch.

Het begon allemaal heel rustig. Tante kwam haar brengen en had mijn nieuwbakken tienerneef (de beste man is alweer 13) meegenomen. Ik heb mijn kooktalent (ahum) laten zegevieren en maakte iets op Turks brood wat op een zelfgemaakte pizza moest lijken. Natuurlijk liet ik daarbij mijn eigen stuk op de grond vallen. Maar goed, het werd opgegeten, en ik heb geen klachten ontvangen. Niet dat er veel complimentjes waren, maar weet je, dat er niet geklaagd werd, was voor mij al een groot compliment. Het is ook opgegaan. Dat zegt een heleboel, vind ik.

Toen tante en neef weg waren, kon onze meidenavond beginnen. Mijn nagellak werd uit de kast getrokken en de verhalen kwamen op gang. Mijn lieve, kleine nichtje, die niet vies was van een beetje mascara, bleek een ware mening over de wereld om haar heen te hebben en was niet op haar mondje gevallen. Ik kon een kleine glimlach niet onderdrukken, ik herkende mezelf. Ook ik had overal wel iets over te vertellen en schaamde me niet mijn mening te spuien. Ik vind het mooi dat ze zich ook niet schaamt voor wat ze voelt of denkt.

Na het nagels lakken (waar ze mij zelfs één of ander trucje met water bij leerde), was het tijd voor een modeshow. Mevrouw was creatief en heeft haar poncho tot tien verschillende outfits om weten te toveren. Daarna wist ze raad met een aantal van mijn kleren. Ik heb me werkelijk waar rot gelachen. Zeker omdat ik van haar op mijn hakken een model na moest doen, waarbij zij coach was. Ja mensen, 1.65 is natuurlijk wel een modellenmaat, om over mijn gewicht niet te spreken.

Het was heerlijk om haar de volgende dag zo gelukkig te zien. Ze werd blij van haar nieuwe kleren, ze vond het leuk dat we een zelfde jasje hebben gekregen, ze vond het prachtig om in Amsterdam te zijn en had het fijn met haar Omi en haar grote nicht. Ik had met mijn tante afgesproken om haar na het shoppen met de trein naar Leiden te brengen, aangezien mijn tante daar vlakbij nog een uurtje moest werken ’s avonds. Het werd al donker. Op straat, in de bus en zeker op het station was het enorm druk. Noem het ongerustheid, noem het verantwoordelijkheidsgevoel, noem het nichtenliefde, maar ik pakte haar hand vast.

Ik pakte haar hand vast. Zonder na te denken. Ik schrok een beetje. Misschien wil ze dat wel helemaal niet meer, nu ze in groep acht zit, na moet denken over een middelbare school en mascara draagt. Misschien neemt ze niets meer van haar grote nicht aan omdat ze zélf weet hoe de wereld in elkaar zit. Maar ze liet het toe. Ze zei er niks over. Ik heb haar hand nog lang vastgehouden. Ook toen het niet meer hoefde. Toen het niet meer nodig was, zat mijn hand nog steeds verstrengeld in die van haar.

Het mag dan bijna elf zijn, en het mag nagels lakken, het blijft mijn kleine nichtje. Mijn schatje. Ik hoop dat ik nog jarenlang haar hand vast mag pakken.

Een rare avond

Het was een rare avond. Afgelopen zaterdagavond/nacht was een beetje vreemd. Het begon er al mee dat ik die zaterdag met een flinke kater mijn bed uitkwam. Laten we zeggen dat het verjaardagsfeestje van vriendinnetje S. iets te gezellig was. Er vloeide een beetje drama uit voort. Had ik weinig zin in. Drama werd weer opgelost. Kater was niet meer te houden, maar moest me echt aankleden, want ik ging met schoonzus M. naar de London Knights. Zucht.

Dat avondje London Knights, was een verjaardagscadeau. Denk aan de Chippendales, maar dan verschrikkelijker. Het was een rare avond, want M. en ik voelden ons totaal misplaatst. Het was een beetje, tja, laat ik het zo zeggen, het volk wat erop afkwam, was een beetje, gewoon niet zoals wij zijn. Ik denk dat M. en ik net iets te intellectueel zijn om echt van zo’n avond te kunnen genieten. Er waren namelijk heel veel dikke vrouwen in veel te korte jurkjes en rokjes, met veel te hoerige laarzen en dan geen tietenbedekking zeg maar. En die vrouwen hadden ook niet een enorm brede woordenschat. Ik voelde me met colbertje en sjaaltje dus een beetje out of space.

M. en ik konden amper iets zien van de neppiemels. Ja, dat ook nog eens, neppiemels. Vrouwen maakten ruzie over de plekken waar ze stonden (ehh hallo, iedereen heeft toch voor een kaartje betaald) en ik heb een aantal bijna-gevechten gezien. M. en ik hadden het na een tijdje gehad. Leuk om een keer mee te maken, zeker, maar nooit meer. In de auto terug werd ik ziek. Overgegeven bij een tankstation. Gewoon even achter dat gebouwtje. Stond een vrachtwagenchauffeur naar te kijken. Daarna samen de banden met lucht gevuld. Dat was toch allemaal een beetje raar.

Eenmaal thuis kon ik eindelijk mijn volle blaas legen (we moesten van ergens in Brabant naar Amsterdam) en heb ik zo snel mogelijk mijn pyama aangetrokken. Met een boek in bed gedoken, nadat ik een kotsbakje had klaargezet. Het boek maakte me depressief. Ik wilde slapen, maar had een enge droom over ontsnapte zieke ratten die me aanvielen. Ik schrok wakker. Vreemd. Moest weer even spugen. Stom. M. whatsappte mij. Of ze me mocht bellen. Er was iets gebeurd. Het was inmiddels over vijven. Natuurlijk mag dat, gekkie.

En toen mensen, mijn bek viel open. Want wat was er gebeurd: één van mijn beste vriendjes was zonder reden in elkaar geslagen, toen hij van het huis van mijn broer en M. naar zijn eigen huis liep. Een stukje van een minuut of acht. Het ging niet om zijn telefoon, het ging niet om het geld, het ging puur om het geweld. Hij was amper een minuut onderweg en werd door een zooi laffe gasten zonder reden geslagen en daarna, toen hij al op de grond lag, geschopt. Op een gegeven moment renden ze weg, maar het kwaad was al geschied. Gelukkig was mijn vriend zo slim om mijn broer te bellen, hij en M. zijn gelijk naar hem toe gerend en vonden hem totaal bebloed. Mijn broer heeft supergoed gehandeld, heeft de politie en een ambulance gebeld, is met onze vriend naar het ziekenhuis gegaan en heeft op een kalme manier zijn moeder en vriendin ingelicht. Schoonzus bleef bij de agenten achter en heeft uiteindelijk zijn bril gevonden, maar wat moet je met een bril als iemands gezicht kapot is geslagen? Als iemands neus is gebroken en als iemand onder de wonden zit?

Mijn vriend was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Hoe cliché, en hoe kut, maar hoe waar. Hij is door een paar slappe zakken toegetakeld, terwijl het de liefste jongen is die je ooit kunt tegenkomen. Hij doet geen vlieg kwaad. Ik ben boos, ik ben verdrietig. Ik ben trots op mijn broer, mijn schoonzus, op de vriendin, de moeder en het broertje van mijn vriend, die hem zo goed steunen. Want ik schrok toen ik mijn goede vriend zag zondag. Gelukkig hebben we erover kunnen praten, met zijn allen, met een aantal onderling, één op één en iedereen verwerkt dit op zijn eigen manier.

Het was een rare avond, die zaterdag. Een rare nacht. Ik vind het een rare wereld. Een fucking rare wereld, waar mensen zonder reden puur voor het geweld in elkaar worden gebeukt. Omdat het ‘leuk is’. Geweld met geweld lost niets op, daar ben ik me van bewust, maar man, hoe graag zou je het soms willen… Zodat de wereld net een stukje minder raar is. En net iets meer gerechtigheid kent.

Lief vriendje van ons, we zijn er voor jou!

http://www.moed.nl/ Stop zinloos geweld!

Toet Toet Vroem Vroem

Moge God mij helpen, 24 oktober heb ik dan eindelijk mijn eerste rijles. Vier jaar na dato zullen we maar zeggen. En laat ik dan ook maar gelijk heel eerlijk bekennen dat ik er niet het volste vertrouwen in heb. Of nouja, misschien moet ik dat wel helemaal niet zeggen, want het kan zijn dat mijn rijinstructrice mijn naam intikt bij Google en dan dit vindt, maar ik heb gewoon niet het allerbeste coördinatievermogen ooit. Of nouja, misschien is dat niet waar, want in Parijs en Berlijn kan ik kaarten lezen als de beste en voel ik aan mijn water waar we zijn, welke kant we op moeten en welke metro ons naar de plek van bestemming brengt, maar ik ben niet goed in het coördineren van meerdere dingen tegelijk. Lees: gas geven, opeens weer remmen, dan moet je ook schakelen, je moet door de voorruit kijken en door je spiegels, verder moet je luisteren naar de verhalen van je bijrijder én je moet de verkeersborden in de gaten houden. JA HALLO, ik heb ook maar een klein ADHD-brein dat zich liever op één ding tegelijk concentreert.

Ik heb natuurlijk wel vaker in een auto gereden. Nooit echt volwaardig gereden, maar ik kan al hartstikke goed sturen op een rotonde. Dat deed ik namelijk altijd in de auto van surrogaatvader J., totdat mijn moeder een keer getuige was en ons dat nadrukkelijk verboden heeft. Ook mocht ik vroeger als vierjarige op de schoot van paps zitten en inparkeren. Dat je er dan gewoon van voren inrijdt, maar het telt, vind ik. En niet te vergeten heb ik ooit een keer, bij een auto die was uitgevallen, achter het stuur gezeten terwijl de eigenaar de auto duwde. Ik moest ‘m alleen maar een parkeerplekje inrijden. Dat is gelukt. Dat ik daarbij een paaltje heb geraakt terwijl die auto niet eens fucking gas kon geven, vergeten we nu even.

Er staat veel op het spel. Ik kom uit een familie met goede chauffeurs. Mijn broer deed bijvoorbeeld een tien-weekse-cursus en had er uiteindelijk maar zes nodig, mijn moeder haalde haar rijbewijs netjes in één keer en mijn vader kan niet alleen met zijn handen sturen maar ook met zijn knieën. In de Franse bergen that is. U begrijpt: ik mag niet onderdoen voor mijn zeer gewaardeerde familieleden. Het plan is dat ik ze allemaal aftroef, behalve mijn broer, maar die hoop heb ik ergens lang geleden al opgegeven.

Speaking of broeder, hij ziet het allemaal wel voor zich. Kleine zusje eindelijk haar rijbewijs betekent ritjes inhalen. En dus heeft hij wilde fantasieën over dat ik in zijn auto naar huis rijd, terwijl hij naast mij een fles vodka nuttigt. Kun je niet uit zijn hoofd praten. Moet een keer gebeuren. Zelfde met vriendinnetjes die al in het bezit zijn van een rijbewijs. ,,Jij hebt wel heel wat bobben in te halen, Rox’’, krijg ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd. Ja ja, ik weet het, de komende zes jaar ben ik de lul. Maar het is niet erg, want een rijbewijs hebben is retehandig. Zeker met mijn hopelijk latere toekomstige nu al een beetje vakgebied.

24 oktober dus. Dan ben ik bezig met, eh, wat was het ook alweer, ohja: gas geven, opeens weer remmen, dan moet je ook schakelen, je moet door de voorruit kijken en door je spiegels, verder moet je luisteren naar de verhalen van je bijrijder én je moet de verkeersborden in de gaten houden. En een week later gaat het misschien wel zo van ,,Inparkeren, nee insteken, nee Rox draaien aan je stuur, nee verdomme, wat zeg ik nou, kom op, fileparkeren moet je kunnen, niet falen nu, juiiissst, goedzo, kijk in je spiegel, blijf kijken, ja bijna, nee dat is de bumper van die andere auto, stukje naar voren, ja heel goed, weet je wat, laat maar, ga maar weer sturen. Dat kun je wel.’’  Blijf dus allen binnen…

Lachrimpeltjes

Gossiemijntjes, jullie zullen wel moe van me worden. Maar ik wil graag nog heel even iets kwijt over dat hele ouder worden. Want ja ja, die twaalfde september dus, toen ik 22 werd (fok de mensen die me niet gefeliciteerd hebben, haha, oké, nee grapje, nou ja, wel een beetje stout natuurlijk, dus foei), dat was me een feestelijke dag. Al bijna een week kon ik niet slapen van de nervositeit, net een klein kind. Ik ben dan altijd zenuwachtig, zo van wat voor cadeautjes zou ik krijgen enzo, en wie zal me allemaal feliciteren, nou zoiets dus, en het viel niet tegen. Ik heb een hele leuke dag gehad, ben door heel veel mensen gefeliciteerd en mijn kleine feestje was ook top! Kortom: jarig zijn is gewoon geweldig dus die nervositeit is helemaal niet zo gek.

Tot drie dagen geleden. Mijn liefde voor verjaardagen was in één klap over. Ik heb namelijk mijn eerste rimpel ontdekt. JA. ECHT JA. 22 JAAR. EEN RIMPEL. Of nou ja, het is niet echt een rimpel, het is een kraaienpootje. EEN KRAAIENPOOTJE! Fuck zo’n kraaienpootje. Wat moet ik met een kraaienpootje. Het leven stond een paar minuten stil want oh my god ik zie een kraaienpootje.

Nu was zaterdag ook niet de allerbeste dag om erachter te komen dat ik mijn eerste kraaienpootje te pakken had. Ik had zo’n twee uur geslapen en een hoofd waar zeker zes bakstenen inzaten, oftewel, ik had gewoon een hele dikke kater. De vodka had de avond ervoor rijkelijk gevloeid en een aantal zwarte gaten waren onvermijdelijk. En daarom dacht ik dus dat het een topplan was om de foto’s even terug te kijken, want come on, dat zou ten eerste de zwarte gaten op kunnen vullen en ten tweede zou ik me dan rot lachen over wat we allemaal uitgespookt hadden en daardoor zou ik waarschijnlijk minder aan die bakstenen in mijn kop denken. Maar niets was minder waar. De foto’s hebben mij niet opgevrolijkt, de foto’s hebben mij er pijnlijk op gewezen dat ik met mijn 22 jaar tot het kraaienpootjesvolk behoor. Bij nader inzien dank ik de homo van Douglas toch maar voor de anti-rimpel-creme. Hieronder een korte demonstratie van el kraaienpoto (en let daarbij aub niet op de foto’s want ik weet niet eens meer dat deze zijn gemaakt… Bedankt):

  

Zoals jullie na het zien van deze foto’s wel snappen, heb ik het hele weekend huilend doorgebracht. Het was janken en tieren, want man, hoe kan ik, jonge godin, nu verder leven met een kraaienpoot? Als ik ooit nog milf wil worden, werkt dit soort ongein niet mee. Er werd mij aangeraden te stoppen met roken of om te stoppen met ouder worden, maar kom op, beide opties zijn op dit moment niet echt heel erg realistisch. Totdat een heel lief iemand mij op het volgende wees: kraaienpootjes moet je zien als lachrimpeltjes. Alleen de huismuissen en zuurpruimen blijven rimpelloos.

Opeens was zo’n kraaienpootje best oké. En verjaardagen (lees cadeautjes) waren weer mijn favoriet. Het leven is zo slecht nog niet.