Het beste blauwtje ooit

Als je weer een tijdje single bent, moet je dus na gaan denken over wanneer je weer gaat flirten. Of nog erger: daten. Nu is flirten het probleem niet echt, want daar heb ik een aangeboren talent voor, maar dat daten, of wat er tussen flirten en daten in zit (hoe noem je dat, whatsappflirten misschien?), wanneer begin je daar weer aan?

Het kan namelijk zijn (ik praat natuurlijk heeeeel algemeen nu), dat je nog niet over je ex heen bent. Of in ieder geval niet over alle dingen die er zijn gebeurd. Dat is een mogelijkheid. Dan is het best lastig om te beslissen dat je weer de hort op moet. Want doe je het voor jezelf, of doe je het omdat de buitenwereld vindt dat je dat moet doen omdat er ‘meer mannen dan koeien zijn’ (wtf), omdat ‘er meer vissen in de zee zwemmen’ (ik val niet op vissen) of omdat ‘je ex toch een loser is’ (obviously, anders was het vast nog aan).

Nu heb ik eigenlijk een beetje voor mezelf besloten dat daten, tja, ik weet niet, ik moet wel een beetje een klik met iemand hebben om te gaan daten. Of iemand onwijs lekker vinden. Voor de rest voorlopig geen mannen voor mij. Afgelopen weekend had ik er eindelijk zo eentje gevonden. En dan vond ik ‘m niet alleen lekker, maar we hadden ook een klik. Voor zover je dat kunt beslissen in een rokerige ruimte als je onder het mom van Halloween verkleed en daarnaast ontzettend ziek bent en niet meer op je benen kunt staan maar toch een dansje probeert te wagen om je broer de dj te supporten. In ieder geval, we hadden een ontzettend leuk gesprek, meerdere keren, want haha, oké, nu ga ik weer even dansen met mijn vriendinnen, oh hey ben je daar alweer, wat toevallig, oh je bent je vrienden kwijt, oké, ik zie je straks wel, oh hihi, ja ik woon in Amsterdam, jij ook, wat leuk, oh, ja, haha, stomme outfit he, maar ik ben een fanfarebitch from hell. Zo ging dat dus de hele tijd, en meneer wist me te boeien, dat is best zeldzaam eigenlijk, en daarom vond ik het leuk, en hij was knap, en nou ja, we hadden nog veel vaker moeten praten maar die eikel vroeg mijn nummer maar niet!

Na al zes keer doei gezegd te hebben, moest ik het heft maar in eigen handen nemen. Nummer op een briefje geschreven. Durfde ik natuurlijk niet te geven. Godsamme Rox grijp je ballen bij elkaar en stop dat fucking briefje in zn fucking handje. ,,Ben je nou nog niet weg, Rox?’’ – ,,Oh eh, haha, ik ga nu echt hoor, maar waarom vraag je mijn nummer eigenlijk niet?’’. Het floepte er in één keer uit. Beter dan het briefje, want er zal vast een reden zijn geweest waarom hij mijn nummer niet vroeg. Zelfs als zieke fanfarebitch ben ik lekker. ,,Ik, ja, ehm, dat kan ik eigenlijk niet. Ik vind je heel leuk, maar ik heb een soort van bijna een vriendin.’’ FOK. BLAUWTJE. AUW. FUCK MIJN LEVEN. Vind ik eindelijk weer eens een hottie, moet meneer weer bezet zijn. We wisten beiden niet zo goed wat te zeggen. ,,Het is in ieder geval het beste blauwtje ooit. Eerlijke mannen zijn tof’’, besloot ik het geheel maar een beetje te redden.

Het beste blauwtje ooit. Dat meende ik. Kut, ja, maar wel eerlijk. En misschien had ik het wel even nodig om te weten dat er nog eerlijke mannen zijn. Dat als ik ooit weer ga daten, ik niet gelijk alle mannen afschrijf omdat het allemaal klootzakken zijn, maar dat ik met een glimlach terugdenk aan die leuke jongen verkleed als ik weet niet wat eigenlijk, die me het beste blauwtje ooit liet lopen. En voor nu accepteren we maar even dat ik voorlopig alleen aan flirten doe. Want daar ben ik wel heel goed in. En daar hoef ik helemaal niet over na te denken.