Afgelopen weekend was er eentje in de categorie bijzonder. Niet alleen omdat ik officieel bier heb leren drinken (serieus, houd me tegen, ik vind het zo leuk, ik wil bijna 24/7 wel een biertje na jarenlang geploeter), maar ook omdat ik mezelf over had laten halen om begeleidster te zijn van een hockeyteam bestaande uit 15- en 16-jarige meisjes. Samen met beste freundin S. zat ik dus vast in Enschede, waar wij geacht werden onze meisjes in de hand te houden op een hockeytoernooi. Onmogelijke opgave dus.
Ik zal niet teveel in details treden over dit weekend (oké, om een klein beeld te schetsen: meisje van 15 uit eigen kots moeten halen, jongens uit tenten moeten slepen maar daar geen fut meer voor hebben, één van de organisatoren straf moeten geven omdat hij met één van onze 16-jarigen stoute dingen deed), maar laten we zeggen dat het af en toe een klein beetje vermoeiend was om te proberen een elftal pubers zich verantwoordelijk te laten gedragen. En dus was het zaterdagavond, na een zeer frustrerende, met kots van meisjes gevulde vrijdagavond, tijd om de bloemetjes buiten te zetten. Juist, S. en ik hadden besloten om onze lijfjes ook van wat alcohol te voorzien want geloof me als ik zeg dat die lijfjes erom schreeuwden.
We kwamen precies op het goede moment op het feest aan. Er was namelijk een “fout uurtje” bezig, met muziek die helemaal uit onze tijd was. I’m blue dabadie dabadai, ik kreeg er geen genoeg van. Toen de absolute topper: Casanova. Uit volle borst zong ik mee met zinnen als: me and Romeo have never been friendssss. Vriendje kan trouwens enorm goed dansen op dat nummer, en op nummers van Justin Bieber, maar dat terzijde. S. en ik stonden daar dus een beetje los te gaan, keken elkaar aan en wisten: tijd voor zwaarder geschut. Daarom togen wij richting dj-booth en vroegen daar op ons allercharmantst (en dus met een volume van 825): HEB JE OOK HAPPY HARDCORE JONGE!!!
Nou, happy hardcore had de speciaal voor deze avond in het leven groepen dj met dj-laptopfunctie wel. U kunt begrijpen dat S. en ik onmogelijk gelukkiger konden zijn en dus flink uit ons dak gingen. Ik lieg niet als ik zeg dat S. enorm goed kan hakken. Schijnt vroeger gabberes te zijn geweest. Geniaal. Ik dacht dat ik redelijk met mijn voeten kon schoppen, maar S. slaat alles (hemeltje wat een goede woordspeling, ik wijs jullie daar zelf maar op voor het geval dat jullie die over het hoofd zien). Na vier nummers gingen wij voldaan een nieuw biertje halen om er gelijk maar een sigaret bij te roken.
Nadat wij vrijdagavond de worst evening ever hebben gehad, was zaterdag een verademing. De meisjes gedroegen zich bijna voorbeeldig (geen enkel straaltje spuug). Funny part: wij hadden het idee dat onze kinders het niet zo’n heel strak plan vonden dat wij daar stonden te hakken. En te dansen. En keihard mee te zingen. En enorm dronken te worden. Een aantal scheve blikken kwam onze kant op, maar het kon ons helemaal niets meer schelen. S. en ik hadden de avond van ons leven, midden in Enschede, met een zaal vol pubers, maar met heerlijk bier en nog veel beter: een stukje jeugdsentiment. Het was het beste foute uurtje ooit. Hockey en hakken, dat gaat prima samen.


