DIMLDINMD

Dingen In Mijn Leven Die Ik Nog Moet Doen

Meer (verre) reizen maken

Met mijn moeder zo’n verre reis maken

Een master

Parachutespringen

Bungeejumpen

Een berg beklimmen (de laatste keer dat ik dat deed was ik zes en bijna dood)

In een straat in Amsterdam gaan wonen waar er geen muizen of ratten zijn

Mijn angsten overwinnen

Ooit wil ik graag trouwen en kindjes krijgen en burgerlijk zijn. Ooit.

Een boek schrijven

De loterij winnen

Iets anders met mijn haar doen dan lang en blond

Echt mooie foto’s leren maken

Het NOS-journaal presenteren

Een mooie documentaire maken

Ondanks dat ik nog niet eens een vierkant kan tekenen, toch gaan schilderen

Mijn familie die ik niet ken opzoeken. SURPRISEEEE!!

Moed verzamelen om mijn eigen bedrijf te beginnen

Voor altijd stoppen met horecawerk. Ooit komt de dag.

Goed leren snowboarden zodat ik niet meer mijn kniebanden scheur als ik vijf minuten op een board sta

Een hele avond uitgaan op pumps zonder na een paar uur van schoenen te wisselen

Al het bovenstaande waarmaken en vooral extreem gelukkig worden, zijn, blijven

Ex-vriendjes en Afwasbeurten

Oké, ik geef het toe, ondanks mijn leeftijd heb ik al een wild liefdesleven achter de rug. Daar kwam ik afgelopen weekend achter. Ik had nicht D. meegenomen naar Alphen aan den Rijn en nou, dat was me een dolle boel hoor. Maar in één avond kun je een heel stuk verleden tegenkomen, dat is wel duidelijk.

Het was sowieso een hel om in Alphen te komen. Na een uur op Amsterdam Centraal gespendeerd te hebben, zaten we eindelijk in een trein die vermoedelijk zou gaan rijden. Vermoedelijk, want het duurde daadwerkelijk nog een half uur voordat dat ook gebeurde. De trein deed er ook vrij lang over en we kwamen uiteindelijk in Woerden terecht, waar we over zouden stappen. Zouden stappen, want er reed dus niks vanaf Woerden. Goede vriend R. gebeld en gelukkig wilde hij ons wel ophalen. Er stond een jongen naast ons die ook naar Alphen moest. ,,Kan er een vluchteling mee?’’, grapte ik nog aan de telefoon met R.. Dat mocht. Toen ik had opgehangen vroeg ik voor de vorm maar even de naam van de vluchteling. Toen hij zijn naam zei en ik hem eens goed aankeek, schrok ik me dood. Dat was dus mijn vriendje uit de brugklas. Damn, die zag er anders uit! Leuk detail: toen hij zijn vriend opbelde, zei hij dat hij mee kon rijden met een ex-vriendinnetje. Zielig. De jongen had klaarblijkelijk een niet al te beste indruk gemaakt aangezien ik hem niet herkende en on top of it all ziet hij me als een echt ex-vriendinnetje. Handjes vasthouden is dan natuurlijk ook wel een ding he. En het allerergste was nog wel dat hij nog steeds omging met mensen die ook dolverliefd op me waren. Ik was denk ik een handjes-vasthouden-slettebakje. Of een hartenbreekster, het is maar hoe je het bekijkt.

Eenmaal in Alphen aan den Rijn gekomen (PRAISE THE LORD VOOR GOEDE VRIEND R.) gingen we nog even boodschappen doen in zo’n winkelcentrumpje. En in dat winkelcentrumpje werkt R.. Een andere R. dus. Deze R., winkelcentrumpje R., was mijn vriendje toen ik in de derde zat! Met deze R. heb ik overigens wel gezoend. Nu is dat niet eens zo heel schokkend maar altijd als ik in dat winkelcentrumpje loop wil ik er dus nog wel goed uitzien voor R., we zwaaien tenslotte altijd wel even naar elkaar. Deze keer dus ook. ,,Goh, nog één’’, zei nicht D.. Yep, nog één.

Nou, zo ging het dus een beetje door die avond. Er kwamen best veel mannen ter sprake en ook tijdens het uitgaan werden er een paar mannen gespot met wie ik handjes heb vastgehouden. ,,Kijk’’, probeerde ik mijn nicht D. uit te leggen. ,,Ik heb wel veel ex-vriendjes, maar het zijn niet echt ex-vriendjes. Want er is verder niks gebeurd, op een enkele zoen misschien na, en vanaf de tijd dat het een soort van legitiem is dat er dingen gaan gebeuren, heb ik alleen maar gefaald en vanaf de tijd dat je het legitiem over echte ex-vriendjes kunt hebben is mijn score echt heel sneu.’’

Uiteindelijk streven er denk ik heel veel mensen naar dat ultieme liefdesgeluk. Zo ook ik. Vandaar al die handjes die ik heb vastgehouden. Het duurt alleen wat langer voordat ik vrede heb met mezelf en dus vrede met een relatie kan hebben. Ofzo. Klinkt dit logisch? Ooit, ja OOIT, heb ik dit geschreven:

Ik mis het wel hoor, af en toe. Een echte relatie. Waar je allebei helemaal voor gaat. Geen gezeik of afleiding van studie, werk of sociale verplichtingen. Absoluut voor elkaar gaan. En lekker ruziemaken over wie de afwas wel of niet heeft gedaan. En het dan goedmaken. Bij iemand kruipen, mezelf tegen iemand aanvleien. ,,Ik bedoelde het niet zo, schatje’’, zei ze met een lief gezichtje. En dat hij me dan aankijkt, vastpakt en zegt: ,,ik weet het.’’ En dan die kus. Die alleszeggende kus. Die kus waardoor je weet dat je voor elkaar gemaakt bent. Of dat in ieder geval gelooft.

Toen ik het tekstje laatst vond, deelde ik het met weer een andere R.. Man, al die namen met de beginletter R. tegenwoordig. Nou goed, we hadden het dus een beetje over relaties, over dat ik dus blijkbaar alleen vroeger in de brugklas in staat was om een (voor die tijd zeker) langdurige relatie in stand te houden en gelukkig te zijn. Ik stuurde hem het tekstje, hij zou het vast waarderen en me zeggen dat het allemaal goed zou komen. Dat het soms wat langer duurt voordat je een balans met jezelf hebt gevonden, of de juiste persoon. Maar nee, niets is minder waar. Hij stuurde me dit:

Totdat ze het zat is en een man vindt die zegt dat haar eigen man niet goed voor haar zorgt. Omdat haar eigen man de afwas niet goed doet. Waarna ze zich dus na twaalf jaar relatie laat afpalen door een grotere loser dan haar man. En ze gelooft dat ze haar man moet verlaten om weer ‘zichzelf te zijn’ . Man naar de klote, vrouw alleen want die andere loser bleek beter in afpalen dan de afwas en de kinderen de dupe, want die hebben ineens ‘afwasbeurten’.

Goed. Zeer helder. Wat de kalverliefdes betreft: het lijkt me een goede zaak dat ik er met een glimlach aan terug kan denken.  En voor de toekomst: Ik moet overduidelijk op zoek naar een man met een afwasmachine wil ik ooit een goede relatie krijgen waar het om meer gaat dan handjes vasthouden.

Moederskindje

Al mijn hele leven wil ik kinderen. Baby Born week vroeger geen moment van mijn zijde en mijn katten heb ik altijd behandeld alsof ze mijn kids waren. Regelmatig verklaarde mijn moeder me voor gek als ik weer iets zei in de trant van: ‘jaaa koesjiewoesjie, kom maar bij mama’. Blijkbaar is het raar om dat tegen katten te zeggen. Ik vond het overigens de normaalste zaak van de wereld.

Laatst zat ik weer eens aan de telefoon met Oom A., die kindloos is. Hij is eind veertig en vraagt zich volgens mij wel eens af ‘what if’. Dat maakt hij een beetje goed door heel aardig te zijn voor mij en mijn broer. Het gesprek kwam in ieder geval wel op kinderen en Oom A. drukte me op het hart om nog eens na te denken over mijn kinderwens. ‘Jij hebt geen dienend karakter’, zei hij. ‘Weet je wat jij doet? Als je hebt gedronken, geef je je pakje drinken aan mij. ‘Zo, klaar met drinken’, zeg je dan. En dan moet ik vervolgens dat pakje weggooien. En als je klaar bent met eten, schuif je je bord naar mij. Snoeppapiertjes, plastic zakjes, ik heb het allemaal in mijn handen gehad’. Ik moest enorm lachen, want ik kon me niet voorstellen dat ik dat echt deed. Halllooo, ik ben een volwassen vrouw.

Afgelopen weekend ging ik samen met wat lieve mensen varen door Amsterdam, iets waar ik enorm van kan genieten. Ik weet niet meer precies hoe het ging, maar volgens mij had ik mijn wijn op gedronken en ik gaf mijn plastic bekertje aan beste vriendje M.. ‘Waarom doe je dat altijd’, vroeg hij lachend. ‘Wat bedoel je precies’, vroeg ik nog. ‘Waarom geef je je bekertje aan mij? Je kunt het zelf ook bewaren of weggooien’. Ik begon wederom te lachen, zo had ik het vast niet bedoeld. Even later, toen ik een sigaret waar een scheur in zat op de schoot van M. dumpte, bekroop me een raar gevoel. It hit me. Het is echt waar. Ik geef dingen die ik niet (meer) nodig heb gewoon door. Alsof ik twee ben!

Het is wel enigszins te verklaren. Als ik vroeger iets had gegeten of gedronken, vroeg ik netjes aan mama waar ik het moest laten. Ik was namelijk echt een topkind. Superlief en nooit huilen. Maar goed, dan vroeg ik dat en dan zei mijn mamsie: ‘geef maar hier’. Die stopte de desbetreffende verpakking in haar zak om het later weg te gooien. Jarenlang is dit zo gegaan, toen ik ouder werd vroeg ik het niet eens meer en gaf ik lege papiertjes automatisch aan mijn moeder, die het zwijgend in haar zak deed. Raar, verwend? Misschien een beetje. Waar ik me meer zorgen over maak, is dat ik dit gedrag nog steeds vertoon. Ik ben een zelfstandig persoon, woon al lang op mezelf en dat gaat me goed af. Waarom krijg ik dan bij anderen vaak (onbewust) het idee dat ze voor mij moeten zorgen? En vooral, waarom leun ik nog steeds zoveel op mijn moeder terwijl ik juist jong het huis uit wilde? Maar goed, dat is weer de diepere laag natuurlijk, en die bespreken we even niet.

Ik neem het advies van Oom A. ter harte. Ik denk er nog eens goed over na. Ik wil nog steeds kinderen, maar moet mijn leven dan wel goed op orde hebben. Een moederskindje oke, maar een kindsmoedertje? Ik kan mijn lege papiertjes moeilijk aan een pasgeboren baby geven.