Ze is er weer. Mijn lieve bff, mijn beste, mijn liefste vriendinnetje is terug in Nederland. Het voelt nog een beetje onwerkelijk. Zo lang is ze nou ook weer niet weg geweest, een half jaar Australië is nog te overzien. En we spraken elkaar zo ongeveer elke dag, dus het is niet alsof ik een half jaar van haar leven heb gemist. Toch had ik even behoefte aan dat stukje tastbare, een knuffel, een kus, twee blikken die elkaar vinden en verder geen woorden nodig hebben. Dat is via Skype toch iets lastiger dan in het echt.
Vrijdagochtend gingen ik samen met L. naar Schiphol om S. op te wachten. Onze wekker ging om 04.45 en geloof me als ik zeg dat dat vroeg is. Zeer vroeg. Enorm ontzettend ongelofelijk vroeg. Normaal ga ik op een donderdag/vrijdag/zaterdagnacht rond die tijd slapen, meestal nog later ook, dus het was even wennen. Zeker aangezien L. en ik absoluut niet moe waren, dus op zijn vroegst pas om half twee in slaap vielen. Maar goed, na wat gezeur over een omdraaiende maag en misselijkheid sleepten we onszelf uit bed en ik trakteerde mijzelf op een koude douche. Om tien voor zes liepen we de deur uit richting Amsterdam CS en het was enorm gezellig met al die dronken mensen op straat zeg. Sjongejonge. Op het station een zooi thee gehaald en toen de trein in naar Schiphol.
Eenmaal daar aangekomen begon het wachten. D., een ander vriendinnetje, was ook naar Schiphol gekomen en met zijn drieën zochten we de goede aankomsthal op. We zaten elkaar nogal op te naaien met horrorscenario’s dus na tien minuten ging ik al dood van de zenuwen. Zeker omdat de vader en het broertje van S. in geen velden of wegen te bekennen waren. We hadden omstebeurt een kijkrondje ingesteld, die twee mannelijke wezens moesten toch ergens zijn? Ondertussen bleven de doemverhalen komen, ongeveer in de trant van ‘ze is allang door de douane heen’, ‘ze arriveert bij een andere aankomsthal’ en ‘ze wilt niet, ze blijft achter en pakt het vliegtuig terug’. Toen ik achter de deuren dan eindelijk haar hoofdje zag, kon ik een hele harde en hoge gil niet onderdrukken. De rest van Schiphol dacht vast dat er een terroristische aanslag gepleegd werd, S. moest alleen maar lachen. Toen we op haar afstormden maakte de schrik van de andere wachtenden plaats voor een vertederend ‘aaahhh’. Vader en broer waren trouwens nog steeds nergens te bekennen. Na een half uur Starbucks belden ze eindelijk op dat ze buiten stonden. ,,Ik dacht dat we wel een uur later weg konden gaan. Vluchten hebben toch altijd vertraging?’’, verklaarde broertje R.
L. en ik gingen mee naar Elst of all places, dat ligt ergens tussen Arnhem en Nijmegen. Daar wonen dus de ouders van S. Ik nam voor de gezelligheid mijn brak- en moeheid mee. Aan de keukentafel werd er geskyped met het vriendje van S., die ze achter heeft moeten laten in Australië. Verder werd er uitgebreid gesproken over het onderwerp mannen en relaties en vertelde S. mooie verhalen over haar avontuur. Na een intensieve dag met nog een bezoekje van andere vrienden, trok ik het aardig slecht en ging ik in de tijdelijke kamer van S. maar eens in haar bed liggen. Dat kind slaapt noodgedwongen een maand in een stapelbed, he. Iemand nog een appartement in Amsterdam in de aanbieding? In ieder geval, ik ging lekker onder de dekentjes en L. hing wat tegen mijn benen aan.S. deed nog een poging haar kleren een beetje uit te zoeken en een gesprek aan te gaan, maar het onvermijdelijke kwam eraan. Ze was gebroken. Absoluut op. Kapot. Ze mist C., haar Australische vent, de liefde van haar leven. Ze heeft het moeilijk, blij om ons weer te zien, maar zo verdrietig dat ze C. achter heeft moeten laten na vijf maanden samenwonen. Ze kwam bij me liggen, in het eenpersoonsbed, met L. nog aan mijn benen. Ze kroop bij me en ik hield haar vast. Met zijn drietjes lagen we daar, nadenkend over ons leven, over de liefde en over het verdriet van S.. Ik knuffelde haar, ik aaide haar en probeerde haar gerust te stellen. Met alle liefde die ik in me had pakte ik haar vast en streelde wat door haar haar.
En toen besefte ik me dat ik al die tijd ongelofelijk egoïstisch ben geweest. Ik miste haar zo erg, ik wilde zo graag dat ze terugkwam, dat we weer gekke dingen gingen doen, ontiegelijk lam zouden worden, fietsen zouden jatten, vuilniszakken aan zouden doen, met een boerenaccent zouden praten en huilen bij de derde fles wijn omdat we emotioneel ongelofelijk labiel zijn vanwege al die stomme mannen. En nog meer van dat soort dingen. Ik vond het zo kut dat ik dat kwijt was en wilde niets liever dan S. weer in Nederland hebben. Maar ik zou het allemaal opgeven. Ik ben egoïstisch geweest, ja. Ik zou het opgeven als dat zou betekenen dat zij voor altijd gelukkig zou kunnen zijn met haar liefde. De liefde die ze zo enorm verdient. Maar het kan niet. Op dit moment kunnen L. en ik haar verdriet niet minder maken. Het enige wat we kunnen doen is er voor haar zijn, haar geven wat ze van ons nodig heeft. Ik ga dat zeker doen. En misschien dat het fietsen jatten en het lam worden haar in de tussentijd wat afleiding bezorgd. Zij moet uitvinden welke kant ze opgaat en hoe dan ook, ik zal haar altijd onvoorwaardelijk steunen. That’s what friends are for.
P.S. Lees de Australische avonturen van S. hier, haar blogs zijn geweldig