Dromenland

Ik ken niet veel mensen die hetzelfde hebben, maar ik onthoud altijd mijn dromen. De wereld moet wel heel vreemd zijn wil dat niet gebeuren, of ik moet gewoon gigantisch veel gezopen hebben de avond ervoor, maar zelfs dan weet ik nog regelmatig welke beelden ik tijdens mijn nachtrust tegen ben gekomen. Ik weet vaak jaren later nog bepaalde dromen, zo weet ik nog precies hoe ik als zevenjarig meisje een terugkerende droom had over zwarte bewegende vormen (gewoon rechthoeken of cirkels), en ik werd altijd misselijk en boos wakker want ik vond het een rotdroom.

Mijn leven baseert zich ook deels op mijn dromen. Ik geloof namelijk dat dromen iets betekenen. Of beter gezegd: dat is mij altijd geleerd. Als ik droom dat mijn haren afgeknipt worden, betekent dit eigenlijk dat er iets eindigt. Dit kan een leven zijn (iemand in mijn omgeving gaat dood) of een relatie/vriendschap. Kortom: zodra ik dromen heb over de kapper, ben ik dagen aan het stressen.

Sommige mensen geloven dat dromen een vorm van verwerken is. Verwerken wat er op de dag is gebeurd. Dit geloof ik ook. Ik vroeg ooit ‘s ochtends aan iemand of hij komkommer op zijn boterham met kaas wilde. Toen ik daarna nog een uurtje kon slapen, droomde ik over pratende komkommers. Toeval lijkt me in dit geval erg sterk. Ook denken sommige mensen dat dromen juist voorspellend zijn. Ook dit geloof ik. Ik heb wel eens dingen gedroomd die later uit zijn gekomen. Soms zelfs letterlijk. Dat is vreemd, kan ik je vertellen.

Over het algemeen ben ik superblij dat ik mijn dromen onthoud. Ik denk er vaak over na en als ik zelf niet uit de betekenis kom, bel ik Omi op. Omi weet alles van dromen of ze kan er achter komen. Zo weet ik precies waar ik op moet letten in mijn leven en wat me te gebeuren staat. Dromen moet je nooit letterlijk nemen. Een achtervolging bijvoorbeeld betekent niet dat iemand je echt achterna zit, meer dat je iets nog niet gedaan hebt wat echt moet gebeuren. En zo zijn er meer van die weetjes.

Sporadisch baal ik van mijn dromen. Soms droom ik hele enge dingen, waarvan je hoopt dat ze niet uitkomen. Ik heb een tijdje gedroomd dat ik steeds twee mensen doodmaakte. Dezelfde mensen. Dat droomde ik zo’n drie keer per week. Ik schrok daarvan. Ik zou nooit iemand willen vermoorden, maar ik was wel heel erg boos op dat moment. En die boosheid moest eruit.

Nu peins ik al twee dagen over mijn droom waarin ik getuige was van een massamoord. Ik ben er nog niet uit of ik wil weten wat dit betekent. Misschien toch maar Omi bellen. Maar één ding weet ik wel: die pratende komkommers waren veel gezelliger. Daar droom ik liever over.

God’s Wil

Aangezien ik momenteel last heb van een enorme writersblock, en ook geen beschamende persoonlijke verhalen of eigenschappen meer op weet noemen, moeten jullie het maar doen met een leuke herinnering van mij. Een verhaal dat nog wel een tijdje de ronde blijft doen en dat sowieso op bepaalde bruiloften verteld gaat worden. Met liefde meegemaakt en met liefde geschreven. Als je jezelf hierin herkent: doe net alsof je neus bloedt. Je naam staat er niet bij en zal ook NOOOOIT bekend worden gemaakt ;) En als je liever niet hebt dat dit verhaal online staat, laat het me dan ook even weten xD

Mijn telefoon gaat. Ik zie haar naam staan op het scherm. Ik neem op. ,,Rox! Je gelooft nooit wat er is gebeurd! Ik ben gedumpt door Jezus. Voor Jezus. Ik ben gewoon gedumpt voor Jezus. Je neemt me verdomme maar mee uit, je voert me lam, je bezorgt me een one-night-stand, maar doe iets’’, schreeuwt ze. ,,Ik denk dat ik weet wat je bedoelt, maar leg het nog even uit voor de zekerheid.’’

Een maand daarvoor gingen we samen naar België. We moesten voor school, maar we konden best bedenken dat we wat uurtjes slaap meer zouden krijgen als we bij een vriend van mij gingen slapen, A., die in België studeerde. De treinreis alleen al was een avontuur. Een zware crimineel bleek zich verstopt te hebben in de trein, dus we stonden nogal een tijdje stil op Roosendaal. ,,Maak je niet druk’’, zei de conducteur. ,,Hij zit waarschijnlijk in het voorste deel. Dat hebben we nu afgesloten. Volgens mij zitten daar alleen maar Belgen, dus dat is niet zo erg’’, grapte hij. ,,En als je iets verdachts ziet, roep dan heel hard ‘code F’!’’ ,,Code F,’’ vroeg ik verbaasd. ,,F. Van fles’’, zei hij terwijl hij wees op de wijnfles die we bij ons hadden. ,,Aha’’, wist ik eruit te brengen.

Eenmaal in België ging de tijd – en de drank – snel. Mijn vriend A. had voor de gelegenheid zijn vriend K. gebeld, van origine ook Hollands. Nou, zijn eigenlijke roots lagen in Suriname, maar meneer was geboren en getogen in Rotterdam. De waterpijp kwam op tafel en dat was een dolle boel. En om het feest compleet te maken, gingen we naar DE studentendisco van België. Ergens onder de grond, waar ze dertig smaken jenever hadden, van appel tot chocolade. Die hebben we natuurlijk alle dertig uitgeprobeerd, want meer dan twee euro was je er niet aan kwijt. K. was overigens een geval apart. We wisten niet of hij nou voor mij of voor haar ging. En hij hield de hele tijd zijn jas aan. Na meerdere hints van onze kant, deed hij nog steeds geen afstand van zijn geliefde jas.

Over de details van de avond zal ik verder niet uitwijden, maar zij ging uiteindelijk met K. mee. Bij hem thuis moest de jas natuurlijk wel uit, en de trui uiteindelijk ook (het was trouwens mei) en wat bleek: K. had een hartapparaat. Vandaar. K.was heel gelovig. En dat is gek, want er is van alles tussen de lakens gebeurd die nacht. Dat vond God blijkbaar wel oké.

De volgende ochtend, onderweg naar onze uiteindelijke bestemming, vertelde ik haar dat ik dacht dat K. met haar wilde trouwen. Ze verklaarde me voor gek. ,,Dit was voor één keer’’. Maar ik kreeg gelijk. Een maand later was hij in Nederland, en hij zocht haar op. Zij had haar sexy lingerie aangedaan, sprong kittig op het bed en na wat zoenen stopte hij. ,,Ik kan het niet’’, zei hij en wees naar iets achter haar. ,,Vanwege die ezel?’’, vroeg ze verontwaardigd, doelend op één of ander plastic opblaasding wat achter haar bed stond. ,,Nee, vanwege hem.’’ En toen zag ze het. Het schilderijtje van Jezus wat ze aan haar muur had hangen. God was het er waarschijnlijk toch niet mee eens.

Mijn vriendjes I. en KV.

Ik heb een stalker. Hij heet Insomnia. Elke nacht weer zoekt hij me op en ik vind het enorm irritant. Insomnia heeft ook een vriendje. Die heet Klaas Vaak. Klaas Vaak vind ik ook vervelend, want die komt altijd ’s middags en dan heb ik helemaal geen tijd voor hem.

Vroeger was ik een goede slaper. Voor mijzelf dan. Mijn omgeving vond het nog wel eens vervelend. Ik schopte, ik sloeg en ik schreeuwde. Mijn moeder vond het altijd een dolle boel als ik bij haar in bed wilde liggen… Not. Ik had ook enorm veel fantasie tijdens mijn slaap. Zo gilde ik regelmatig de naam van mijn broer, met allemaal verwijten er achteraan. Zo van: ‘sla me niet’ en ‘stop met trappen’. Dan kwam mijn moeder met een halve hartverzakking al aangesneld (die zag haar zoon haar dochter al het ziekenhuis in werken) en bleek ik vredig met een glimlach te pitten. Ja, zo pakte ik mijn broer wel terug voor al het leed wat hij me aandeed.

Één keer heb ik zelfs een ‘telefoongesprek’ gevoerd in mijn slaap. Ik was veertien jaar en prevelde dingen als ‘Nee, ik kan nu niet komen schatje, het is nu te laat’ en ‘ja, dat lijkt me echt heel erg leuk’. Waar het hart vol van is… Anyway, mijn toenmalige stiefmoeder kwam mijn kamer binnenstormen en vroeg schreeuwend waar mijn telefoon was. Geschokt werd ik wakker en wees naar mijn bureau. De volgende ochtend bood ze haar excuses aan, ik had helemaal niet gebeld. Dat zei ik op het moment suprême ook al, maar dat wilde ze toen niet geloven.

Maar al deze slaapherinneringen zijn verleden tijd. Sinds mijn zestiende ben ik een slechte slaper. Ik denk omdat ik toen in de horeca ging werken en dat dan ’s nachts. Mijn ritme veranderde. Maar mijn mams en omi schijnen er ook last van te hebben. In ieder geval, nu is er geen ontkomen meer aan. Want sinds een jaar of twee/drie is het ook echt ernstig geworden. En het afgelopen jaar is het ook echt een probleem geworden. Ik kan niet slapen. Gewoon niet. En als ik slaap, zijn het hooguit een paar uurtjes. Word ik zes keer wakker tussendoor en moet ik de timer van mijn tv zeker zeven keer opnieuw instellen. Want ik slaap nog niet als de tv uitgaat. Ik ben altijd oververmoeid, ik word chagrijnig ‘wakker’, in hoeverre ik al niet wakker was.

En overdag ben ik dus een wrak hè. Tijdens mijn colleges of tijdens het werken is het moeilijk om wakker te blijven. Probeer maar eens overeind te blijven zitten als je een rechtszaak volgt over een omver geschopte bloempot. Mij niet gezien. Toen ik bij de metselmoorden zat, bleef ik vreemd genoeg wel actief. Anyway, overdag wil ik niets liever dan heel even mijn oogjes sluiten. Heb ik echt Redbull nodig, anders kom ik de dag niet door! Ben ik aan het knikkebollen en moet ik mezelf letterlijk wakker schudden. Dat ziet er blijkbaar raar uit, want ik hoor mensen altijd lachen als ik dat doe.

Het belemmert me best wel in mijn dagelijkse leven. Want ik ben na een dag zo kapot, dat ik niks meer kan. Rond een uur of negen leef ik dan weer helemaal op, om een uur of tien ben ik zo onrustig dat ik iedereen opbel om wat te gaan doen, maar die mensen gaan dan juist over een uur naar bed. Om elf uur houd ik het niet meer, en om twaalf uur word ik weer depressief omdat ik weet dat het ‘weer zo’n nacht gaat worden’.

Ik ben geen haatdragend persoon hoor. Ik heb geen problemen met Insomnia en Klaas Vaak. Ik voel me gevleid dat ze vriendjes met mij willen zijn. Maar kunnen ze niet lekker van tijdstip ruilen ofzo? Ik word er namelijk aardig moe van op deze manier.

Raar meisje

Ik heb een tik. Eigenlijk heb ik er wel meer. Volgens sommige van mijn dierbaren zijn het afwijkingen. Dat vind ik dan altijd weer zo negatief klinken en dan zeggen zij dat ze het niet zo bedoelen, maar dan is het kwaad al geschied, dat begrijpen jullie.

Mijn moeder noemt me met regelmaat een neuroot. Dan verwijst ze naar mijn ‘dwangneuroses’. Die neuroses zaten er vroeger al in, het is niet zo dat ik ze voor de lol heb ontwikkeld. Toen ik vijf jaar was, mocht ik alleen maar op grijze stoeptegels lopen. Ja, wat doe je dan als je van die kleine, dunne steentjes tegenkomt? Daarnaast mocht ik ook niet op de lijntjes staan, maar alleen op de tegel zelf. En geloof me als ik zeg dat dat bij ieniemienie tegeltjes helemaal niet makkelijk is, ook niet als je klein en vijf bent.

Of dan het feit dat ik altijd ‘in balans’ moet zijn. Alles wat ik met rechts doe, moet ook met links. En andersom. Daarom heb ik ook zo’n schijthekel aan drie zoenen geven! Want iedereen begint altijd bij je rechterwang, en dan heb ik dus twee nepkussen rechts gekregen en maar één links! Mensen kijken me altijd heel raar aan als ik ze vraag nog een extra zoen op mijn linkerwang te plaatsen omdat ik dan in balans ben. Blijkbaar is dat een raar verzoek. Ik vind het zelf vrij logisch. Als het niet in gelijke aantallen gaat, kan ik de rest van de dag niet meer functioneren.

Oh, ik kan nog eeuwen doorgaan. Vaste plekken aan tafel bijvoorbeeld, en dit is serieus waar. Altijd links. En dan aan de kant die het verste van de keuken afstaat. Ook moet ik in elk bed aan dezelfde kant slapen. Links als je er tegenaan kijkt, rechts als je erin ligt. Anders slaap ik NIET. Mijn schoenen moeten altijd precies recht naast elkaar staan, op precies dezelfde plek als altijd, het mag geen centimeter verschillen. Ik moet twee keer mijn deurslot controleren en de televisie twee keer op een kwartier timeren en één keer op een half uur. Dit soort shit is vermoeiend als je wilt slapen hoor.

Maar dit alles, nee, dat is niet mijn grote struikelblok. Weet je wat mij het allerergste nekt? HOUT! Houten stokjes, ik gruwel ervan. Nu ik dit schrijf, krijg ik al trillingen over mijn hele lichaam en moet ik bijna huilen van naarheid. Waterijsjes, een typisch voorbeeld van iets wat ik niet trek. Zo’n houten stokje in je mond, dat moet toch iets met je doen? Of de houten roerstokjes bij de plekken waar je je koffie to go haalt. Godsamme, je roert je koffie met hout. Snap het dan!

Gister was het echt erg. Ik wilde een dutje doen in de trein, maar zag in mijn ooghoek een ernstige misdaad. De man tegenover me had een bakje Ben & Jerry’s en nee inderdaad, dat was het probleem niet. Wat me wel angst aanjoeg? Dat houten soort van lepeltje waarmee hij zijn ijs at. NEE! GRUWEL! NAAR! TRILLEN! BRRR! KOUD! Ik moest me zo inhouden. Ik wilde die man door elkaar rammelen, hem duidelijk maken dat je dat NOOIT mag doen. Volgens E. kamp ik met het houtsyndroom. I don’t care hoe je het noemt, ik word gewoon bijna suicidaal als ik zoiets aan moet zien. Toen mijn verstandskiezen werden getrokken, kreeg ik van iedereen waterijsjes. Met pijn in mijn hart pakte ik het stokje vast, en als er even niet gekeken werd gooide ik het snel weg. Kostte me uren om er bovenop te komen.

Waar het vandaan komt? Geen idee. Mijn moeder, neuroseloos, zegt dat ik het aan mijn vaders kant moet zoeken. Nu wil ik daar verder geen uitspraken over doen, maar het ZOU kunnen. Al zou mijn vader waarschijnlijk gewoon zeggen dat ik gek ben. Net zoals de meeste mensen die me leren kennen. ‘Je bent een raar meisje’, hoor ik vaak. Ik neem het niet serieus. Wie is er nou raar? Jullie stoppen hout in je mond. Dat hout komt van bomen. Bomen waar aapjes in spelen en poepen of bomen waar dronken sukkels tegenaan plassen. Dus misschien ben ik dan toch maar beter af met mijn tikjes en houtsyndroom. Nu alleen nog op stoeplijntjes durven lopen. Gulden middenweg, wil ik best proberen.

Een dutje

We hadden net voetbal gekeken. Een bierdouche of 15 over me heen gekregen. Maar het was niet erg, want we hadden gewonnen van Brazilië. Fucking gewonnen van Brazilië. Daar neem ik graag een bierdouche voor in ontvangst.

Na het voetbal kijken op het Westergasterras, gingen we bbq’en in het park. Daar ik ongeveer twee minuten van het park af woon, had ik eerst even een gewone douche genomen. Om me daarna dus snel weer aan te sluiten bij de bbq.

Het was gezellig. Ik kende de helft niet, maar ach, wat maakt het uit.. We zaten op het gras naast het babybadje en aten, spraken en dronken met elkaar. Na het eten had ik last van een after dinner dip. Dat is niet gek want het was vrijdag. En op vrijdag ben ik na een lange week stage altijd uitgeteld. Dus ik ging maar eens liggen.

Uitgestrekt op het kleed keek ik naar boven. Ik zag wat boombladeren en heel veel lucht. Blauwe, heldere lucht. Ik werd er ontzettend rustig van. Dat is knap voor mijn doen. Slapen ging lastig worden, Faithless was namelijk zijn kunsten aan het vertonen op Live at Westerpark, en wij hadden dus plaats genomen naast het hek (inmiddels zag het zwart van de mensen), dus ik dacht na. Filosofeerde over het leven.

En toen, toen ik van achter mijn zonnebril naar boven keek, kwam opeens het besef. HET besef. Ik heb geen maat 34. Misschien kwam het ook doordat er een stuk of zes danseressen om me heen zaten, die ook danseressenlichamen hebben en wel maat 34 passen. En die in bikini aan het bbq’en waren. Maar hoe dan ook, dat besef.

Ik dacht er nog eens wat langer over na. Heb ik een buikje? Ik prefereer trouwens het woord welvaart, maar dat terzijde. Ik kwam tot de conclusie dat dat maar aan je eigen perceptie ligt. Vergeleken met ma Tokkie ben ik namelijk een modelletje, maar zet me niet naast Victoria Beckham want dan lijk ik een Tokkie after all. In ieder geval, die riem die ik vaak voor mijn buik draag, zit er niet omdat ik een sixpack heb.

Het nadenken ging steeds verder. Ik bedacht me hoe oneerlijk het leven wel niet was. Ik heb een natuurlijke aanleg om er gauw een pondje bij te kweken. Zit in de familiegenen, denk ik. Mijn oma heeft de verkeerde mannen gekozen. Zij zelf is namelijk ontzettend slank, maar mams, tante en ik kunnen dat tweede gebakje beter laten staan. Van mijn vaders kant ook geen greintje vet te bekennen. Mijn nicht beweert dat ze ook aanleg heeft, maar dat geloof ik niet. Bij haar zie ik het nergens voller worden als ze de Tuna Melt Bagel eet bij Bagels&Beans (mijn favoriet, het is me tot op heden niet gelukt om ‘m zelf te fabriceren, maar dat terzijde..) Terwijl ik tegenwoordig, puur voor de zekerheid, uitwijk naar andere bagels.

Ik ben niet dik, ik heb geen overgewicht. Maar ik ben ook zeker niet dun en heb zeker geen ondergewicht. Sommigen beweren dat ik gevuld ben op de goede plekken, en verheerlijken mijn rondingen. Ik ben het er graag mee eens. Het is alleen wel zo dat ik al tijden zo’n hippe hotpants in mijn kast heb liggen. Ongedragen. En dat is niet alleen omdat mijn benen zo ongeveer licht geven van de witheid (ik kan dus niet op het strand liggen sinds ik tot het klootjesvolk behoor), maar ook omdat ik vind dat ik het gewoon niet moet dragen. Volgens S. onzin, maar toch.

Het is toch ook allemaal wat. Ik heb echt geen problemen met mijn lichaam. Maar nu het warme weer zich laat zien, bedenk ik me wel dat mijn buikje best wat getrainder voor de dag mag komen. Die 50 sit-ups per dag hebben eerder niet veel uitgemaakt, maar dat kwam misschien ook doordat ik het maar drie dagen vol heb gehouden. Tijd voor een nieuwe start.

Ach, wat maakt het ook allemaal uit. Ik heb dan geen maat 34, maar op 44 zit ik ook zeker niet! Smaken verschillen. Ik heb geen problemen met mijn lichaam, dus waarom moet iemand anders dat wel hebben? Dat is dan zijn of haar makken toch? En gelukkig heb ik een spetterende persoonlijkheid.

Ik keek weer naar boven. Dacht nog even na. Keek met een jaloerse, maar ook respectvolle en vooral neutrale blik naar mijn vriendin de danseres (let’s not forget dat ze er keihard voor gewerkt heeft en de sit-ups wel gedisciplineerd deed) en bedacht me dat er in het leven ook ruimte moet zijn voor vrouwen met borsten, billen en een klein wijnbuikje. Houvast noemen ze dat ofzo? En buiten dat, ik heb toevallig een vestje maat 34 in de kast, en die past gewoon. Ietwat kort, maar hij past. I felt lucky.

En zo viel ik, met alle drukte om me heen, de BBQ-geuren in mijn neus, de heldere lucht boven me en Faithless op de achtergrond, toch nog even lekker in slaap. En ik droomde over borsten, billen en buiken. En de bbq van aanstaand weekend, waar de whiskeysaus mijn beste vriend zou zijn.