Groene apenpeer

Vriendinnetje S. komt soms met van die rare opdrachtjes. Dat je jezelf met iets moet vergelijken. Zo moest ik mezelf ooit met een dier vergelijken. Dat was eigenlijk wel makkelijk, iedereen wist dat ik een aap was. En niet alleen omdat een aap samen met een kat, een pinguin en een uil mijn lievelingsdier is. Maar gewoon. Beetje spelen, overal in klauteren, op alles klimmen, lekker kroelen met anderen, beetje luieren, gewoon relaxt, maar zodra je op mijn territorium komt, zul je dat weten ook. Dan ga je te ver en word ik woest. Dan is het aan, je weet toch. Vriendinnetje S. was overigens een pinguin. Vind ik ook echt bij haar passen. Pinguins zijn leuk, wat de oplettende lezer in deze alinea al eerder had kunnen ontdekken.

Ik moest mezelf ook een keer vergelijken met een kleur. Dat was wederom niet moeilijk. Ik ben groen. Fris en fruitig, vrolijk, gezellig en oh zo veelzijdig. Want je hebt appeltjesgroen, limegroen, donkergroen, serieus, wat voor kleuren groen heb je niet?! Zelf houd ik erg van appeltjesgroen. De kleur van S. is me in al mijn groene enthousiasme even ontgaan.

Vorige week kwam ze weer met zo’n fantastische vergelijkingsopdracht. Dit maal vertelde ze over hoe ze zichzelf eens met een vrucht heeft vergeleken. Ze vond zichzelf eerst een ananas, want ze is bijna altijd blij en vrolijk. Later kwam ze erachter dat ze toch meer een perzik (,,Of was het nou een mango?’’) was. Makkelijk te benaderen van buiten, maar bij de kern komen blijkt toch wat moeilijker. Daar kon ik me goed in vinden.

Zelf denk ik dat ik een peer ben (,,Haha, en dan bedoel ik niet mijn lichaam he S.!” – Altijd leuk met ons). Want als je een peer koopt, moet je de peer niet gelijk opeten. Je moet de peer even met rust laten. Even laten rijpen. De peer wordt vanzelf zachter. En dan is het een kwestie van het perfecte moment kiezen. Zodra de peer zacht genoeg  is (en dit bepaalt de peer zelf), is de peer geschikt om te eten en smaakt de peer lekkerder dan ooit.

Nu probeer ik hier niet mee te zeggen dat je mij kunt kopen en in een fruitschaal kunt leggen, maar wel dat ik mijzelf niet gelijk helemaal bloot kan geven. Dat zal jullie misschien verbazen met deze blog, maar er gaat nog veel meer achter mij schuil. Ik ben open, spontaan en vrolijk. Niet op mijn mondje gevallen. Na een eerste ontmoeting heeft iedereen dus een beeld van mij. Toch heb ik nog veel meer te bieden. Zeker als je me even de tijd geeft om een ander te leren kennen, even aftasten of die ander te vertrouwen is en of ik mezelf wel eetbaar wil maken (haha, dit klinkt eigenlijk zo fout). Wat af en toe heb je er ook een rotte peer tussen. Die niet zacht wordt, maar gelijk rot. En kom ik een rotte appel tegen, dan word ik een rotte peer. Geen lekkere zachte.

Haar vergelijkingen zijn misschien vreemd, maar het grappige is dat het altijd wel klopt. Dat je er altijd wel iets in kunt vinden. Het leven hoeft niet moeilijk te zijn. Relativeer het lekker met een stukje fruit, een kleur of een dier. Ik ben benieuwd waar ze de volgende keer mee aankomt. Misschien een huishoudelijk apparaat?

Say what?

Taalbarrières zijn natuurlijk niet nieuw in deze wereld. Iedereen krijgt daar vroeg of laat wel eens mee te maken. De meest voorkomende foutjes van ons Nederlanders komen voor in het Engels. Dat is ook wel logisch, want dat is de meest gesproken vreemde taal hier in Nederland. Ja ja, jullie vragen je af waar ik al die cijfers vandaan haal, hoe ik toch zoveel kennis kan hebben, maar neem het voor deze keer gewoon even van me aan.

Jullie weten natuurlijk dat mijn beste vriendinnetje S. een Australisch vriendje heeft. In de tijd dat zij weg was, luisterde ik dan ook genietend naar haar anekdotes over haar blundertjes. Zo zat ze eens met manlief in de bus en wilde ze om de één of andere reden graag een kat nadoen. “I will give you a head”, zei ze tegen vriendje C. en vleide haar hoofd tegen hem aan, zoals katten je een kopje geven. Ze vond het wel raar dat de mensen om hen heen begonnen te lachen, maar later snapte ze na wat uitleg van vriendjes kant waarom: in feite zei ze niet dat ze hem een kopje ging geven, maar gewoon een ordinaire blowjob. Ik lag natuurlijk op de grond van het lachen toen ik dit hoorde en heb dit nog vaak aangehaald, want een beetje pesten hoort erbij als je BFF’s bent.

All the way from Australia is C. nu dus hier en dat vinden wij als thuisfront natuurlijk een dolle boel! Het voelt erg goed om de vriend van S. niet alleen via Skype te leren kennen maar ook gewoon in real life. Het is echter wel moeilijker dan verwacht dat ik constant Engels moet spreken. Ik dacht altijd van mezelf dat ik dat heel goed kon, maar in praktijk kan ik nog wel eens vragen wat dat ene woord nou ook alweer in het Engels was of moet ik een paar seconden nadenken over de bepaalde uitspraak ervan. Goed, ik geef toe, misschien ben ik dan toch niet zo’n superwonderkind. Nu niet denken dat ik dom ben en alleen ‘yes’, ‘thank you’ en ‘I always get my sin’ kan zeggen, want zo erg is het nou ook weer niet met me gesteld.

Actually, ik breng het er best goed vanaf. C. zegt dat ik goed Engels spreek, dat hij verbaasd is dat iedereen in Amsterdam dat schijnt te kunnen, dat hij me altijd begrijpt en dat dat accentje heus niet supererg is (ik hekel het, maar dat terzijde). Dat doet mij deugd, ja. Het probleem zit ‘m alleen in de, hoe kan het ook anders, alcohol. Van een paar wijntjes kom ik sowieso op mijn praatstoel, dus of dat nou in het Engels of Nederlands moet, dat maakt mij niet uit. Ik heb ook altijd het idee dat ik nóg beter Engels spreek als ik dronken ben (en Frans, en Spaans, en Duits en Portugees en Chinees for that matter). Wat een deceptie toen ik vorige keer uit wilde leggen hoe S. en ik vriendinnen waren geworden. Na acht wijn en drie cocktails kwam dat hilarische verhaal namelijk weer eens naar boven en wilde ik het zo goed mogelijk uitleggen. “At school we have four periods in a year”, begon ik te vertellen. Ik hoorde luid gegil, S. viel bijna op de grond van het lachen en ik wist: hier gaat iets gruwelijk mis. “You only have four periods in a year?!”, gierde C. en ook vriendje M. wist me te vertellen dat ik er toch echt wel meer had in een jaar. Fok. Oeps. Kut.

S. en ik staan in ieder geval aardig quite nu en ik heb zomaar het idee dat dit me nog wel even blijft achtervolgen. Whatever. C. begrijpt wat ik bedoel en voor de rest spreek ik retegoed Engels, dus een kleine taalbarrière kan ik best hebben. Als het er maar niet meer worden…

Girls Need Love

Ik wist al dat God het niet zo op mij had, hoor. Dat schat ik zo in omdat ik nooit kan slapen en als ik dan eenmaal slaap word ik altijd wel weer wakker en ik heb altijd wat en die Italiaan van drie huizen verderop is stom. Verder ben ik zo ongeveer geboren voor het ongeluk want goh, er zal eens iets meezitten, en wat is er dan lekkerder dan de schuld aan God of aan de Duitsers geven, zoals mijn vriendinnetje S. en ik graag doen? Juist, helemaal niets. Dus vandaar. God haat mij. En ik de Duitsers.

Ik denk ook dat het aan of God, of aan de Duitsers ligt dat ik geen held in de liefde ben. Of moet ik zeggen was? In ieder geval, ik ben nooit één van die meisjes geweest die altijd een relatie hadden en als het dan uit is, dat je twee weken daarna alweer een andere serieuze, langdurige relatie hebt. Echt, hoe doen ze het? Ik heb werkelijk geen idee. Nee, ik was het type meisje dat jongens/mannen tegenkwam die standaard met de volgende zin kwamen: ,,Hoe kan het nou dat zo’n leuk meisje zoals jij geen vriend heeft?’’ Nou, dat zal ik jullie vertellen lutsers. Omdat jullie die onzin alleen maar zeggen zodat naïeve meisjes daar intrappen en vervolgens hun onderbroek voor je uittrekken en jij die zin twee dagen daarna tegen elk ander willekeurig huppelkutje herhaalt. Ik ben geen naïef meisje. Daarom dus.

Jarenlang heb ik het zonder wederhelft moeten doen. Mijn ‘relaties’ zijn op één hand te tellen en mijn langste relatie was een week of twee. Nee hoor, dat laatste is niet waar, maar ik benijd mensen die het langer dan een jaar vol hebben kunnen houden. Dat is mij dus nooit gelukt. Hoe graag ik ook iemand wilde om alles mee te delen, waar ik op kon bouwen en die mij zou steunen, het was me niet gegund. Alleen ging ik door het leven, alleen maakte ik mijn keuzes gebaseerd op gesprekken met mezelf en alleen ging ik naar verjaardagen of stelletjesdates toe. Ja, sneu, maar goed, ik was een geëmancipeerde jonge vrouw dus ‘I don’t need a man to make it happen’ was zo ongeveer mijn levensspreuk. Ik deed een beetje alsof hoor, maar anders gaan ze medelijden met je krijgen en dat wil je niet, geloof me.

Tegenwoordig ben ik een bezet vrouw en niet meer zielig of sneu. God heeft waarschijnlijk even niet opgelet en ik heb mijn slag geslagen. Het kan ook gewoon aan mijn enorme dosis wilskracht liggen of een bepaalde chemie of gewoon het lot of wat dan ook, maar dat maakt nu even niet uit. Het gaat erom dat ik de wereld gewoon NIET MEER BEGRIJP. Jarenlang heb ik alleen moeten zijn, want ja echt, ik was echt al lang single, en nu, nu ik een leuk mannelijk exemplaar heb gevonden, lijkt het alsof de halve mannelijke wereldbevolking achter me aanzit. Die wil met me uit eten, die wil tijdens uitgaan met me op de foto, de volgende mist me opeens, de ander ‘heeft me zolang niet gesproken en dat is toch wel enorm jammer’, weer eentje weet opeens weer hoe ontzettend leuk ik was, nog eentje ziet me in de club en begrijpt geen ‘nee’ of ‘rot op’ en ga zo maar door. Onbereikbare vrouwen hebben een beetje extra aantrekkingskracht op mannen (lees: hyena’s) en dat vind ik allemaal prachtig hoor, en het streelt mijn ego, maar puur voor al die single meisjes, al die wanhopige meisjes, die uren op een sms wachten, die van de droogheid niet meer weten waar ze het zoeken moeten, die tot bijna alles in staat zijn, puur voor die meisjes zou het toch geweldig zijn als al die mannen hun aandacht niet op vrouwen vestigen die daar helemaal NIETS aan hebben? Ik voel mee met die meisjes, want ik weet hoe het is. God zou dit toch iets beter in de gaten moeten houden. En moeten verdelen. Stop hatin’ God! Girls need love. I know they do!

That’s what friends are for

Ze is er weer. Mijn lieve bff, mijn beste, mijn liefste vriendinnetje is terug in Nederland. Het voelt nog een beetje onwerkelijk. Zo lang is ze nou ook weer niet weg geweest, een half jaar Australië is nog te overzien. En we spraken elkaar zo ongeveer elke dag, dus het is niet alsof ik een half jaar van haar leven heb gemist. Toch had ik even behoefte aan dat stukje tastbare, een knuffel, een kus, twee blikken die elkaar vinden en verder geen woorden nodig hebben. Dat is via Skype toch iets lastiger dan in het echt. 

Vrijdagochtend gingen ik samen met L. naar Schiphol om S. op te wachten. Onze wekker ging om 04.45 en geloof me als ik zeg dat dat vroeg is. Zeer vroeg. Enorm ontzettend ongelofelijk vroeg. Normaal ga ik op een donderdag/vrijdag/zaterdagnacht rond die tijd slapen, meestal nog later ook, dus het was even wennen. Zeker aangezien L. en ik absoluut niet moe waren, dus op zijn vroegst pas om half twee in slaap vielen. Maar goed, na wat gezeur over een omdraaiende maag en misselijkheid sleepten we onszelf uit bed en ik trakteerde mijzelf op een koude douche. Om tien voor zes liepen we de deur uit richting Amsterdam CS en het was enorm gezellig met al die dronken mensen op straat zeg. Sjongejonge. Op het station een zooi thee gehaald en toen de trein in naar Schiphol. 

Eenmaal daar aangekomen begon het wachten. D., een ander vriendinnetje, was ook naar Schiphol gekomen en met zijn drieën zochten we de goede aankomsthal op. We zaten elkaar nogal op te naaien met horrorscenario’s dus na tien minuten ging ik al dood van de zenuwen. Zeker omdat de vader en het broertje van S. in geen velden of wegen te bekennen waren. We hadden omstebeurt een kijkrondje ingesteld, die twee mannelijke wezens moesten toch ergens zijn? Ondertussen bleven de doemverhalen komen, ongeveer in de trant van ‘ze is allang door de douane heen’, ‘ze arriveert bij een andere aankomsthal’ en ‘ze wilt niet, ze blijft achter en pakt het vliegtuig terug’. Toen ik achter de deuren dan eindelijk haar hoofdje zag, kon ik een hele harde en hoge gil niet onderdrukken. De rest van Schiphol dacht vast dat er een terroristische aanslag gepleegd werd, S. moest alleen maar lachen. Toen we op haar afstormden maakte de schrik van de andere wachtenden plaats voor een vertederend ‘aaahhh’. Vader en broer waren trouwens nog steeds nergens te bekennen. Na een half uur Starbucks belden ze eindelijk op dat ze buiten stonden. ,,Ik dacht dat we wel een uur later weg konden gaan. Vluchten hebben toch altijd vertraging?’’, verklaarde broertje R.

L. en ik gingen mee naar Elst of all places, dat ligt ergens tussen Arnhem en Nijmegen. Daar wonen dus de ouders van S. Ik nam voor de gezelligheid mijn brak- en moeheid mee. Aan de keukentafel werd er geskyped met het vriendje van S., die ze achter heeft moeten laten in Australië. Verder werd er uitgebreid gesproken over het onderwerp mannen en relaties en vertelde S. mooie verhalen over haar avontuur. Na een intensieve dag met nog een bezoekje van andere vrienden, trok ik het aardig slecht en ging ik in de tijdelijke kamer van S. maar eens in haar bed liggen. Dat kind slaapt noodgedwongen een maand in een stapelbed, he. Iemand nog een appartement in Amsterdam in de aanbieding? In ieder geval, ik ging lekker onder de dekentjes en L. hing wat tegen mijn benen aan.S. deed nog een poging haar kleren een beetje uit te zoeken en een gesprek aan te gaan, maar het onvermijdelijke kwam eraan. Ze was gebroken. Absoluut op. Kapot. Ze mist C., haar Australische vent, de liefde van haar leven. Ze heeft het moeilijk, blij om ons weer te zien, maar zo verdrietig dat ze C. achter heeft moeten laten na vijf maanden samenwonen. Ze kwam bij me liggen, in het eenpersoonsbed, met L. nog aan mijn benen. Ze kroop bij me en ik hield haar vast. Met zijn drietjes lagen we daar, nadenkend over ons leven, over de liefde en over het verdriet van S.. Ik knuffelde haar, ik aaide haar en probeerde haar gerust te stellen. Met alle liefde die ik in me had pakte ik haar vast en streelde wat door haar haar.

 En toen besefte ik me dat ik al die tijd ongelofelijk egoïstisch ben geweest. Ik miste haar zo erg, ik wilde zo graag dat ze terugkwam, dat we weer gekke dingen gingen doen, ontiegelijk lam zouden worden, fietsen zouden jatten, vuilniszakken aan zouden doen, met een boerenaccent zouden praten en huilen bij de derde fles wijn omdat we emotioneel ongelofelijk labiel zijn vanwege al die stomme mannen. En nog meer van dat soort dingen. Ik vond het zo kut dat ik dat kwijt was en wilde niets liever dan S. weer in Nederland hebben. Maar ik zou het allemaal opgeven. Ik ben egoïstisch geweest, ja. Ik zou het opgeven als dat zou betekenen dat zij voor altijd gelukkig zou kunnen zijn met haar liefde. De liefde die ze zo enorm verdient. Maar het kan niet. Op dit moment kunnen L. en ik haar verdriet niet minder maken. Het enige wat we kunnen doen is er voor haar zijn, haar geven wat ze van ons nodig heeft. Ik ga dat zeker doen. En misschien dat het fietsen jatten en het lam worden haar in de tussentijd wat afleiding bezorgd. Zij moet uitvinden welke kant ze opgaat en hoe dan ook, ik zal haar altijd onvoorwaardelijk steunen. That’s what friends are for.

P.S. Lees de Australische avonturen van S. hier, haar blogs zijn geweldig :)

Chickieshosselaar

Blijkbaar he, blijkbaar ben ik een soort ‘chickieshosselaar’. Ik ben daar ook maar heel toevallig ingerold. Het ging niet expres, ik wilde niemand pijn doen. Het is nou eenmaal zo gegaan.

Het begon een tijd geleden. Mijn broer was toen nog vrijgezel. Nee wacht, eigenlijk begon het al veel eerder. Al vanaf dat ik in de puberteit kwam en leuke vriendinnen kreeg (die ook in de puberteit zaten) probeerde mijn broer die meisjes te krijgen. Hij is drie jaar ouder, overigens. Maar goed, dan had ik een nieuw vriendinnetje dat hij nog niet kende en dan was het een soort hyena. Wilde hij alles van haar weten. En ik braaf antwoorden he! Dacht dat hij puur interesse toonde. Niet dus. Het kwam zelfs zo ver dat op mijn verjaardagsfeestje, mijn broer met een vriendin van mij in bed eindigde. Kwam ze midden in de nacht halfnaakt op mijn kamer en zei: ,,Zo, je broer heeft echt een gr…’’ ,,STOP!’’, riep ik uit. ,,I don’t wanna know! Kleed je aan.’’ Ik heb dus never nooit gevraagd wat ze nou wilde zeggen.

Dus in mijn broers vrijgezelle periode, voordat hij verloofd was met mijn ubercoole schoonzus (zo leuk om dat te zeggen), vroeg hij elke keer of ik niet wat leuke meisjes kon regelen. Het is niet zo dat hij dat zelf niet kan, integendeel, de grootste verhalen had hij over Amerikaanse chicks, Zweedse chickies of chickies van andere afkomsten. Oh wacht, ik moet ook nog even zeggen dat de relatie die hij daarvoor had, dat dat dus met een meisje was wat een hele goede vriendin van mij was/is. Maar nou ja, in zijn vrijgezellige periode gingen we dus heel vaak uit (nog steeds eigenlijk) en dan vond hij het wel een goed idee als ik meisjes mee zou nemen. Dus dat deed ik elke keer braaf. Little did I know. Stuk voor stuk zoende hij ze af en soms zelfs meer. Ja hallo, dat was niet de bedoeling! Op een gegeven moment kwam ook mijn beste vriend M., toen ook nog vrijgezel: ,,Hey Rox, kun je ook niet ff wat chickies voor mij regelen?’’ Ze kwamen zelfs op het geniale plan dat ik maar elke avond dat we uitgingen nieuwe vriendinnen moest gaan maken die zij dan vervolgens in konden pakken. Pff, ik ben toch zeker geen lovergirl!

Net was ik aan het pingen met twee goede vrienden. Ja, pingen ja. Vragen ze aan mij of ik niet even wat chickies voor ze kan regelen. ,,Ja ehh, wat zoek je dan’’, zei ik nog aardig. ,,Niks geks’’, zei E. ,,Ik heb iets voor chicks met accentjes. Jouw vriendin S. kan met een Brabants praten, dat is zo sexy. En ik heb ook een ding voor brillen. En mantelpakjes’’, zei S. Aha. Duidelijk. De chickieshosselaar mag weer op zoek. Zie je, ik ben puur toevallig dit vak ingerold.

Terug naar mijn broer. Die nu dus dolgelukkig is met M., die hij overigens zelf heeft gevonden. Ik was zijn chickieshosselaar. Maar er zijn dingen die ik onbewust gehosseld heb en waar ik dus niets vanaf wist. Zo zei M. na mijn verjaardagsfeestje: ,,Jezus, dat L. er zou zijn dat wist ik, maar dat hij het ook met C. heeft gedaan, had je wel even mogen zeggen!’’ Ehh, watte?

P.S. Let niet op die foto, is anderhalf jaar geleden, ik was jarig en lam.. ;)

Roxanne

Laatst kreeg ik spontaan 685 gedachten door elkaar. Het drong namelijk ineens tot me door: ik heet Roxanne. En Roxanne is eigenlijk maar een rotnaam.

Ik werd lichtelijk paniekerig. Opeens kwam het besef: er is een liedje dat Roxanne heet en dat liedje gaat over een hoer. Ja, haar naam spreek je op zijn Engels uit en mijn naam op zijn Nederlands, maar toch. Dat liedje is er.

De meeste mensen kennen mij als Rox. Zo stel ik me ook voor. Roxanne kan ik zelf al amper uitspreken (spraakgebrekje ofzo), dus dat bespaar ik anderen ook. Daarnaast past Rox op de één of andere manier gewoon beter bij me. Maar ik kan nu eenmaal niet ontkennen dat mijn echte naam Roxanne is. Dus als ik mensen leer kennen en ze vragen: ‘Rox van Roxanne?’ zeg ik ja. Soms zeg ik ook wel eens ‘Nee, Rox van Rox’. Dat doe ik nadat ik een paar keer heb gezegd dat het inderdaad Rox van Roxanne is. Want standaard krijgen we dan hetzelfde tafereel (waar ik na een tijdje dus moe van word)…

Man in kwestie (hierna te noemen Mik): ‘Rox van Roxanne?’
Rox: ‘Ja, Rox van Roxanne.’
Mik: ‘ROXANNE! You don’t have to put on the red light… Blurlurlur’
Rox: ‘Origineel!’ *loopt weg*

Afgelopen zondag op Appelsap gebeurde het ook. Een aantal mensen die ik lang niet had gezien, kwam ik spontaan tegen. En ja hoor, ze kregen me in het vizier en één van hen gooide er spontaan een Roxanne uit. Zelfs mensen die ik ken, kunnen het niet laten. Hij kan mooi zingen, daar niet van, maar het hoeft van mij gewoon echt niet.

Soms doe ik bij die onbekenden nog wel eens de moeite om uit te leggen dat je mijn naam niet uitspreekt als Roksen, en dat ik dat liedje inmiddels iets te vaak heb gehoord, maar het heeft weinig zin hoor. Ik ben overigens ook niet vernoemd naar dit nummer (nogal wiedes trouwens, mijn moeder is gek, maar zo gek nou ook weer niet, gelukkig) dus eigenlijk zijn die spontane serenades ook niet helemaal op zijn plaats.

Mensen die Roxanne naar hun hoofd krijgen gegooid, reageren vaak nogal hard. Eng soms. Blijkbaar is mijn naam echt een no go en brengt het uitspreken daarvan een visioen met zich mee waar vooral dames van lichte zeden in voorkomen. Schokkend, heel schokkend. En jammer.

Mijn moeder weet me al jaren te vertellen dat Roxanne morgenstond betekent. Surprise: ik ben in de ochtend geboren. Anyway, ik geloof haar. Ik vind het gewoon een veel fijner idee om te denken aan mooie ochtenden (alhoewel ik een nachtmens ben, maar dat zijn details) dan aan die chickies op de Wallen.

Ik zal het Sting nooit vergeven. Met dank aan die oetlul weet niemand nog dat Roxanne van Roxana afstamt, een Perzische prinses. Nee, dankzij Sting wordt mijn naam verguisd over de hele wereld, durft niemand zijn of haar dochter nog Roxanne te noemen en krijg ik bijna wekelijks een valse ‘lofzang’ naar mijn hoofd. Ik hoop dat iedereen Sting een lul vindt.

Spirituele Shizzle

Mijn moeder is een spiritueel mens. Natuurlijk moet je daar een beetje in geloven, maar als je er niet in gelooft, ga je er sowieso wel een beetje in geloven als je mijn moeder een beetje kent. Ik houd van het woord beetje, ja. In ieder geval, mijn mams is dus wel van dat zweverige.

Ik heb al veel met mijn moeder meegemaakt. Soms schaamde ik me voor haar ‘openbaringen’, zoals ik me ook schaamde als ze op straat de tekst van het liedje wat op de plaatselijke draaiorgel gespeeld werd meezong, maar dat doe ik tegenwoordig ook, dus dat vind ik niet meer erg. Goed, dan zaten we dus ergens, en dan liep ze spontaan naar iemand toe om te vertellen dat diegene zwanger was en twijfelde, maar dat ze dat niet moest doen omdat ze een leuke zoon zou krijgen. Vrouw keek argwanend natuurlijk. Jan (mijn moeders vriend/man/partnerdinges) en ik dachten regelmatig dat het de wijn was, maar in dit geval: een aantal maanden later kwamen we die onbekende vrouw dus tegen in de stad (wij herkenden haar echt niet) en die bedankte spontaan mijn moeder en liet haar zoontje in de kinderwagen zien.

Of die ene keer dat we bij ons thuis zaten. Ik met twee goede vriendinnen en onze goede vriend ‘de teddybeer’. Toen mamsie even moeiteloos allerlei details over hen naar boven haalde waar ik niet eens iets van wist. Zo leerden we nog eens wat over elkaar. Daarna wilden trouwens al mijn vriendinnen wel even een sessie met mijn moeder, en kwamen ze alleen wijn drinken als zij er was, maar mams ‘werkt niet op commando’ hoor. Dat ‘komt wel of niet’ en ‘altijd spontaan’.

Een maand of twee geleden bracht ik een bezoekje aan the folks, en ik zat dus op zo’n kruk aan zo’n keukenbar, want daar ik ben opgegroeid in zo’n 40m2 huis bewoont mijn moeder nu samen met Jan een halve flat, en ik was aan het eten en mijn moeder analyseerde me. ,,Je vingers trillen. Je handen”, zei ze. ,,Dat klopt, maar dat je daar pas na bijna 21 jaar achter komt vind ik shockerend”, zei ik. Ik maakte het iets erger want voor zover ik weet heb ik er pas sinds mijn negende ofzo last van. Mijn mams was even stil (overdacht haar zonden) en zei toen: ,,Ik wist het wel. Dit is dus precies wat ik bedoel met dat jij je spirituele gaves onderdrukt. Dit is verkeerd verdeelde energie! Je moet je spiritualiteit de ruimte geven. Druk het niet weg”, filosofeerde de liefste moeder die er bestaat.

Nou heb ik niet de gaves die mijn moeder heeft, maar ik zag dus WEL aankomen dat een niet nader te noemen persoon waar ik heel veel om geef maar die ik te weinig zie of spreek, single zou worden. Dat gevoel had ik al een paar maanden, maar we hebben het er nooit over gehad. Toch is het gebeurd. Ik vraag me af of mijn moeder dat bedoelt. Ik heb wel vaker van dat soort dingen, dat voelen enzo, en regelmatig droom ik dingen die uitkomen, maar zoals mijn moeder dingen gewoon WEET, nee, dat heb ik niet.

Anyway, waar ik dus naar toe wilde met dit verhaal, zoals jullie weten gaat S. dinsdag weg. Naar Australië. Met dat bedstee-ding, die chick. En S. zei dus tegen mij dat ze een voorgevoel heeft. Iets met een man. En liefde. En verliefd zijn. En een relatie. En dat dan op mij betrekken.

Vorig weekend waren S. en ik trouwens bij mijn mams en Jan. En nu heeft S. dus dat voorgevoel. Ik ga eens aan mijn moeder vragen wat ze S. te drinken heeft gegeven.

Urrewur (ode aan de vriendschap)

‘Uwrrrwureww’. Dat was ongeveer het geluid dat S. op 4 februari in de WC van de Dansen Bij Jansen (begin er maar niet over) maakte. Stiekem moest ik een beetje lachen, maar het was een serieuze zaak. Dus ik pakte maar een glas water en ramde dat zo ongeveer haar strot in. Ja, hallo, ik had zelf ook al een vodkaatje op hoor!

S. ging niet dood, S. was niet ernstig ziek. S. was gewoon naar de gigagetver. En had dus bedacht half out te gaan op de WC en vervolgens wat te ‘urrewurren’ over bier. En ehm, andere zaken. Ik heb haar uiteindelijk thuis gekregen. De volgende dag hebben we de hele avond nog eens geanalyseerd en we kwamen tot de conclusie dat S. zich nooit meer in de binnenstad kon of mocht vertonen. En de foto’s hebben we maar geheim gehouden. Al hebben we er ook verschrikkelijk om gelachen, want ze was nogal bezig die avond.

Het is niet de beste avond die ik met S. mee heb gemaakt. Maar wel een avond die ons aardig typeert. Er gebeurt altijd wel wat, we drinken altijd wel teveel en er is altijd wel een persoon die de ander naar huis of een andere veilige plek moet zien te krijgen. Sneu, maar waar.

S. is één van mijn beste vriendinnetjes. In een korte tijd is ze uitgegroeid tot iemand die ik voor altijd in mijn leven wil hebben. Dat klinkt heel zoetsappig, I know, maar ik meen het wel. Zij is namelijk iemand die mij nooit uit zal lachen, me nooit zal veroordelen en altijd een eerlijk advies zal geven. Bij haar hoef ik me nergens voor te schamen.

Lange tijd mochten S. En ik elkaar niet zo. Ik vond haar maar een modepopje, en zij vond mij semi-arrogant. Voor een project werden we gedwongen om samen te werken, temeer omdat wij zo ongeveer de enige twee waren die het ook echt wel leuk vonden om iets te doen, en na een opdracht of drie had S. het idee dat we maar eens op een terras moesten gaan zitten. Samen hebben we zeven flessen wijn gedronken en dat was het begin van een mooie tijd waarin er bijna geen enkele dag is geweest waarop we elkaar niet contactten, al was het maar een sms met een tekst in de strekking ‘uwwrrwuurr’ erin.

Ik bel S. op als ik ontiegelijk lam ben. Zij stuurt mij ‘s nachts sms’jes waar ik niets, maar dan ook niets van begrijp. Als ik dan een heel logisch antwoord geef, vindt S. het maar lastig en zo zijn onze nachtelijke conversaties de dag erna nog interessanter. Ik neem haar mee uit als ze gedist is door Jezus. Zij komt naar me toe met drie flessen wijn als ik gedist ben door, nouja, in ieder geval niet Jezus. We zijn er voor elkaar. Lachen om dingen die niemand grappig vindt. En dat is juist wat onze vriendschap zo hecht maakt.

S. vliegt over anderhalve week naar Australië. Daar blijft ze zeker zeven maanden. Maar ergens ben ik bang dat ze langer blijft. Bijvoorbeeld omdat ze één of andere surferdude ontmoet. Dat is namelijk typisch S.. Die ontmoet altijd wel iemand. Zo is zij. Ze is ook een soort magneet voor toeristen in Amsterdam. Vooral Engelsen staan in de rij. Maar die moeten we meestal niet. Ik ben ontzettend trots op haar dat ze gaat. Dat ze het durft. S. is nog nooit zo ver van huis geweest. Venlo en Kreta waren wel de hoogtepunten. Oh, en Brussel natuurlijk. En Leuven. En oke, Engeland mag er ook nog bij. Maar dat was het dus wel. En nu laat ze alles achter, al haar vrienden, vriendinnen, familie, de toeristen en het bekende Amsterdam om haar geluk te beproeven en een supervette stage te lopen in Australië. Heb bewondering voor haar, echt. En ben blij voor haar. Maar ergens bekruipt me een soort eenzaam gevoel. Ik vraag me af wie ik nu midden in de nacht moet bellen om te zeggen dat ik door alle vodka uit bed ben gevallen. Wie er voor mijn deur staat met wijn ‘omdat dat gewoon even moet’. Wie neemt het voor me op als ik een discussie heb met dertig man, ook al is ze het niet met me eens? Wie kan ik altijd overhalen tot iets raars, wie ga ik nu vertellen over al mijn beschamende blunders en vooral over mijn disaster dates? Met wie bedenk ik wraakplannen voor zo ongeveer alle mannen die bij ons de revue hebben gepasseerd? Met wie bedenk ik bijnamen voor die mannen? Wie gaat er voor de eerste keer in haar leven op een dronken avond met een andere chick zoenen, ‘omdat ze best sexy was, ook al was ze maar 17′ en wil dat opzich best nog een keer doen omdat ik het even gemist heb? Ware het niet dat P. erbij zat, maar goed, anders had ze het dus nog een keer gedaan.

Vanavond gaan we samen in een bedstee slapen. Gratis overnachting in een soort boerderijhotel, moet voor stage. En ik neem haar lekker mee. Het is een soort persoonlijk afscheid. Nog één keer echt saampjes voordat ze gaat. Ik hoop dat we samen nog even kunnen urrewurren.

P.S. ik wil graag afsluiten met de volgende woorden: Kleine Klote Kabouter, Bert Brak, Koosje Kater, Merci dat ik vertrek, lamlastig, DANSEN BIJ JANSEN, Escape, Jezus, Royalities, vuilniszakken, Casablanca, San Fransisco, anti, karaoke, België, Strand West, Surprise Bar, Vondelpark, Unicef, adoptie, contract, cocktails, mannen-met-een-korte-spijkerbroek-boven-de-knie-en-bergschoenen-met-sokken-die-daar-bovenuit-steken, A-spot, wijn, vodka, bierontmaagding of eigenlijk gewoon het woord alcohol. Ik kan nog wel veel meer woorden bedenken, maar laten we het hier gewoon maar bij houden. Voor ons eigen bestwil.

Lieverd, ik ga je missen. Maar ik ben er als je terugkomt. Lekker urrewurren, met of zonder meegenomen surferdude. Und ich liebe dich. Sehr veel ja!

P.P.S. Degene die niet kan, moet toch altijd vervanging regelen? Aangezien ik af en toe voor jouw broertje zorg, wil ik een tijdelijke S.!

Verschil moet er zijn

Al jaren heb ik een soort visioen. Ik zie het helemaal voor me. Het gaat om een foto. En een man. Al jaren is mijn droom om op de foto te gaan met een man. Ja, tuurlijk is dat wel eens gebeurd, maar de foto die ik specifiek voor me zie, zal ik nu proberen te beschrijven. Het moet namelijk een spontane foto zijn. En de man op de foto en ik moeten smoorverliefd op elkaar zijn. En de setting is ongeveer dat we elkaar eeuwen niet hebben gezien (als in een dag) en dat we elkaar om de nek vliegen. Denk Schiphol en Hello Goodbye. Waarbij hij me optilt en ik breed lachend mijn benen om hem heen heb geslagen. Of hem een kus geef. Maar zo’n soort foto dus.

Helaas sta ik nog steeds niet zo op de foto. Ik ben wel op de foto gezet met mannen waar ik verliefd op ben, maar niet op deze manier. Vervolgens bedenk ik me dat ongeveer 98% van mijn vriendinnen aan de man zit. En die hebben dus allemaal wèl zo’n foto. En die gaan met hun man op vakantie, of die wonen samen. Maar goed, ik accepteer het, want verschil moet er zijn.

Afgelopen zondag speelde Nederland in de finale van het WK voetbal. Tegen Spanje. Goed, Nigel had rood kunnen krijgen in de eerste helft, dat geef ik toe. Maar feit blijft dat Nederland echt benadeeld werd. Zo werd er niet gefloten toen Van Bommel een ‘natrap’ (naduw) kreeg, terwijl daar toch ook rood op zou kunnen/moeten staan. Puyol was ook wel erg lucky. Verder werd het feit dat het vlak voor de goal duidelijk buitenspel was ook genegeerd, om maar niet te spreken over de corner die we dertig seconden daarvoor toch duidelijk verdiend hadden, en waardoor het doelpunt dus eigenlijk totaal onterecht was, maar goed. Volgens Webb moet verschil er zeker zijn.

Mij is altijd geleerd hard te werken voor dingen. Als puber wilde ik graag merkkleding, ‘want anders hoor je er niet bij’, en in de pauze moest je naar de Albert Heijn, ‘want niemand eet brood van thuis’, maar mijn moeder was niet van plan dat altijd maar te betalen. Dus ik werkte. Soms met tegenzin natuurlijk, en wat geklaag, maar ik werkte. Op school zag ik hoe een klasgenootje werd verwend. Die belde gewoon even haar moeder op als we in de stad waren, omdat ze een leuke broek had gezien, en die moeder kwam rustig opdraven om 300 euro neer te tellen. Elke week weer. Uiteindelijk denk ik dat ik meer geleerd heb in het leven, maar toen was ik stikjaloers. Ach, verschil moet er zijn.

Mijn Albert Heijn heeft nooit iets wat ik wil of moet hebben. Ze krijgen het zelfs voor elkaar geen toiletpapier in de schappen te hebben en ook naar drinken is het goed zoeken. Het woord brood hebben ze nog nooit gehoord, spinazie kennen ze niet en de zalm is altijd op. Als ik in Oud-Zuid naar de AH ga, ligt er eerder te veel dan te weinig. Daar zijn de producten nooit op. Ik woon in Westerpark, dat is best een goede buurt, maar volgens mister Heijn niet zo goed als Oud-Zuid. Wij hebben minder recht op goede producten. Toen ik nog in Noord woonde moest ik al blij zijn als er een komkommer lag, dus tja, ook hier moet verschil er zijn.

Maar dit alles irriteert me dit jaar eigenlijk helemaal niet zo. Het zit me vooral dwars dat iedereen maar naar Ibiza gaat dit jaar. ‘Mijn’ eiland Ibiza. Soort van. Toen ik er voor de eerste keer was, kreeg ik jaloerse blikken en opmerkingen. Sommige mensen wisten dat ze daar nooit zouden komen. En ja, dat voelde best goed. Maar nu is de realiteit dat ik één van de weinigen ben die niet op Ibiza zit deze zomer. Het doet me pijn.

Maar als ik er dan nog wat meer over nadenk, krijg ik stiekem toch wel een glimlach op mijn gezicht. De keren dat ik daar was, leefde ik namelijk als een soort prinses. Met dank aan één van mijn beste vriendinnetjes, wiens vader daar woont en daar een zeer gerenommeerde strandtent heeft. Zij heeft me de beste vakanties van mijn leven bezorgd. Drank, lekker eten, uitgaan… Alles kon, alles mocht en alles werd geregeld. En het was heerlijk om samen te zijn, het gaf onze vriendschap een boost. Ik heb bekende mensen gezien, achter of naast dj’s gestaan, aan de mooiste VIP-tafels mogen zitten. Maar ook aan het zwembad of in de strandtent heb ik nooit wat te klagen gehad. En vooral met mijn vriendin gelachen, gehuild en dingen gedeeld. En dat koester ik, ik ben er erg dankbaar voor. Die tijden pakt niemand me meer af.

Nee, ik ga dit jaar waarschijnlijk niet naar Ibiza. Ik loop stage. Maar ik kan waarschijnlijk geen glimlach onderdrukken als de meeste van jullie er eenmaal daar achter zullen komen dat Ibiza eigenlijk draait om rijk zijn of mensen kennen. Als jullie woekerprijzen betalen voor een drankje of een kaartje voor een feest. Als jullie geen bedje kunnen krijgen bij de strandtent of sowieso de strandtenten wegens geldgebrek maar vermijden. Als jullie aan de bar niet als eerste worden geholpen. Als jullie dus niet als prins of prinses bediend worden. Maar hey, verschil moet er zijn.. Toch? ;)

Ik daag jullie uit mij te evenaren met Air Guitar op Ibiza...

My Life Be Like

Ooit, in een ver, heel ver verleden, vroeg een vriendin aan mij of ik wel eens van The Grits had gehoord. ‘Never’, dacht ik. ,,Tuurlijk’’, zei ik.

Oké, zo ging het helemaal niet. Ten eerste is het maar een jaar of drie/vier geleden en ten tweede zei ik eerlijk dat ik ze niet kende. Mijn vriendinnetje pakte haar iPod en zocht een nummer op. My Life Be Like heette het. ,,Luister maar even. Dit is echt wat voor jou’’, zei ze. En ze gaf de iPod aan mij.

Ik deed de oordopjes in en luisterde bijna vier minuten aandachtig naar de muziek die mijn oren vulde. ‘Lekker nummer’, dacht ik. ,,Lekker nummer’’, zei ik. Ik zal jullie niet verder vervelen met het verloop van de rest van de avond (alcohol, alcohol en ehh alcohol, ja, ik drink al een tijdje) dus ik skip gelijk naar de dag erna.

De volgende dag dook ik dus achter mijn computertje en downloadde een stuk of wat nummers van The Grits. Het viel me een beetje tegen. Het waren leuke nummers, maar My Life Be Like bleef toch echt mn favoriet. Grijs gedraaid, heb ik het nummer. En na vijf keer luisteren kende ik de tekst al bijna uit mijn hoofd. Het schijnt trouwens ook in één of andere mannenfilm voor te komen (iets met fast en furieus ofzo).

Een stukje in het bijzonder viel mij op.
“The fear of never falling in love, and the tears after losing the feelings of what you thought love was”
Hoe waar zijn de zinnen die hier gezongen (of meer gerapt) worden? Hoe vaak hebben wij mensen al met deze gevoelens te maken gehad? Tegenwoordig kan ik het nummer niet meer horen, maar als het dan toch voorbij komt via de shuffle functie van mijn iPod, MOET ik wachten totdat ik deze zin heb gehoord. Ik herken mezelf hier zwaar in.

Ik kan namelijk wel eens een dramaqueen zijn. Dat was jullie vast nog niet opgevallen. Maar dat is dus zo. Ik ben ook een hopeloze romanticus. Verlies mezelf binnen één minuut aan een man en vind hem drie dagen later niet meer leuk. En na zes herhalingen van dit voorval word ik bang, heel erg bang. Vaak bel ik mijn moeder of vriendinnen op. ,,IK VIND NOOIT EEN VENT!’’, roep ik dan keihard. ,,IK BLIJF ALTIJD ALLEEN. MET KATTEN. OF MET ZES KINDEREN VAN ZEVEN MANNEN.’’, schets ik mijn toekomstige situatie (troost je, ik geloof er niet echt in dat ik zo eindig, en wil het ook niet, maar zo LIJKT het gewoon af en toe). ,,IK BEN ZELFS NOG NOOIT MET EEN MAN OP VAKANTIE GEWEEST, EN JULLIE WONEN AL SAMEN! IK BEN EEN LOSER. FUCK MY LIFE!’’, voeg ik er nog aan toe.

En dan, opeens, BAM. POW. Nog een keer BAM. Dan heb ik HEM gevonden. DIT IS HEM. NOOIT MEER ZOEKEN. NOOIT MEER VINDEN. NOOIT MEER TEGENKOMEN. DIT IS HEM. De man in kwestie weet me langer dan drie dagen te boeien en dat is interessant, zeer interessant. Ik ga iemand leuk vinden, maak mezelf wijs van niet, word verliefd, maak mezelf nog meer wijs van niet, verlies mezelf in the moment, verwaarloos vriendinnen, bel en sms te veel, reis de hele wereld over om bij die persoon te zijn en dan is het weer klaar. On-fucking-troostbaar. Tranen met tuiten. De hele wereld is een verachtelijke plaats. What the fuck doe ik hier nog? Everything sucks. En dan leef ik een week of wat in mn bed. The fear of never falling in love and the tears after losing the feelings of what you thought love was.

Maar goed, terug naar The Grits en mn vriendinnetje dus. Leuk nummer. Hoorde het net toevallig op mn iPod.