Taalbarrières zijn natuurlijk niet nieuw in deze wereld. Iedereen krijgt daar vroeg of laat wel eens mee te maken. De meest voorkomende foutjes van ons Nederlanders komen voor in het Engels. Dat is ook wel logisch, want dat is de meest gesproken vreemde taal hier in Nederland. Ja ja, jullie vragen je af waar ik al die cijfers vandaan haal, hoe ik toch zoveel kennis kan hebben, maar neem het voor deze keer gewoon even van me aan.
Jullie weten natuurlijk dat mijn beste vriendinnetje S. een Australisch vriendje heeft. In de tijd dat zij weg was, luisterde ik dan ook genietend naar haar anekdotes over haar blundertjes. Zo zat ze eens met manlief in de bus en wilde ze om de één of andere reden graag een kat nadoen. “I will give you a head”, zei ze tegen vriendje C. en vleide haar hoofd tegen hem aan, zoals katten je een kopje geven. Ze vond het wel raar dat de mensen om hen heen begonnen te lachen, maar later snapte ze na wat uitleg van vriendjes kant waarom: in feite zei ze niet dat ze hem een kopje ging geven, maar gewoon een ordinaire blowjob. Ik lag natuurlijk op de grond van het lachen toen ik dit hoorde en heb dit nog vaak aangehaald, want een beetje pesten hoort erbij als je BFF’s bent.
All the way from Australia is C. nu dus hier en dat vinden wij als thuisfront natuurlijk een dolle boel! Het voelt erg goed om de vriend van S. niet alleen via Skype te leren kennen maar ook gewoon in real life. Het is echter wel moeilijker dan verwacht dat ik constant Engels moet spreken. Ik dacht altijd van mezelf dat ik dat heel goed kon, maar in praktijk kan ik nog wel eens vragen wat dat ene woord nou ook alweer in het Engels was of moet ik een paar seconden nadenken over de bepaalde uitspraak ervan. Goed, ik geef toe, misschien ben ik dan toch niet zo’n superwonderkind. Nu niet denken dat ik dom ben en alleen ‘yes’, ‘thank you’ en ‘I always get my sin’ kan zeggen, want zo erg is het nou ook weer niet met me gesteld.
Actually, ik breng het er best goed vanaf. C. zegt dat ik goed Engels spreek, dat hij verbaasd is dat iedereen in Amsterdam dat schijnt te kunnen, dat hij me altijd begrijpt en dat dat accentje heus niet supererg is (ik hekel het, maar dat terzijde). Dat doet mij deugd, ja. Het probleem zit ‘m alleen in de, hoe kan het ook anders, alcohol. Van een paar wijntjes kom ik sowieso op mijn praatstoel, dus of dat nou in het Engels of Nederlands moet, dat maakt mij niet uit. Ik heb ook altijd het idee dat ik nóg beter Engels spreek als ik dronken ben (en Frans, en Spaans, en Duits en Portugees en Chinees for that matter). Wat een deceptie toen ik vorige keer uit wilde leggen hoe S. en ik vriendinnen waren geworden. Na acht wijn en drie cocktails kwam dat hilarische verhaal namelijk weer eens naar boven en wilde ik het zo goed mogelijk uitleggen. “At school we have four periods in a year”, begon ik te vertellen. Ik hoorde luid gegil, S. viel bijna op de grond van het lachen en ik wist: hier gaat iets gruwelijk mis. “You only have four periods in a year?!”, gierde C. en ook vriendje M. wist me te vertellen dat ik er toch echt wel meer had in een jaar. Fok. Oeps. Kut.
S. en ik staan in ieder geval aardig quite nu en ik heb zomaar het idee dat dit me nog wel even blijft achtervolgen. Whatever. C. begrijpt wat ik bedoel en voor de rest spreek ik retegoed Engels, dus een kleine taalbarrière kan ik best hebben. Als het er maar niet meer worden…

